De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

BURGERVERZET

Het burgerverzet ontwikkelde zich als één van de eerste vormen van weerstand tegen het nationaal-socialistische systeem. Er waren diverse mensen, die al bijtijds in de gaten hadden dat met de komst van het nationaal-socialisme met Duitsland, hun vaderland, de verkeerde kant op zou gaan. Klaus Bonhoeffer, de broer van de theoloog Dietrich Bonhoeffer, was daar een goed voorbeeld van. Maar ook Wilhelm Leuscher, voorzitter van de SDP en vakbondsleider was een man van het eerste uur aangaande de antinazistische beweging samen met Julius Leber. Laatstgenoemde werkte ook nog mee met het 20ste Juli-komplot, want er ontstonden later ook nog verbindingen met andere verzetsstromingen.

Het echte begin van het burgerverzet vormden de communisten. Ze kwamen op vlak na de Eerste Wereldoorlog en werden gezien als het “rode gevaar” vanwege hun connectie met buurland Rusland. Duitsland vormde in die periode een buffer tussen Frankrijk en Rusland. Tegelijk met de opkomst van het nazisme, ontstonden er kleine groepjes weerstandplegers. Ze vervalsten persoonsbewijzen en pleegden sabotage-acties. Steeds meer van die groepjes ontstonden, ook bestaande uit niet-communisten, en steeds meer kwam het verlangen tot samenwerking. Zo ontstond die “Rote Kapelle” oftewel het Rode Orkest, één van de grootste burgerbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Toen het politieke klimaat verslechterde, waren een aantal communisten uitgeweken naar het buitenland, waaronder Nederland. Toch probeerden ze invloed te blijven houden in hun eigen vaderland om het verzet gaande te houden.

Dat met name de communisten een grote bijdrage aan het verzet hebben geleverd, mag ook blijken uit het feit dat er kringen waren bestaande uit Joden met communistische sympathieën. Zo’n kring vormde de Baum-gruppe, vernoemd naar de leider Herbert Baum. Een opmerkelijke actie van hun zijde was de brandstichting tijdens de antisovjet-tentoonstelling op 18 mei 1942.

Een geheel andere verzetsgroep vormde de kring Bonhoeffer-Dohnanyi, genoemd naar de al eerder genoemde Dietrich Bonhoeffer en zijn zwager de jurist Hans von Dohnanyi.  Ze brachten onder meer Joden in veligheid door hen te laten vluchten via Zwitserland.

Rond 1942 werden er steeds meer geheime besprekingen gehouden op het landgoed Kreisau, een landgoed dat behoorde aan Graf Helmuth James von Moltke. De deelnemers aan deze besprekingen zouden bekend worden onder de naam: Kreisauer Kring. Hun ledenaantal groeide uit tot meer dan twintig leden. Het doel van hun gesprekken was vooral het opzetten van een grondwet en werken aan rehabilitatie van Duitsland na de oorlog. Het plegen van aanslagen lag niet in hun lijn, dat lieten ze liever over aan het leger. Maar ze begrepen heel goed dat samenwerking de enigste manier was om het politieke klimaat in Duitsland veranderd te krijgen. Daarom zouden er contacten gelegd worden met Generaal Beck en voormalig burgemeester Goerdeler, leden van de groep van de 20ste Juli.

Ook de studenten lieten zich niet onbetuigd. Zo was er de-meest bekend geworden-kring die Weisse Rose, onder leiding van Hans en Sophie Scholl. Maar ook Falk Harnack hield zich bezig met het studentenverzet. In eerste instantie trachtte men vooral verzet te plegen door het verspreiden van vlugschriften, later werd dit uitgebreid tot het kladden van leuzen op muren.

Wat zeker niet vergeten mag worden zijn de wetenschappers. De meeste geleerden, die tegen de Nazi-ideologie gekeerd waren, hebben een actieve rol gespeeld bij de evacuatie van Joden. Of zij wisten de banen van Joodse geleerden veilig te stellen. Enkele gingen nog verder. Zij speelden informatie door naar de geallieerden over onderwerpen als wapenwedloop en kernwapenontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is Paul Rosbaud.