De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Couppoging 20 juli 1944

 Couppoging 20 juli 1944. 
 20 juli 2010-Even stilstaan bij gebeurtenis van 66 jaar geleden .

Zijn scherpe blik dwaalde door het vertrek. Hij was onrustig, doch uiterlijk bleef hij de geharde militair, zoals men hem kende. Kolonel Claus Graf von Stauffenberg. Dit moment betekende zo veel voor hem, maar het zou ook een belangrijk moment worden voor zijn zo geliefde vaderland. Hier zou geschiedenis geschreven gaan worden. Het werd tijd om te vertrekken, zijn tas moest nu de rest doen. Hij meldde zich af met de smoes dat hij dringend moest bellen. Daarop verliet Stauffenberg het vertrek, zijn tas met de explosieve inhoud achterlatend. Niet veel later, om 12.42 om precies te zijn ontplofte de bom onder de zware eikenhouten tafel…

De aanslag op Hitler op 20 juli 1944 mislukte, toch is en blijft Claus von Stauffenberg voor velen een held. Maar was hij een held? Wat is heldendom? Voor de één betekent dit eer, maar voor de ander leidt het tot martelaarschap. Helden worden achteraf gemaakt door de publieke opinie. Feit is dat von Stauffenberg nooit een held had kunnen worden als hij er alleen voor had gestaan. De samenzweerders van de 20ste juli kenden vele helden, doch in eerste instantie waren ze allemaal mensen van vlees en bloed met hun goede idealen, maar ook met hun tekortkomingen.

Ze hadden hun angst, niet zo zeer voor hun eigen leven, want ze hadden gekozen om mee te doen en daaraan zat een risico, een groot risico zelfs. Dat wisten ze en dat risico aanvaarden ze. Nee, ze waren ook verantwoordelijk voor hun dierbare naaste familieleden. Door zich aan te sluiten bij het verzet, hadden ze in wezen ook beslist over de toekomst van hun kinderen. Ook van hun vrouwen, die hun beste vertrouwenspersonen waren. Zij steunden hun mannen onvoorwaardelijk. Die verantwoording voor hun dierbaren hadden verschillende militairen ook doen aarzelen om zich aan te sluiten bij deze samenzwering. Nu ze eenmaal die stap gezet hadden, waren ze aan de vooravond van de aanslag vooral bezorgd voor hun vrouwen en kinderen. Zij zouden onherroepelijk ook gearresteerd worden, als het mis ging en zouden hun vrouwen opgewassen zijn tegen de ondervragingsmethodes van de Gestapo en SS? De mannen konden die vraag voor zichzelf niet eens beantwoorden. Toch kozen ze voor die weg van verzet, alsof een onzichtbare hand hen daartoe dreef, ondanks allerlei bezwaren en voor een aantal van hen toch moeilijke keuzes, waar ze voor stonden …

Voor de generaals was het geen gemakkelijke keuze. Ze hadden hun eed moeten verloochenen om deel te nemen aan de samenzwering. En dat speelden hen nog het meeste parten. Ze hadden die eed al verbroken door mee te doen aan de voorbereidingen van de staatsgreep, maar zodra die coup uitgevoerd werd, was die breuk een feit. Die eed bleef een heikel punt. Dagen, zelfs maandenlang was er gediscussieerd over de vraag hoever ze mochten en konden gaan met hun samenzwering, want die eed was heilig voor de generaals, die overwegend van Pruisische afkomst waren. Eeuwenlang hadden hun families die eed aan hun vorsten beloofd en nu moesten ze zich afkeren van die eed, die ze ditmaal aan de Führer afgelegd hadden. Voor altijd zouden ze als de zwarte schapen van de familie gezien worden…

Anderen hadden religieuze bezwaren en dat leidde ook tot discussies. Ineens moest er bewust een leven genomen worden, niet te midden van een heftige strijd en niet uit persoonlijke bedreiging. Een opzettelijk gerichte actie tegen één man, die weliswaar de bron van al het kwaad was, maar toch bleef het een doelbewuste moord…Hans von Dohnanyi was geen generaal, hij was juridisch medewerker bij de Abwehr, maar ook hij had het een zware beslissing gevonden. Daarom had hij er verschillende keren met zijn vriend en zwager Dietrich Bonhoeffer over gesproken, die er ook niet erg van gecharmeerd was dat hij als geestelijke betrokken werd bij een moordcomplot. “Wie het zwaard hanteerde, zou door het zwaard vernietigd worden” stond er in Bijbel. Gezien het vele leed en de schade, die Hitler met zijn politiek onder de bevolking aanrichtte, moesten ze dat gevolg maar aanvaarden, besloot Bonhoeffer uiteindelijk en schaarde zich hiermee achter de samenzweerders. Voor Dohnanyi was hiermee toch enigszins een last van zijn schouders gevallen, al besefte hij heel goed dat ieder mens verantwoordelijk was voor zijn eigen beslissingen…Hoewel Bonhoeffer, evenals Dohnanyi in 1943 gearresteerd werd, lukte het de Gestapo pas om na de aanslag door Stauffenberg de link te leggen tussen Bonhoeffer en de officieren van de jonkercoup, zoals deze aanslag ook wel genoemd werd.

In wezen bestond de groep samenzweerders van de 20ste juli uit verscheidene groepen. De basis was gelegd door Henning von Tresckow in 1938. Zijn groep had zich sindsdien al schuldig gemaakt aan diverse aanslagen, die tot dan toe allemaal mislukt of op het laatste moment afgeblazen waren. Voor hem als leider viel het allerminst mee om niet bij de couppleging aanwezig te kunnen zijn, omdat Henning von Tresckow aan het Oostfront gestationeerd was. Inmiddels waren er contacten ontstaan met de Kreisauer Kring van Graf von Moltke. Samen met zijn groepsleden had hij een ontwerp gemaakt voor een nieuwe grondwet, zodra een mogelijke aanslag gelukt zou zijn. Echter in januari 1944 was Helmuth James graf von Moltke gearresteerd en was zijn groep al snel uiteen gevallen. Wie ook geen getuige kon zijn van de aanslag, was Carl Goerdeler, de voormalige burgemeester van Leipzig. Tegen hem liep sinds 17 juli 1944 een arrestatiebevel, omdat hij leider was van de Goerdelergroep. Goerdeler had inmiddels ook verbinding met de groep rondom Stauffenberg. Hij had echter de reputatie nogal onstuimig te zijn, wanneer hij de generaals aanmaande tot handelen. Dat werd niet door iedereen in dank af genomen. Er was ook aansluiting gezocht bij de geallieerden. Mede daarom waren andere groepen ook welkom, men probeerde iedere mogelijkheid tot contact. Maar de geallieerden lieten het afweten. Ze waren pas bereid tot hulp, indien de officieren zelf Hitler gearresteerd dan wel geliquideerd hadden. De samenzweerders stonden vanaf het begin tot het einde er alleen voor.

De grootste angst was wat iedereen zou doen op het bewuste moment van de aanslag. Deed een ieder wat van hem verlangd werd of waren er misschien mensen bij, die op het laatste moment alsnog zwichtten voor de druk en overliepen naar het vijandige kamp? Niet iedereen stond volledig achter de aanslag. Daarom werd de informatie zo summier gehouden als maar mogelijk was, desondanks waren er toch velen op de hoogte van de aanslag. Dat resulteerde na 20 juli 1944 in verbeten strijd van de Gestapo en de SS om alle betrokkenen zo snel mogelijk op te pakken. Als een donkere, dreigende alles overspoelende golf verspreidden de arrestaties zich over het hele land. De SS werd nog grimmiger dan ze ooit geweest was. De haat tegen de opstandige rebellen had zijn hoogtepunt bereikt. Daarom mocht niemand, maar dan ook niemand, die ook maar iets met die aanslag of de voorbereidingen ervan te maken had, ontsnappen. Mannen, vrouwen en zelfs kinderen, werden slachtoffers van de vervolgingen. Het kwaad dat weerstand heette, moest uitgeroeid worden met wortel en al. Meer dan 8.000 arrestaties werden verricht. Sommigen van de samenzweerders pleegden zelfmoord, omdat ze wisten dat ze niet tegen de heftige verhoren opgewassen zouden zijn. Maar er waren ook mannen, die zelfmoord pleegden met de hoop dat hun familie dan met rust gelaten zouden worden. Het was echter ijdele hoop. Het bleef ook niet bij arrestaties alleen. Huizen werden onteigend en bezittingen werden in beslag genomen, de namen van de samenzweerders hadden geen enkele betekenis meer binnen het Derde Rijk. Ze waren in de ogen van de Nazi’s landverraders en als zodanig werden ze dan ook behandeld. Dat bleef zo, zelfs toen het Derde Rijk ten einde was. Tot ver na de oorlog was er voor deze verzetsmensen geen sprak van eerherstel. Sinds de laatste jaren is daar een kentering in gekomen, hoewel dat voornamelijk nog geldt voor de mannen en vrouwen, die behoorden tot de samenzweerders van de 20ste juli 1944. Voor vele anderen wordt de strijd voor erkenning nog steeds gestreden, al komt er gelukkig ook voor hen steeds meer begrip. De aanslag op 20 juli 1944 was mislukt. Maar ze is toch van grote betekenis geweest. Door deze poging hadden een deel van de Duitsers laten zien dat lang niet iedereen zich schaarde achter het hakenkruis!