De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Albert Göring, de man met een beladen naam.

Albert Göring  – 9 maart 1895 – 20 december 1966

2965_albertgoering

Hij is het overtuigende bewijs dat de visie van goed-of-fout tijdens de Tweede Wereldoorlog te eng gedacht is, want Albert Göring behoort absoluut tot het grijze gebied. Hij was bij machte om ‘staatsgevaarlijke personen’ als Joden en Communisten te redden, hij kon immers gebruik maken van zijn naamsbekendheid. Het gevolg was dat Göring jarenlang werd beschouwd als een dubieus figuur. Albert Göring stierf in 1966 arm en zonder erkenning van zijn daden in de oorlog. Pas in dit decennium gaan er stemmen op om Albert voor te dragen voor de Yad Vashem-onderscheiding, die uitgereikt wordt aan mensen, die in de oorlog Joden geholpen hebben met onderduik en/of vlucht.

De broers Hermann en Albert Göring waren erg gesteld op elkaar, toch waren ze totaal verschillend in karakter. Dat verschil kwam ook tot uiting in de politieke keuzes, die zij maakten in de oorlog. Hermann werd Rijksmaarschalk, Minister van Luchtvaart, opperbevelhebber van de Luftwaffe en was plaatsvervanger van Adolf Hitler. Hermann zag zichzelf als een gematigd Nationaalsocialist, ofschoon hij binnen eigen gelederen gezien werd als overtuigd Nazi. Per slot van rekening ondertekende hij in 1941 persoonlijk het bevel om te beginnen met de Endlösung der Judenfrage. Albert daarentegen verafschuwde alles waarvoor het nationaalsocialisme stond. In het bijzonder de Jodenhaat en de onmenselijke daden, waaraan de nieuwe politieke stroming en dus ook zijn broer zich schuldig maakte. Voor Albert Göring waren de Joden in de eerste plaats mensen, ze waren vaders, moeders en kinderen; gezinnen en families. Of het feit dat zijn moeder een buitenechtelijke relatie had met Hermann Epenstein daaraan ten grondslag lag, is gissen. Volgens het gerucht in die dagen zou Epenstein zelfs de biologische vader zijn van Albert. Vader of alleen peetoom, hoe het ook zij, Epenstein bezat Joods bloed en dat zal ongetwijfeld van invloed zijn geweest op de houding van de jonge Albert.

Terwijl Hermann koos voor een militaire carrière- tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij jachtvlieger bij luchteskadron I dat onderleiding stond van Manfred von Richthofen -, ging Albert de artistieke kant op. Hij werd filmmaker. Albert was een opmerkelijk personage, een echte levensgenieter, die geen blad voor zijn mond nam. Hij was erg populair onder de vrouwen door zijn prachtige bruine ogen en zijn elegante voorkomen. Toen de Nazi’s aan het bewind kwamen en de Joden steeds meer in het nauw gedreven werden door acties van de SA, zoals tijdens de Kurfürstendamm – oproer in 1931, verliet Albert Duitsland om zijn heil te zoeken in Oostenrijk. Hij vond werk in een filmstudio in Wenen en schroomde niet om ondertussen zijn kritiek te uiten op het Nazisme, toen de Nazi’s Oostenrijk binnentrokken in 1938. Ook weigerde hij steevast om Nazi -officieren te begroeten met “Heil Hitler”. Om zijn anti -nationaalsocialistische houding nog meer kracht bij te zetten, begon Albert zijn Joodse vrienden te helpen. Hij verstrekte hen valse reisdocumenten en gaf geld, zodat de mensen konden vluchten naar bijvoorbeeld Engeland, Zwitserland en de Verenigde Staten. Maar zijn inzet bleef niet beperkt tot vrienden en kennissen. Albert wilde meer mensen helpen, zowel Joden als niet-Joden en hij deed dat beslist niet in het geheim. Hij voelde zich gesterkt door zijn relatie met de Rijksmaarschalk. Dat maakte hem brutaal in zijn ondernemingen met het risico te geraken in levensgevaarlijke situaties, zoals tijdens zijn verblijf in Tsjechië.

Albert en zijn eerste vrouw, de Tsjechische schoonheidskoninging Mila

Albert en zijn eerste vrouw, de Tsjechische schoonheidskoningin Mila

Albert stapte uit de filmwereld en besloot in zaken te gaan. In 1938 verhuisde hij naar Pilzen, waar hij werk kreeg bij de Skoda-autofabriek. Ook hier hielp hij de armen en de vluchtelingen met geld. Daardoor kwam hij in contact met het Tsjechische verzet en die ontmoetingen brachten hem ertoe sabotageacties op te zetten onder de fabrieksarbeiders. Toen hij manager export werd, bood die functie hem de gelegenheid om nog meer Joden te helpen, soms door hachelijke ondernemingen. Zo reed hij eens met een truck naar het concentratiekamp Terezin. Hij spelde de bewakers het verhaal op de mouw dat Hermann Göring dringend arbeidskrachten nodig had. De naam Göring boezemde ontzag in en Albert kreeg zonder problemen een aantal Joden mee. Met een wagen volgeladen ‘arbeidskrachten’ reed Albert naar een bos, waar hij de Joden vrij liet. Een ander opmerkelijk reddingsverhaal is het relaas over Josef Charvát dat plaats vond, toen Göring werkzaam was in Praag voor de Skoda-fabriek. Charvát, arts en verzetsman zat gevangen in het concentratiekamp Dachau. Op briefpapier, waarop de naam Göring vermeld stond, schreef Albert een brief naar de kampcommandant en eiste de vrijlating van Charvát. De commandant durfde niet goed te weigeren, alleen zat hij met het probleem dat er twee mannen met de naam Charvát gevangen zaten in zijn kamp. Uit angst voor een confrontatie met de Rijksmaarschalk liet hij beide mannen vrij. Albert ging zelfs zover dat zijn bezoeken aan zijn broer Hermann in Berlijn uitdraaiden op regelrechte verzoeken voor papieren om bepaalde Joden te vrijwaren voor de concentratiekampen. Eén van de personen, die op deze manier zijn leven aan deze Göring te danken had, was de vrouw van de componist Franz Léhar. Zij was namelijk Joods en dankzij Albert verkreeg ze de Ariër -verklaring. Daarmee kon ze haar vrijheid behouden.

H.Goering

Hermann Göring

Jachtvlieger Luitenant Hermann Göring

Jachtvlieger Luitenant Hermann Göring

Natuurlijk konden deze daden niet zonder gevolgen blijven en al gauw had de Gestapo hem in het vizier. Er werden minstens 4 arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen Albert Göring, maar iedere keer weer hield de naam Göring hem uit de cel. Ook het executiebevel in 1944 werd hem niet fataal. Hermann was het veiligheidsnet voor hem en zolang die bijdragen hem maar niet in problemen bracht, werkte de Rijksmaarschalk mee. Hermann wilde graag dat zijn twee jaar jongere broer tegen hem opkeek en Albert maakte daar dankbaar gebruik van. Daar stond tegenover dat Albert op zijn beurt aan zijn broer de plechtige belofte deed om te zorgen voor diens vrouw en dochtertje, toen Hermann in mei 1945 achter de tralies verdween na zijn overgave aan de geallieerden. Maar na de oorlog kon de naam “Göring” hem vanzelfsprekend niet langer meer beschermen. De Rijksmaarschalk was immers schuldig verklaard voor zijn aandeel in de planning en uitvoering van aanvalsoorlogen van Nazi-Duitsland, evenals voor zijn persoonlijke schaamteloze roofzucht en ook voor zijn medewerking aan de organisatie van de Holocaust. Door zelfmoord te plegen, kon hij ontsnappen aan dood door de strop, een doodstraf, die hij als militair oneervol vond.
Albert kon ternauwernood ontkomen aan vervolging voor oorlogsmisdaden, desondanks wilde hij onder geen beding zijn naam veranderen. Hij bleef loyaal aan zijn broer, die hem per slot van rekening zo dikwijls geholpen had. Dat had tot tragische gevolgen. Albert werd verklaard tot ‘persona non grata’ verklaard en daardoor had hij veel moeite om werk te krijgen. Albert Göring werd depressief en ook nog eens alcoholverslaafd. Bovendien leidde hij een losbandig leven, al trouwde hij verschillende keren. Uiteindelijk vond Albert nog werk als ontwerper in een constructiebedrijf in München tot hij in 1966 stierf.

Hoeveel mensen hij precies gered had, wist Albert Göring niet. Toen hij gevangen zat, had hij een lijst gemaakt, waarop 34 namen stonden van geredde Joden. Maar eigenlijk ging het hem niet om aantallen, maar om mensen. Er zijn echter aanwijzingen dat gaat het om honderd mensen, waarschijnlijk nog wel meer. In de loop der jaren doken er steeds meer getuigenissen op van mensen, die beweerden dat zij hun leven te danken hadden aan Albert Göring. Hun verhalen bleken op waarheid te berusten. Voor Irena Steinfeldt, één van de medewerkers van Yad Vashem, waren deze verhalen de aanleiding om in 2012 een onderzoek te starten om te zien of Albert Göring nu wel op zijn merites kon worden beoordeeld, zoals ieder ander, die in de oorlog hulp verleend had aan Joden en niet langer meer zou worden afgewezen omwille van zijn naam. Of hij daadwerkelijk opgenomen zal worden in de nog steeds groeiende rij van “Rechtvaardige onder de volkeren”, daarvoor is het nog te vroeg.

 

Albert en Hermann Göring en hun echtgenotes

Bronnen:

-Vriesema, Inge -Het beroemde broer en zus boek; uitgeverij Thomas Rap -2012

Internet:

Albert Goering, the good brother

-The Jewish Week –Will Yad Vashem Honour A Goering?