De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

+Die Rote Kapelle-Berlin.

De voorgeschiedenis.

Na de eerste Wereldoorlog moest Duitsland zien te wennen aan de ongemakkelijke vrede, die veel armoede bracht. Bijna 2,4 miljoen Duitse soldaten waren in de oorlog gesneuveld en velen van hen hadden hongerig weduwen en kinderen na gelaten. De soldaten, die veelal verminkt terug gekeerd waren, zwierven bedelend door de straten in hoop op wat eten. Er heerste veel ondervoeding en veel mensen leden aan misvormingen van het skelet als gevolg daarvan. In 1919 heerste er ook nog de Spaanse griep, die ook vele doden eiste. De arbeiders kwamen in opstand tegen de hongersnood, mede ook door de inflatie in 1923, waardoor de Duitse mark nauwelijks nog iets waard was. Door deze nijpende omstandigheden, waaronder het Duitse volk gebukt ging, zag Adolf Hitler zijn kans schoon om naar de macht te grijpen.

Berlijn werd in die dagen van de eindjaren twintig gezien als een decadente poel des verderfs vanwege het beruchte nachtleven en de avant-gardistische invloeden, die er heersten. Ook zat zij vol communisten, kunstenaars en joden. In 1930 vormde de stad een enorme mengeling van culturen, talen, generaties en ideologieën, doch volgens Hitler gloorde er hoop aan de horizon van deze verdorven stad: de nationaalsocialisten stonden klaar om de leiding over te nemen en het land weer op de juiste koers te brengen. In Berlijn heerste echter een diepgewortelde socialistische en communistische cultuur, waar men feller tegen de nazi-ideologie was dan op het platte land.

De meeste kunstenaars waren niet nazistisch, maar velen van hen waren wel communistisch en voor hen stonden slechts twee keuzes open: zich schuilhouden of het land ontvluchten. Aanpassen aan de politiek van dat moment werd gezien als laatste optie. De Nazi’s waren er op uit om de intellectuelen het zwijgen op te leggen. Er ontstond een zwarte lijst voor Duitse schrijvers en er vonden boekverbrandingen plaats. Men had de medewerking van de arbeiders, technocraten en intelligentsia nodig om hun macht te verstevigen. Om dit te bewerkstelligen zochten de Nazi’s hun toevlucht tot een methode van terreur en probeerde men zo meedogenloos te zijn dat angst ertoe zou leiden dat men uiterst volgzaam werd. Een doeltreffend middel hiervoor vormde in de ogen van de Nazi’s de concentratiekampen, die elementen bevatten van gevangenis, werkkamp en plaats van executie.

Het was op 14 maart 1933 dat Heinrich Himmler als pas benoemd hoofdcommissaris van München de opdracht gaf voor de ombouw van een voormalig munitiefabriek tot en concentratiekamp voor politieke gevangenen, die in preventieve hechtenis waren genomen, zoals destijds gemotiveerd werd. Het terrein lag in de buurt van München, net even buiten Dachau… Het kamp kreeg ongeveer 5.000 gevangen te verwerken, de meesten van hen waren communisten, maar er zaten ook veel sociaaldemocraten en vakbondsmensen onder, die tijdens de razzia’s waren opgepakt. Per maand werden er tussen de 600 en 2.000 gevangenen, die nog de meest gematigde opvattingen erop nahielden, vrijgelaten om weer plaats te maken voor nieuwkomers. Er zijn schattingen dat in 1933 zo’n 100.000 mensen in concentratiekampen terecht waren gekomen, circa 600 van hen zijn daarbij om het leven gekomen.

 

Aanloop tot ontstaan van die Rote Kapelle.

Het eerste complot tegen Hitler door de communisten was in 1933. Op 3 maart werd deze groep die onder leiding stond van een scheepsbouwer gearresteerd. Aan het eind van het jaar werden ze wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. Voor veel Duitsers vertegenwoordigden de communisten de enige bruikbare oppositiemogelijkheden tegen het fascisme, doch de KPD was niet erg gedisciplineerd en Stalin maakte hiervan dankbaar gebruik, want hij zag niet graag een verbintenis tussen de Duitse communisten en de sociaaldemocraten, die zich vervolgens zouden keren tegen de Sovjet-Unie. Door middel van zijn intriges werden de nazi’s de grootste vijand van de KPD. Onmiddellijk na de machtsovername in 1933 werden duizenden KPD-leden opgepakt en ongeveer 2.000 leden vermoord. Duizenden verlieten daarop de partij en velen van hen ontvluchtten Duitsland. Van de partij met een ledenaantal van 300.000 leden was er na 1933 weinig meer over. Toch wilde een aantal doorgaan met hun illegale activiteiten. Er waren verschillende vormen van verzet:
– binnenlandse emigratie; mensen ontvluchtten de stad en probeerden de periode dat de nazi’s aan de macht waren door te komen op het platteland. Ze wilden niet meewerken aan het regime, maar ook niet echt verzet plegen.
-Resistenz; men weigerde geld te geven of goederen bij inzamelingen door de nazi’s. Ook brachten zij de Hitlergroet niet. Voor een dergelijke houding kon men overigens al aangeklaagd worden.
-Widerstand; het echte daadwerkelijke verzet.

Een onderdeel van het actieve verzet was om meer steun te krijgen voor hun activiteiten. Daartoe zochten de antifascisten contact met het buitenland. Echter, zowel Engeland als Amerika voelden er weinig voor om tegen Hitler in te gaan. Veel Britten sympathiseerden met Hitler, ze waren van mening dat Hitler de juiste man was om het bolsjewisme een halt toe te roepen en de Duitse economie weer uit het dal te halen. Antisemitisme was in Engeland ook al wijdverbreid en ze  had haar eigen fascistische beweging onder leiding van Oswald Mosley. De Amerikanen hadden geen sterk omlijnde beleid ten aanzien van de nazi’s en ze beschikten toen ook nog niet over een noemenswaardige inlichtingendienst. Bovendien waren er Amerikanen geweest, die geld geïnvesteerd hadden in het naziregime. De Sovjets daarentegen hadden wel belangstelling en heel wat informatie was in eerste instantie hun kant op gegaan, maar vooralsnog bleven de illegale activiteiten hoofdzakelijk beperkt tot het eigen land, Duitsland. Pas in 1942 werd er een verklaring ondertekend, waarin de vernietingspolitiek tegen de joden veroordeeld werd. Echter het geloof dat er Duitsers waren die zich durfden te keren tegen het regime, werd er niet groter door.

Een belangrijke schakel in zowel binnenlandse opruiing als het doorspelen van  bruikbare informatie over de Duitse economie was Arvid Harnack, een econoom  en marxist, die getrouwd was met een Amerikaanse vrouw Mildred. Harnack had zichzelf tot missie gesteld om contacten op te bouwen tussen verschillende kringen, naast het verzamelen van informatie voor de Sovjets, hoewel hij geen echte Sovjetagent wilde worden. Door de vaderlandsliefde van zijn vrouw, voelde hij zich ook sterk verbonden met de Amerikanen en wilde hij ook hen informatie toespelen. Zijn primaire belang was zijn vaderland en iedereen die daarbij hulp wilde verlenen, was welkom. In 1935 was een netwerk rondom deze man ontstaan met naast communisten ook leden uit sociaaldemocratische kringen en uit Lutherse kringen, ook waren mensen aangesloten, die werkzaam waren bij de Amerikaanse ambassade alsmede vrienden uit literaire en academische kringen. Het netwerk was opgebouwd uit kleine kringen, ieder bestaande uit ongeveer 5 à 6 man en vrij weinig wetend van de andere groepjes met oog op mogelijke arrestaties. De kans op verraad werd op deze manier zo klein mogelijk gehouden.

In datzelfde jaar vond de ontmoeting plaats met een andere charismatisch figuur, een officier bij de luchtmacht en antifascist Harro Schulze Boysen, een achterneef van admiraal Tirpitz .  Hij was geen lid van de KPD (Kommunistische Partei Deutschlands) maar had wel duidelijke voorliefde voor de communistische leer. Waar Harnack voorzichtig en bedachtzaam was, was Schulze-Boysen brutaal en impulsief. Niettemin, die Rote Kapelle was geboren. Dat wil zeggen de kring was geboren, de leden hadden zichzelf geen naam gegeven. De naam die Rote Kapelle werd pas later aan deze kring gegeven door de Gestapo. Van oorsprong had zij met deze naam een heel andere groep op het oog, namelijk de kring, die gesitueerd was in Brussel. Deze was opgericht door de Poolse communist Leopold Trepper. Die “Rote Kapelle” ofwel het “Rode Orkest” was niet zomaar een naam, ze sloeg op de manier van contact maken. De antifascisten deden dit via radiozenders en in dit geval dan vooral met de Russen. Zij droegen daarom al de bijnaam “de Roden”. Maar er werd gebruik gemaakt van meer bijnamen. Zo werd de marconist gezien als de pianist. Dit was omdat het apparaat dat hij gebruikte om te seinen een tikkend geluid voortbracht. De hele kring werd beschouwd als een orkest met aan het hoofd de dirigent, dat was dus de leider van de kring.
Toen ontdekt werd dat er in Berlijn een soortgelijke kring was, kreeg deze dezelfde naam, omdat er vermoed werd dat er connecties waren tussen beide kringen. Die waren er echter niet, slechts een enkel maal is er sprake van een oppervlakkig contact geweest.

Harro Schulze-Boysen hield van uitdagingen en al snel ontpopte hij zich als een echte leider. Verschillende kringen sloten zich nu aan bij die Rote Kapelle, waaronder de Neuköllnse groep van de voormalige journalist John Sieg en de kring rondom het echtpaar Adam en  Greta Kuckhoff. Andere belangrijke leden, die zich ook hadden aangesloten, waren onder meer: de toneelschrijver Günther Weissenborn, de journalist Walter Husemann en de beeldhouwer Kurt Schumacher, om maar een paar te noemen, want de kring was veel omvangrijker, zeker vijftig vrouwen en meer dan honderd mannen waren er lid van en afkomstig uit uiteenlopende beroepen. Er zaten artsen, professoren, schrijvers, kunstenaars en voormalige regeringsfunctionarissen onder.

Allen lieten leden van hun groep infiltreren in de ambtenarij van de nazi’s om zo aan informatie te komen. Ook sabotageacties en het drukken en verspreiden van pamfletten bleven tot hun illegale activiteiten behoren. Een andere groep, weliswaar zelfstandig bleef werken, maar wel beschikte over een contactpersoon die lid was van Rote Kapelle was de Baum-gruppe. Terwijl Herbert Baum zich op 18 mei 1942 bezig hield met de brandstichting op de tentoonstelling “het Sovjetparadijs”, verspreidde Schulze-Boysen met enkele handlangers posters door de stad, die de spot dreven met Goebbels, de organisator van de tentoonstelling.

Het einde van die Rote Kapelle.

Het leken heldhaftige acties, maar het vergde wel degelijk moed. Niet alleen was de keerzijde het risico op arrestaties door de Gestapo, doch de antifascisten waren zeker ook bang voor represailles tegen hun geliefden en dierbare familieleden, wanneer ze ontdekt zouden worden. En uiteindelijk werden ze ook ontdekt. Niet door roekeloosheid van de leden maar door onzorgvuldigheid van de Russische zijde. Een bericht uit Moskou had namen, adressen en telefoonnummers onthult. Met veel speurwerk slaagde de Gestapo in augustus ’42 erin om de eerste arrestaties te verrichten. Er werd van alles geprobeerd om aan meer namen van de overige deelnemers van de kring te komen. Martelingen was zo een methode, maar ook door mensen undercover in de cel bij de gevangene te plaatsen hoopte men wijzer te worden. Onder de arrestanten bevonden zich ook een moeder met een baby en een jonge vrouw die zwanger was. Verschillende gevangenen hebben geprobeerd zelfmoord te plegen. Ze waren bang dat ze tijdens de verhoren zouden doorslaan en zo hun medekameraden konden verraden. Hoeveel gevangenen er tijdens die verhoren wel zijn doorgeslagen is niet bekend. De verslagen spreken elkaar op dat punt tegen.

De processen werden gevoerd voor twee rechtbanken: het Volksgerichthof voor de burgerleden en een Reichskriegsgericht voor de militaire leden. Militaire spionage werd gezien als hoogverraad en daar stond de doodstraf op, maar ook vele van de burgerleden kregen te horen dat hun vonnis executie luidde. Die executies werden niet simpelweg door middel van de kogel voltrokken. Hitler eiste een vernederende straf. Bij executie door het vuurpeloton behield de gestrafte toch nog een zekere waardigheid en de guillotine was snel en vrijwel pijnloos. Deze methode van executie werd meestal toegepast bij jonge mensen en vrouwen. Ophanging was echter de minst eervolle manier. De conclusie was simpel en in de gevangenis Plötsensee werd vervolgens een stalen balk met acht vleeshaken geïnstalleerd. Hieraan werden de mannelijke leden opgehangen en stierven zij een langzame dood. De vrouwelijke leden van die Rote Kapelle werden geëxecuteerd door middel van de guillotine. Later zou deze methode ook voor andere politieke gevangenen gebruikt worden.

Na de oorlog: hoe nu verder…

Halverwege 1943 volgde een tweede massaproces, ook hier kregen vele gevangenen de doodstraf. Toch slaagde een enkeling erin om levend uit de gevangenis te komen, niet altijd begrijpend wat daar de reden van was, maar ze waren er niet minder dankbaar om. Onder hen Greta Kuckhoff en Günther Weissenborn. Ze zagen het als hun taak om de herinneringen aan de kring en hun activiteiten levend te houden. Dit vonden ze belangrijk en het hielp hen bovendien te leven met het schuldgevoel dat zij wel de oorlog overleefd hadden. Maar voorlopig waren zij de enigen met die opvatting.
Na de oorlog was er geen aandacht voor het verzet in Duitsland, ook niet van Amerikaanse zijde. Er heerste zelfs een mening, die inhield dat de leden van die Rote Kapelle in feite sovjetspionnen waren en dat de overlevenden hun activiteiten voortzetten tot in de Koude Oorlog. Dat er ook vele niet-communisten deel uitgemaakt hadden van deze kring werd en passant maar even vergeten…

Wenn wir auch sterben sollen
So wissen wir: Die Saat
Geht auf. Wenn Köpfe rollen, dann
Zwingt doch der Geist den Staat.

“Glaubt mit mir an die Gerechte Zeit, die alles reifen lässt.”

[Al moeten we sterven,
Toch weten we: het zaad
komt weer op. Ook al rollen er koppen,
de geest heerst toch over de staat.

“Deel met mij het geloof dat alles op zijn tijd tot rijping komt.”]

(Stukje uit een gedicht dat Harro Schulze-Boysen in een muur van zijn cel geschreven had)

Zie ook : Picture-Gallery

Bron:

Nelson, Anne- Het Rode Orkest,  2009.

Aanvullende info:

In mei 2010 werd het boek “Het Rode Orkest” van Anne Nelson gelanceerd in Duitsland. Tegen de verwachtingen in, werd het boek goed ontvangen. Het ziet er naar uit dat de tijd gekomen is dat ook in Duitsland meer respect ontstaat voor het Duitse Verzet.
-Artikel van de historicus Hans Mommsen

-Artikel in Der Spiegel

-Artikel in de Wiener Zeitung