De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

+Die Edelweisspiraten.

“Terug naar de bossen” werd “Grijp de wapens” – de geschiedenis van de Edelweisspiraten.

edelweiss

Hans Steinbrück (23 jaar)had in 1942 nog bij de Gestapo gesolliciteerd, maar toen was hij van gedachten veranderd. Hij ging in het verzet. Sindsdien verborg hij Joden, vluchtelingen en deserteurs. Gewapende overvallen en het neerschieten van Nazifunctionarissen behoorden al snel ook tot zijn taken. Tot zijn einde kwam: publiekelijke ophanging op de hoek Schönsteinstrasse in Keulen. Zonder proces, maar wel met een beschuldiging voor moord op 5 Nazifunctionarissen en een mislukte poging tot stelen van explosieven. Gewoon op straat samen met 12 anderen, waaronder een jongen van 16 jaar, Barthel Schink. Hij was de jongste van het stel…

Hans Steinbrück en Barthel Schink maakten deel uit van de “Edelweisspiraten”.
Bartholomeus Schink was lid van de Ehrenfelder Gruppe, maar had niet iemands dood op zijn geweten. Wel had hij mee gedaan bij de poging om het EL-DE Haus op te blazen. Een pand dat eerder toebehoord had aan de joodse juwelier Leopold Dahmen, maar wat in de oorlogsjaren het hoofdkwartier bevatte van de Gestapo.

Hans Steinbrück was afkomstig uit een antinazifamilie. Wegens verschillende conflicten met de Nazi’s belandde hij in een concentratiekamp. Daar werd hij te werk gesteld om blindgangers (niet-ontplofte bommen) onschadelijk te maken en wist op een zeker moment te ontsnappen. Hij dook onder bij een vriendin in Keulen en gebruikte haar huis als een ontmoetingscentrum van de Edelweisspiraten. In het huis werden Joden, gevluchte dwangarbeiders en deserteurs verborgen. De kelder werd gebruikt voor opslag van gestolen voedsel en wapens. Steinbrück wilde van de inmiddels ontstane groep, de Ehrenfelder Gruppe, een partizanengroep maken, die zouden overgaan tot een gewapende opstand, wanneer de geallieerden Keulen zouden komen bevrijden. Hans Steinbrück was een man, die risico’s durfde te nemen. Hij bedacht verschillende aanslagen en overvallen, ook met explosieven. Toen zijn vriendin met twee joodse meisjes opgepakt en meegenomen werden, zette Hans alles op alles om zijn vrienden te bevrijden. Hij had er zelfs schietpartijen op Nazi’s voor over. Nazi’s, die hij opzocht om te achterhalen waar zijn vrienden waren. Zijn actie bleef niet zonder gevolgen, er kwamen razzia’s en er volgden diverse arrestaties. Hans werd één van de dertien, die in het openbaar opgehangen werd.
Maar wie waren die Edelweisspiraten, hoe groot was hun groep en wat voor betekenis hadden zij met betrekking tot het verzet?

De voorgeschiedenis.

Van oorsprong waren de Edelweisspiraten een jongerengroep, die zich bezig hield met trektochten maken, met onderzoek van de natuur, het gezellig bij elkaar zijn en met muziek maken. Het was een uitvloeisel van de Wandervögelbewegung, die haar oorsprong had in 1899.”Terug naar de bossen” was haar leus, daartoe werden er vele en lange wandelingen gemaakt en werden er volklieder gezongen. Deze Wandervögelbewegung veranderde in de jaren twintig in de HitlerJugend. Een beweging waar de wandelingen in de natuur plaats gemaakt hadden voor marcheren met vlaggen door de straten. Voor deelname aan de HJ gold een leeftijd vanaf 14 tot 18 jaar. Voor de jongens van 10 tot 14 jaar was er Deutsches Jungvolk. Voor de meisjes was er binnen de HJ een eigen afdeling. Jungmädel was er voor de jonge meisjes tussen de 10 en 13 jaar; vanaf de 14de tot hun 18de jaar werden ze lid van de BDM- Bund Deutscher Mädel. Hoewel het in 1939 verplicht werd om lid te zijn van de HJ, waren er toch nog vele Duitse jongeren, die hieraan geen gehoor wilden geven, zowel jongens als meiden. Ze verzetten zich tegen de opgelegde regels en militaire dril. Ze wilden een eigen identiteit ontwikkelen met een drang naar vrijheid en de natuur. Bij de meisjes ging het nog verder, zij vonden de gedachte aan een toekomst als huisvrouw en moeder niet uitdagend genoeg. Ze wilden meer in hun leven bereiken en hun eigen mening kunnen uitspreken. Deze oppositie tegen de HJ leidde tot het ontstaan van verschillende nieuwe jongerengroepen, vooral in de grote steden als onder meer Hamburg, Leipzig, Frankfurt en Keulen. De meeste leden waren tussen de 14 en 18 jaar en de jongens en meisjes trokken samen met elkaar op, in tegenstelling tot de HJ. Zo werd de swingjugend een bekende groep in Hamburg. De leden waren afkomstig uit de hogere middenklasse. Deze jongeren kwamen bijeen om hun voorliefde voor de jazz en swingmuziek met elkaar te delen. Door de Nazi’s was deze Amerikaanse muziek verboden uit angst voor de negatieve invloed, die op de Duitse jeugd kon overslaan en dat riep bij de jongeren juist een tegenreactie op. De antinazistische sfeer nam meer en meer toe en men bleef daarom ook bijeenkomsten houden om van de nieuwe muziek te blijven genieten. De locaties die hiervoor uit gezocht werden, waren niet langer meer straten en pleinen, maar clubs en het ouderlijk huis van de leden. Desalniettemin vonden er regelmatig confrontaties met de Gestapo plaats.

De Edelweisspiraten.

(www. afnv.nl )

(www. afnv.nl )

De Edelweisspiraten was eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende groepen, die weliswaar ieder een eigen identiteit bezaten, maar die ook als één groep naar voren wilden komen. Zo waren de Farhtenstenze actief in Essen, zaten de Kittelbach Piraten in Oberhaussen en Düsseldorf en opereerden de Navajo’s in Keulen. Deze laatste groep was ontstaan rond 1936-1937 en eind 1937- begin 1938 vonden er diverse processen plaats tegen leden van deze groep. Het totaal aantal leden van de Edelweisspiraten werd geschat op 5.000, waarvan alleen al in Keulen er 3.000 waren. De herkomst van de naam Edelweisspiraten is niet helemaal terug te voeren. Wel is bekend dat het kenmerk van de Edelweisspiraten de speld in de vorm van een edelweiss was, welke gedragen werd op een hoed of op de revers van de jasjes. Ook hadden ze een eigen manier van kleden. De jongens droegen meestal trekkershemden met een korte broek en witte kousen met bergschoenen. De meisjes droegen een witte blouse en een blauwe rok. Hun leden waren veelal afkomstig uit arbeidersmilieus en hadden weinig opleiding. Van een aantal leden waren de ouders gearresteerd of omgebracht wegens hun communistische activiteiten. Anderen leefden zonder vader, omdat de mannen waren opgeroepen voor militaire dienst.

Aangezien de Edelweisspiraten in feite uit losse groepen bestond, was er geen echte structuur aanwezig. Het was daarom ook moeilijk samenwerken met andere verzetsgroepen. Dat werd nog eens aangewakkerd doordat de jongeren erg wantrouwend waren naar anderen toe. Dit betekende echter niet dat er geen contacten over en weer waren. In Keulen waren er banden met “National Komitee Freies Deutschland” en met de communistische verzetsorganisatie. Steeds meer jongeren sloten zich aan bij de Edelweisspiraten of sympathiseerden met hen. Daaronder bevonden zich ook jongeren, die werkzaam waren binnen een Naziorganisatie. Sommige HJ-leden, die de HJ wilden verlaten, maar hiervoor nog geen kans hadden gehad, droegen het edelweissspeldje verborgen onder hun HJ- armband.

(www.afnv.nl )

Het Edelweissteken gedragen op of onder revers (www.afnv.nl )

 

De verzetsactiviteiten begonnen.

Hun gemeenschappelijke vijand was de Hitlerjugend. Regelmatig trokken de HJ-leden door de straten om te zien of de jongeren zich wel aan de voorschriften hielden en op de HJ-bijeenkomsten verschenen. De HJ en de Edelweisspiraten kwamen elkaar dikwijls tegen. De Piraten gingen die confrontaties aan, later provoceerden ze daartoe zelfs bewust en openlijk. Handgemeen werd daarbij zeker niet werd geschuwd, want de piraten konden zichzelf goed verdedigen. Ze hadden de beschikking over messen en knuppels. Maar steeds meer gingen de leden van de Edelweisspiraten over tot zelfinitiatieven om de HJ aan te vallen. Eén van die offensieven was bijvoorbeeld het verstoren van HJ-bijeenkomsten. De jongeren verschenen dan met maskers op in de zaal, sneden de stroom af en begonnen in het donker enorme vechtpartijen. Een ander offensief was om leiders van de HJ in de val te laten lopen en hen vervolgens in elkaar te slaan. Door deze methodes van weerstand bieden tegen de HJ, werd de rol van de Edelweisspiraten steeds meer die van het verzet tegen het regime en werden de activiteiten verder uitgebreid.

De jongeren reisden nu steeds naar andere steden, deels om nieuws uit te wisselen, die zij opgevangen hadden door illegaal te luisteren naar de BBC World Service en Radio Moskou en deels om tegelijk vlugschriften te verspreiden. Door dit in andere steden te doen, liepen ze minder kans om gepakt te worden, omdat de Gestapo de verspreiders niet zo gemakkelijk kon herleiden. De vlugschriften bevatten propaganda van de geallieerden of met aanmoedigingsteksten aan de Duitse soldaten om te stoppen met vechten en terug te keren naar hun families. Deserterende Duitse militairen werden geholpen onder te duiken, evenals ontsnapte gevangenen uit concentratiekampen en dwangarbeiders uit de werkkampen.

(www.afnv.nl )

Edelweiss Piraten vlugschrift (www.afnv.nl )

 

Andere Piraten schilderden met verf leuzen op muren, zoals “Weg met Hitler”of “Weg met Naziterreur”. Ze gooiden stenen door de ruiten van munitiefabrieken, schonken een oplossing van suiker en water in de benzinetanks van de auto’s van de Nazi’s. Treinen werden ontspoord, zoals op 20 april1944 ter ere van de 55ste verjaardag van Hitler. Ook werden winkels beroofd van voedsel, bonkaarten gestolen en militaire depots overvallen. De geroofde explosieven werden vervolgens doorgegeven aan de volwassen verzetsgroepen.

Een afdeling onder leiding van Hans Steinbrück besloten om zelfs een aantal functionarissen te liquideren. In totaal werden er 5 politieke Nazileiders doodgeschoten, alsmede ook een leider van de HitlerJugend en een SA-lid. Daarnaast slaagden ze erin om ook nog eens 6 politiefunctionarissen om te brengen. Daaronder bevond zich Hofman, hoofd van de Gestapo en twee andere Gestapo-agenten. In heel Duitsland bedroeg het totaal geliquideerden zelfs meer dan 12, werden ontelbare anderen gewond bij hun acties of werden voortdurend opgejaagd.

De fellere tegenacties van de Gestapo.

De Nazi´s zaten echter ondertussen ook niet stil. Er werd getracht om de jongeren te dwingen zich alsnog aan te sluiten bij de HitlerJugend. Toen dit niet lukte, werden er al arrestaties verricht en werden er straffen bepaald variënd van één jaar tot ruim drie jaar. Maar relatief waren deze straffen nog licht. Tot het dossier de Edelweisspiraten werd overgedragen aan de Gestapo. Zij beschouwde de leden als criminelen. Per slot van rekening waren de Piraten verantwoordelijk voor diverse diefstallen en inbraken. Daarnaast bracht de Gestapo een nieuwe beschuldiging naar voren. De jongeren werden beschuldigd van onzedelijk gedrag. Ze gingen immers gemengd tochten maken en zelfs samen naakt zwemmen. Al deze beschuldigingen gaven de Gestapo in samenwerking met de lokale politie reden genoeg tot hard optreden. In Keulen werd een Sonderkommando ingezet om samen te werken met de Keulse recherche. Aan het hoofd van dat commando stond commissaris Ferdinand Kütter. Kütter was een man met een enorme wraakzucht en hij wilde dan ook een grote slag slaan om te laten zien dat hij zijn promotie waardig was. Het voltallige commando bestond uit Josef Hoegen, W. Hirschfeld en J. Schiffer. Hun gezamelijke jacht had resultaat. In de herfst van 1942 werden ruim 60 jongeren opgepakt en beschuldigd van criminele activiteiten, alsmede van het verspreiden van vlugschriften tegen het Naziregime. Ook in andere steden waren er inmiddels arrestaties verricht. In december werden nog eens 30 groepen in Düsseldorf, Essen, Duisburg en Wuppertal opgerold. Tijdens deze razzia´s werden meer dan 700 jongeren opgepakt. Zo´n 320 daarvan werden verhoord en 130 werden officieel gearresteerd. Drie jongeren worden naar een concentratiekamp gestuurd, twee van hen waren half/joodse jongens.

Tijdens de verhoren werd er door de Gestapo onder andere gebruik gemaakt van stukken hout, stoelpoten en gummiknuppels. Wanneer de jongeren helemaal in elkaar geslagen waren, werden ze gedwongen een blanco formulier te ondertekenen. Er werd hen niet getoond wat ze daadwerkelijk gezegd hadden tijdens de verhoren. Soms werd midden in de nacht hun celdeur opengegooid en moesten de meisjes en de jongens de gang op. Tussen de bewakers werd dan openlijk overlegd of ze de jongeren meteen de kogel zouden geven of dat ze opgehangen moesten worden. Doodhongeren werd ook nog als optie voorgesteld. Doch de Edelweisspiraten gaven niets toe. Ze bleven bewonderenswaardig standvastig, wat er ook gebeurde.

De straffen varieerden. Sommige jongeren werden voor de periode van 6 maanden naar een gevangenis of tuchtschool gestuurd. Anderen weerden gezonden naar psychiatrische ziekenhuizen, werkkampen of concentratiekampen. Weer anderen kregen een versnelde oproep voor de RijksArbeidsDienst of de Wehrmacht. Een aantal werd simpelweg omgebracht, waaronder Hans Steinbrück en Bartel Schink. Ze werden eerst, tesamen met 16 anderen jongens, vreselijk mishandeld om hen tot bekentenissen te dwingen. Enkelen van hen sloegen door. Op 10 november 1944 werden 13 leden van de Ehrenfelder Gruppe publiekelijk opgehangen op de hoek van de Schönsteinstrasse en de Venloerstrasse. Beschuldigd van de moord op 5 nazifunctionarissen en een mislukte poging tot het stelen van explosieven. De lijken bleven 24 uur hangen, niemand kon iets doen, want de straten wemelden van de SS en Gestapo. Tijdens een zware luchtaanval was het pas mogelijk om de lijken van de galgen af te halen.

Na de oorlog.

De Edelweisspiraten wilden niet wijken voor deze terreur, ondanks de zware verhoren en strenge straffen. Ook na de Duitse capitulatie bleven de Edelweisspiraten nog een tijd actief. Dat duurde tot 1947 en toen vielen de groepen uiteen.

De Edelweisspiraten waren niet gebonden aan een politieke ideologie, maar ze verzetten zich voornamelijk tegen de dwang van de nationaalsocialistische staat. Zo formuleerde E.M. Jovy het in zijn dissertatie, getiteld “Deutsche Jugendbewegung und Nationalsozialsimus”. Echter, voor wat betreft hun activiteiten waren de Piraten toch te beschouwen als een politieke groepering. Hun acties, die in de oorlog werden beschouwd als crimineel, hadden geen andere doel dan het in leven houden van vluchtelingen en onderduikers. Daarom zijn ze wel degelijk te beschouwen als een politieke verzetsgroep, luidde aldus de conclusie van E.M. Jovy.
Deze conclusie betekende helaas niet dat daarmee ook erkenning voor de Edelweisspiraten ontstond. Net zo min droeg de onderscheiding door Yad Vashem in 1972 daartoe bij. Het Israëlische Herdenkingsmonument vereerde de Edelweisspiraten als Helden aller Volkeren, wegens hetgeen de Edelweisspiraten gedaan hadden om de Joden te redden. Toen in oktober 1981 de zuster van Barthel Schink probeerde om smartengeld te krijgen voor haar moeder, werd dit afgewezen met het argument dat Bartholomeus Schink lid was geweest van een misdadigersbende. Er waren geen bewijzen dat hij was terecht gesteld wegens politieke activeiten. Hetzelfde argument bleef ook van kracht bij de andere leden van de Edelweisspiraten, van wie de nabestaanden een gelijksoortig verzoek indienden. Tot ver in de jaren tachtig bleek het nog steeds onmogelijk om te vechten voor eerherstel van de Edelweisspiraten.
In Keulen werd pas in november 2003 een plaquette onthuld, waarop de namen vermeld stonden van de 13 jongens, die waren opgehangen in november 1944. In 2005 volgde een politieke rehabilitatie. Sindsdien worden de Edelweisspiraten ook beschouwd als een verzetsgroep en niet meer als criminelen.

Over het Sonderkommando.

Commissaris Ferdinand Kütter– hij was eerst werkzaam bij de Keulse politie. In 1933 veranderde hij van richting binnen het politiekorps en ging hij zich bezig houden met politieke delinquenten. Vlak daarna stapte hij over naar de Gestapo. Hij onttrok zich aan een veroordeling door middel van zelfmoord met een kogel op 12 april 1945.
Josef Hoegen—hij had oorspronkelijk geen opleiding afgemaakt. Hij was bij de SS ontslagen wegens zwarte handel in vlees en uit de NSDAP gezet. In 1943 kwam hij bij de Gestapo en werd door de vijand gevreesd om zijn bruut geweld. Na de oorlog werd hij veroordeeld tot negen jaar tuchthuis voor 73 gevallen van zware mishandeling, die drie keer de dood ten gevolge had en wegens misdaden tegen de mensheid.
Hirschfeld—hij was sinds mei 1944 actief bij de afdeling “buitenlandse arbeiders”. Daarna kwam hij bij het kommando van Kütter. Na de oorlog veroordeelde een Britse rechtbank hem ter dood. Later kreeg hij gratie en werd zijn straf ongezet in 6 jaar tuchthuis. Het Keulse Landgericht veroordeelde Hirschfeld in 1949 wegens mishandeling, dood door schuld en misdaden tegen de mensheid. In 1952 werd Hirschfeld vrijgelaten.
Schiffer—ook hij werd veroordeeld tot het tuchthuis, onder meer wegens zware -vooral geestelijke -mishandelingen en misdaden tegen de menselijkheid.

(www.afnv.nl )

Herdenkingsplaquette in Keulen, onthuld in november 2003.

Namen en geboortedatums van de slachtoffers van de lynchpartij in Keulen Ehrenfeld op 10 november 1944

Hans Steinbrück,
Günther Schwarz,
Gustav Bermel,
Johann Müller,
Franz Rheinberger,
Adolf Schütz,
Bartholomäus Schink,
Roland Lorent,
Peter Hüppeler,
Josef Moll,
Wilhelm Kratz,
Heinrich Kratina,
Johann Krausen,
geb. 12 april 1921
geb. 26 augustus 1928
geb. 11 augustus 1927
geb. 29 januari 1928
geb. 22 februari 1927
geb. 03 januari 1926
geb. 25 november 1927
geb. 12 maart 1920
geb. 09 januari 1913
geb. 17 juli 1903
geb. 06 januari 1902
geb. 15 januari 1906
geb. 10 augustus 1887

In 2004 is er over de Edelweisspiraten een speelfilm gemaakt door de Duitse regisseur Niko von Glasgow. De film vertelt het verhaal hoe Karl en zijn broer Peter Ripke zich ontfermd hebben over Hans Steinbrück, toen deze ontsnapt was tijdens onschadelijk maken van explosieven. Voor dat werk werden namelijk van kampgevangenen gebruik gemaakt. Door Steinbrück te helpen, raken de beide broers betrokken bij de Edelweisspiraten en worden ze lid van deze groep. Het is een aangrijpende film, die ook het lot belicht van de leden na hun arrestatie door de Gestapo.

Bronnen:

www.afvn.nl/ , met extra dank voor de foto’s.

http://edelweisspiraten.net/

www.raoulwallenberg.net

www.arasite.org

Archief Verzetsmuseum Amsterdam–Volkskrant-artikel van 1 september 1984: “Edelweiszpiraten: Duits verzet in de verdomhoek”. Verslaggeefster: Lisette Lewin.