De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

COMMUNISTISCH VERZET

Korte algemene inleiding tot het communistisch verzet en de band met Nederland
De Koude Oorlog zorgde voor een andere – en meer tegenstrijdige – houding tegenover het communistisch verzet dat actief was in de Tweede Wereldoorlog. In de DDR werd dat communistisch verzet op een voetstuk gezet, omdat de activiteiten grote invloed had gehad op de nederlaag van Nazi-Duitsland. Door West-Duitsland werd echter tegen het communistisch verzet aangekeken als een groep die zich bezig had gehouden met spionage. Erkenning voor de moed voor de daden van de verzetsstrijders was niet aan de orde, als er al erkenning voor het Duits verzet überhaupt was in de eerste jaren na de oorlog.

Hoewel de attitudes van Oost en West Duitsland afzonderlijk begrijpelijk waren, waren in beide gevallen de opstellingen schromelijk overdreven. Toch kan aan het communistisch verzet niet voorbij gegaan worden. De communisten waren immers de verzetplegers van het eerste uur, toen anderen nog een afwachtende houding aannamen tegenover het fascisme. Dat begon al in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en vervolgens in de Tweede Wereldoorlog, toen vele verzetsstrijders huiswaarts keerden om in Duitsland en Nederland actief hun verzet voort te zetten. Onder hen bevond zich een groot aantal vrouwen. In vele verzetsgroepen vervulden vrouwen een belangrijke initiërende en ondersteunende functie. Al vroeg beseften zij de gevaarlijke kanten van het opkomende fascisme. In verzet gaan werd voor hen eerder een vanzelfsprekendheid dan een keuze en dat leidde ertoe dat veel vrouwen eerst betrokken raakten bij de Spaanse Burgeroorlog en na hun terugkeer deelnamen aan het Duits verzet.

Bataljon van de Internationale Brigades achter het front

Bataljon van de Internationale Brigades achter het front

Dientengevolge waren het ook de communisten die in Nazi-Duitsland als eerste opgesloten werden in concentratiekamp Dachau. Dit kamp werd op 22 maart 1933 in eerste instantie opgericht om politieke tegenstanders van Hitler, zoals communisten en sociaaldemocraten, op te sluiten. Al direct in het eerste jaar kwamen tientallen politieke gevangenen in Dachau om het leven.

Het Rode Gevaar

Hoewel de nazi’s fanatiek jacht maakten op de communisten, waren zij beslist niet de enigen die de communisten als de gevaarlijkste politieke vijanden zagen. Ook andere landen waren fel tegen het communisme gekant, zij beschouwden het rode gevaar zelfs als een nog grotere dreiging dan het fascisme. Sterker nog, het kwam hen wel goed uit dat de nieuwe leider in Duitsland – Adolf Hitler – deze strijd met het rode gevaar voor hen aanging. Dat het een heftige strijd werd, viel te verwachten, want de doelstellingen van de nationaalsocialisten en de communisten lagen mijlenver uit elkaar. De Kommunistische Partei Deutschlands (KPD), opgericht op 30 december 1918, richtte zich naar het voorbeeld van de Kommunistische Internationale (Komintern) in Moskou. Hun streven was om de macht bij het proletariaat te krijgen. Deze doelstelling stond haaks op het gedachtegoed van de nationaalsocialisten die streefden naar eenheid en verheffing van het Duitse Arische volk. Daarbij stonden krijgshaftigheid, trouw en gehoorzaamheid aan één leider centraal.

Poster KPDBegin jaren ’30 was de KPD de derde grootste partij in Duitsland, ze telde 36.0000 leden. Tijdens de Duitse Rijksdagverkiezingen in 1932 stemden circa 6 miljoenen mensen op de KPD. Maar steeds meer werden de communisten een doorn in de ogen van de snel opkomende nationaalsocialisten door hun verweer dat aanvankelijk eind 1932 nog rustig verliep, maar vanaf begin 1933 intensiever werd. Het verzet gebeurde grotendeels ondergronds. De leden verborgen wapens, kopieermachines en papier voor het vervaardigen van vlugschriften. Ook stonden de ‘rooien’ niet langer alleen in hun verzet. De verzetsstrijders waren in hoofdzaak afkomstig uit de arbeidersbeweging, dat wilde zeggen dat het niet meer alleen ging om leden en sympathisanten van de KPD, maar ook om aanhangers van de SPD –Sozialistische Partei Deutschlands. Probleem was echter dat de KPD de socialisten als een grote vijand zagen, meer nog dan de nationaalsocialisten. Toen er door enkele leden geopperd werd om een samenwerking aan te gaan dat hun macht zou vergroten, liep dat uit op strubbelingen. Het directe gevolg voor een aantal leden was een breuk met de KPD. Zo ontstond een nieuwe partij: Kommunistische Partei Opposition, ofwel KPO, waarin wel een samenwerking was tussen de communisten en socialisten.

De ergernis van de nationaalsocialisten over de revolutionaire geluiden binnen het Reich had al vlug zijn grens bereikt. Er moest een duidelijk signaal komen dat iedere vorm van verzet ogenblikkelijk de kop werd ingedrukt, dus ook het communistisch verzet. Aangezien volgens de opinie van de nationaalsocialisten, het communistische bolsjewisme deel uitmaakte van de Joodse samenzwering tegen de Duitse cultuur, werd besloten de KPD te verbieden en om partijleiders te arresteren of desnoods vermoorden. Maar daar was dan wel een aanleiding voor nodig…

De heksenjacht geopend

De directe oorzaak om de communisten aan te pakken, deed zich voor in de nacht op 27 februari 1933. Die nacht brak er brand uit in de Reichstag, het voormalig bolwerk van het Duitse parlement. Marinus van der Lubbe, een Nederlandse communist, werd op de plek des onheils aangetroffen en terstond gearresteerd op verdenking van brandstichting. Hoewel tot op heden het nog altijd onzeker is of hij de werkelijke dader was dan wel of hij echt alleen zou hebben gehandeld, stond het voor de nationaalsocialisten direct vanaf dat moment vast dat het hier ging om een doelbewuste aanslag, georganiseerd door de communisten. Er kwam een verbod op de KPD en onmiddellijk werd de jacht op communistische functionarissen werd geopend. Al in de eerste weken van maart waren 11.000 communisten opgepakt, evenals vele leden van de SPD.
Nu restte nog het aanpakken van de SPD en die kans diende zich nauwelijks een maand later aan. Op 22 maart 1933, wilde Hitler een nieuwe wet uitvaardigen. Door middel van zijn Ermächtigungsgesetz kon de democratische rechtsstaat afgeschaft worden. Ofschoon andere partijen met de nieuwe wet akkoord gingen, uitte Otto Wels, voorzitter van de SPD felle kritiek op Hitler en daarmee was het doodvonnis van deze partij getekend. In juni werd de SPD verklaard tot ‘volks- en staatvijandige organisatie’ en verboden.

Eind 1933 verscheen de eerste broschure van Neu Beginnen – een kleine groep bestaande uit circa 100 leden, die de activisten uit soortgelijke organisaties als de KPD, KPO en de SPD bijeen wilde brengen. Dankzij de decentralistische opzet van de groep, kon ze jarenlang actief zijn zonder ontdekt te worden. De taak van deze groep bestond voornamelijk uit het uitgeven van brochures en pamfletten. Er werd hoofdzakelijk informatie gegeven over wat er zich in Duitsland afspeelden. De inspiratie voor hun verzet werd gevonden in de ideeën van Karl Marx en Lenin. De nazi’s waren nog maar net aan het bewind of er werd al binnen diverse groeperingen druk gediscussieerd over de toekomst van Duitsland, wanneer de nazi’s niet meer aan de macht waren.

Krant SPD - (bron: Friedrich Ebert Stiftung)

Krant SPD – (bron: Friedrich Ebert Stiftung)

Binnen de SPD bouwden Wilhelm Leuschner en Julius Leber, na hun vrijlating, vanuit Berlijn een netwerk van vertrouwenspersonen in heel Duitsland op, dat actief moest worden bij een binnenlandse opstand of staatsgreep tegen het regime.

Ook binnen de gelederen van Neu Beginnen vond er druk overleg plaats. Ze kwamen tot overeenstemming dat de beste oplossing een linkse coalitie was, waarin Sociaal Democraten, Socialisten en Communisten vertegenwoordigd waren. In hun optiek bood juist het gebrek aan linkse eenheid de nazi’s de ultieme kans om de macht te grijpen en dat moest in de toekomst voorkomen worden. Er werden illegale pamfletten gedrukt, waarop de nieuwe ideeën uiteengezet werden.

Maar het communistisch verzet bestond niet alleen uit vlugschriften. Met enige regelmaat werden er acties uitgevoerd, zoals het vastbinden van rode vlaggen aan fabrieksschoorstenen; of het laten horen van spreekkoren. Tot grote teleurstelling van de verzetsstrijders bleef het gehoopte effect van dergelijke acties uit. In 1935 werd dan ook besloten om tot andere tactiek over te gaan: ontevreden fabrieksarbeiders werden benaderd om zich aan te sluiten bij de communisten. Maar bij Neu Beginnen waren ondertussen innerlijke conflicten ontstaan. Opnieuw was het gebrek aan eenheid de oorzaak dat ondernomen acties mislukten en er volgde een tweede arrestatiegolf. Deze keer werden zoveel leden gearresteerd of vermoord, zodat het verzet grotendeels tot zwijgen gebracht was.

De angel mocht dan uit het verzet gehaald zijn, maar nu zagen de nationaalsocialisten zich voor een nieuw probleem gesteld. Door de enorme aantallen gevangenen waren de kampen te klein om alle gevangenen te kunnen onderbrengen. In allerijl moesten nieuwe kampen gebouwd worden en daartoe werden de Duitse veengebieden vlak bij de Nederlandse grens ter hoogte van Groningen en Drenthe bestemd. Duitse gevangenen werden te werk gesteld in het veen 15 kampen op te zetten. Deze kampen werden bekend als de Emslandkampen.(zie ook: recensie boek Fullen). Tot aan het einde van de oorlog verbleven daar politieke gevangenen, en later ook straf- en krijgs-gevangenen, onder erbarmelijke omstandigheden. Vanwege het veengebied noemden zij zichzelf de ‘Moorsoldaten’.

Vanaf 1 mei 1941 zouden ook de Spanjestrijders geïnterneerd worden. Dat gebeurde in Dachau. Hun barakken werden bestempeld als Interbrigadistenblock. Sommigen kwamen ook in KZ Auschwitz terecht. Spaanse verzetsstrijders die in Frankrijk gearresteerd waren, werden op transport gesteld naar KZ Mauthausen.

Impressie kamp Fullen (met dank aan uitgeverij Lalito)

Impressie kamp Fullen (met dank aan uitgeverij Lalito)

Op de vlucht – Duitse communisten in Nederland

Om aan dit gruwelijke lot te ontsnappen, vluchtten veel communisten en socialisten naar het buitenland. De KPD was door de talrijke arrestaties leden van haar partijtop kwijt geraakt en ze besloot om een deel van hun politbureaus naar het buitenland te verplaatsen. Er kwamen afdelingen in Frankrijk en nabij de grenzen van Denemarken, Nederland en Tsjecho-Slowakije. De communisten wilden echter het fascisme blijven bestrijden. Als dat niet kon vanuit het binnenland, dan vanuit het buitenland. Vanaf de nieuwe plekken werd propaganda gedrukt en Duitsland binnen gesmokkeld. Ze hoopten daarmee twee resultaten te bereiken:

  • Het zelfbewustzijn binnen de eigen gelederen te versterken;
  • Door middel van de geschriften de ogen bij anderen te openen en hen te winnen voor het communistisch verzet.

Toegespitst op de situatie in Nederland

Niet alleen Joodse vluchtelingen sloegen op de vlucht naar Nederland, toen het nationaalsocialisme aan de macht kwam. Ook politieke vluchtelingen zochten een heenkomen in Nederland, al werden ze daar niet met gejuich ontvangen.
Net als andere landen, ging ook Nederland gebukt onder grote werkeloosheid. Bovendien hadden Nederland en Duitsland goede handelsbetrekkingen, die men niet graag op het spel wilde zetten door vluchtelingen zonder meer toe te laten. Hun komst werd daarom mondjesmaat toegestaan.

Van overheidswege hadden de Duitse communisten niets te verwachten. Door hun revolutionaire uitstraling waren zij immers een bedreiging voor het gevoerde conservatieve beleid. De regering ging zelfs nog verder door de Vreemdelingenwet van 1849 weer in werking te laten treden: vluchtelingen die een gevaar vormden voor de veiligheid van de staat, konden worden uitgezet. Door deze wet werd het buitenlanders verboden om zich met politieke activiteiten in te laten; mochten ze geen kritiek uiten op de Nederlandse politiek, noch op het regeringsbeleid; geen bijeenkomsten bezoeken; geen kranten of propagandamateriaal verkopen of distribueren.

In 1934 werden de maatregelen verscherpt en begonnen de razzia’s. Voornamelijk op Duitse sociaaldemocratische en communistische vluchtelingen, maar ook socialisten, christenen, Joden, Anarchisten, Atheïsten, leden van vakverenigingen en mensen die teruggekeerd waren uit Spanje, waar ze deelgenomen hadden aan de strijd tegen Franco in de Spaanse Burgeroorlog, ontkomen niet aan vervolgingen. Ze werden gearresteerd en onverbiddelijk het land uitgezet, waarbij ze werden overgedragen aan de Duitse autoriteiten. De omstandigheden veranderden zo snel, wat tot gevolg had dat grenswachters niet altijd wisten wat er precies van hen verwacht werd. Zo kwamen veel Duitse vluchtelingen alsnog Nederland binnen. Maar leven in vrijheid was niet mogelijk. Zodra de vluchteling binnen Nederlandse grenzen was, moest hij/zij onderduiken. Zo niet, dan bestond er grote kans op arrestatie. Om de gevangen politieke vluchtelingen te kunnen interneren, werden kazernes omgebouwd. In 1938 werd er ook een kamp ingericht op Vlieland.

Niettemin kwam in datzelfde jaar een nieuwe stroom Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen op gang, als gevolg van de Oostenrijkse aansluiting. Maar ook de gebeurtenissen van de Reichskristallnacht, toen in Duitsland de Joden van al hun bezittingen werden beroofd, droegen bij aan de toenemende vluchtelingenstroom. In de nacht van 9 op 10 november 1938 getroffen door een ware golf van terreur. Honderden synagogen werden in brand gestoken en duizenden Joodse winkels en bedrijven verwoest. Meer dan 90 Joden kwamen door geweld om het leven, ongeveer dertigduizend Joden werden gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekampen. Wegens de enorme glasschade van sneuvelende winkelruiten kreeg deze nacht de bijnaam Reichskristallnacht.

Voor de opvang van de vluchtelingen begon de Nederlandse regering meer kampen op te richten. Begin 1939 waren er 25 kampen opgericht, verspreid over het hele land. Het bekendste kamp werd kamp Westerbork in Drenthe, waar naast Joodse vluchtelingen ook politieke vluchtelingen werden ondergebracht. Bij het uitbreken van de oorlog werden de gevangenen overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Hun lot varieerde van gedwongen verblijf in een gevangenis of kamp tot terechtstelling. Verzoeken tot vrijlating, afkomstig van diverse hulpcomités, werden steevast afgewezen door de Minister van Justitie.

Aangezien de overheid nauwelijks steun gaf aan de vluchtelingen, werden door de Nederlandse bevolking diverse hulporganisaties opgericht. Zo was er het Katholiek Comité voor de Vluchtelingen, die open stond voor alle vluchtelingen. Maar er waren ook specifieke hulpgroepen:
-Voor de Joodse vluchtelingen was er het Comité voor Joodse Vluchtelingen (CJV);
-Voor de ‘niet-arische’ christenen kwam hulp van het Protestants Hulpcomité voor hen die waren uitgewekenen om ras en geloof.
-Voor antifascistische, communistische Duitse vluchtelingen en Nederlandse antifascisten die behoorden tot de arbeidersklasse werd er hulp verleend door De Rode Hulp (Rote Hilfe). Onder meer door hulp bij het smokkelen van personen over de Duits-Nederlandse grens.

De Rode Hulp verleende hulp via leden van de Duitse KPD in Nederland, die een samenwerking waren aangegaan met de Nederlandse CPH (Communistische Partij Holland). Ook kwam er een samenwerking tot stand met de V.D.S.A. (Vereniging van Duitse en Statenloze Antifascisten). In ruil voor hulp werd wel verwacht dat de vluchtelingen meewerkten aan het verzet tegen het fascisme in Duitsland, bijv. door het inzamelen van geld voor verspreiding van documentatiemateriaal en literatuur; of door deelname aan distributie van de geschriften. Deze conditie resulteerde in het ontstaan van diverse verzetsgroepen. Zo was in Amsterdam Groep Oosteinde actief. Deze groep bestond voornamelijk uit ondergedoken Joden en Duitse politieke vluchtelingen. De communistische achtergrond van de laatst genoemden vormde geen bezwaar. Groep Oosteinde stelde een illegaal mededelingenblad samen dat uitgegeven werd door de V.D.S.A.

Door de diverse samenwerkingen ontstonden er ook nieuwe netwerken vanuit Nederland. Belangrijke rollen waren daarin weggelegd voor Alfred Knochel, leider van de groep Duitse communisten, die spioneerden in Duitsland; en Daan Goulooze, leider van de Dutch Information Service die hij al opgericht had vóór de oorlog. Deze Nederlandse inlichtingendienst voorzag Moskou van informatie. Daar Goulooze verbindingsman was voor zowel de KPD als voor de CPN, werd met zijn steun een nieuw illegaal partijapparaat opgezet dat eveneens met Moskou in verbinding stond, Groep Hilda, de Nederlandse afdeling van de Rote Kapelle. Deze groep was sinds 1940 actief en opereerde vanuit Amsterdam. Haar leider was Anton Winterink. Hij was benaderd door Johannes Wenzel, een communistische Duitse vluchteling uit Danzig (het huidige Gdansk, Polen) die zich in Brussel had gevestigd. In verzetskringen was Wenzel beter bekend als Hermann, dan wel Professor. Winterink, die voorheen werkzaam was geweest bij de Rode Hulp, maakte thans dankbaar gebruik van die contacten voor zijn groep Hilda.

Daan Goulooze

Daan Goulooze

 

Anton Winterink

Anton Winterink

 

 

De zender van Goulooze (bron: de collectie van G.de Boer)

De zender van Goulooze (bron: de collectie van G.de Boer)

 

Door de activiteiten van de Rote Kapelle werd deze groep ook eerder gezien als een spionagegroep dan een verzetsgroep, hoewel ze wel degelijk ook in het verzet actief was. Doch haar inbreng met betrekking tot spionage, viel zeker niet te onderschatten. Die Rote Kapelle was de belangrijkste en meest effectieve spionagegroep tijdens de Tweede Wereldoorlog, haar netwerk strekte zich uit over heel Europa.

Als conclusie kan men stellen dat het communistisch-socialistisch verzet tamelijk omvangrijk is geweest, ook al bleef het effect van de weerstand verhoudingsgewijs aanmerkelijk achter bij de inzet. Een greep uit de grote hoeveelheid verzetsgroepen die actief waren in het binnenland dan wel in het buitenland.

In Duitsland:

-Bästlein-Gruppe – actief vanaf 1940, met name onder de fabrieksarbeiders in Hamburg, waar ze behoorde tot de grootste regionale verzetsgroep.

-Saefkow-Jacob-Gruppe – vooral actief in de jaren 1943 en 1944. Na zijn ontsnapping in januari 1944 sloot Bernhard Bästlein zich bij hen aan.

Rote Kapelle – opgericht omstreeks 1933 in kringen van Noord-Duitse kunstenaars en intellectuelen.

-Neu Beginnen – een Marxistische organisatie die al ontstond in 1929. Vóór de oorlog al naar Parijs verplaatst en van daaruit naar Londen.

In Russisch ballingschap:manifest und protokoll NKFD

Nationalkomitee Freies Deutschland (NKFD) – bestond uit krijgsgevangenen van Duitse soldaten en officieren, alsmede communistische emigranten in de Sovjet Unie. Eén van haar leden was de theoloog Karl Barth.

Er waren verschillende afdelingen in Europa, ook in Nederland: Hollandgruppe ‘Freies Deutschland’.

In Europees ballingschap:

-SoPaDe – was de buitenlandse leiding van de SPD, voortgekomen uit de Sociaaldemocraten. Het bestuur opereerde in ballingschap van 1933 tot 1938 in Praag en daarna werd het bestuur verplaatst naar Parijs. De SoPaDe was de opsteller van het Praagse Manifest, waarin werd opgeroepen tot revolutionaire omverwerping van het nationaalsocialistische regime.