De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

BAND MET NEDERLAND

Inleiding.

Waar lang niet altijd bij stilgestaan wordt, wanneer men denkt aan het Duitse verzet, is dat er ook connecties waren met Nederland en het Nederlandse verzet. Uiteraard speelde het Duitse verzet zich hoofdzakelijk in Duitsland, waarbij landen als Zweden en Zwitserland dikwijls gebruikt werden als plekken van ontmoeting met de Westerse mogendheden in de hoop op hulp van geallieerde kant. Maar er waren ook interessante verbindingen tussen Duitsers en Nederlanders. En waarom zou dat ook niet het geval zijn? Tussen Nederland en Duitsland bestaan al heel lang vriendschappelijke banden. De landen liggen immers naast elkaar en ook taalkundig gezien was/is Nederland aantrekkelijk. Daarom ontstonden er contacten zowel van de zijde van het Nederlandse verzet als van de zijde van het Duitse verzet en werd er ook door Duitsers en zelfs Oostenrijkers deelgenomen aan het Nederlandse verzet. Een verzet dat plaatsvond op uiteenlopende maatschappelijke terreinen: militair, religieus en politiek. Ook de verzetsstrijders waren afkomstig uit alle lagen van de bevolking.

Duits verzet in Nederland.

Het Duitse verzet dat aanwezig was in Nederland, is te splitsen in twee stromingen:
a) Duitsers en Oostenrijkers waren actief binnen het Nederlandse verzet;
b) gevluchte Duitsers en Oostenrijkers, die vanuit Nederland het verzet in hun eigen land gaande hielden en hiervoor samenwerkten met het Nederlandse verzet, o.a. door het uitwisselen van informatie.

 Sub a) Tot die eerste groep behoorden vooral de “Rijksduitsers”. Dit waren Duitsers, die zich al (ver) vóór 1933 in ons land gevestigd hadden om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Na het Verdrag van Versailles, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, verging het Duitsland economisch steeds slechter, daarom zocht men naar banen. In Nederland waren die onder meer te vinden in de mijnbouw en in de industrieën. Sommige Rijksduitsers namen hun familie mee, anderen gingen alleen en trouwden met Nederlandse vrouwen of mannen en stichtten hier hun gezin. Een aantal van hen schaamden zich toen Hitler aan de macht kwam en zochten hier in Nederland aansluiting met het verzet.

Een ander interessant aspect van Duitse verzet dat behoorde tot deze eerste groep, vormt de Duitse militairen, die in Nederland gelegerd waren. Een aantal van hen verafschuwden Hitler en zijn regime en daarom besloten zij destijds te deserteren. Met hulp van Ulrich Rehorst wisten ruim zestig Duitse soldaten uit het leger te vluchten. Hun wapens werden geleverd aan de Nederlandse illegaliteit. Ze doken onder op het platteland en sloten zich aan bij het plaatselijke verzet. Daar hielpen ze bij overvallen of andere acties, die door het Nederlandse verzet gepleegd werden. Andere Duitse soldaten hadden als daad van verzet dienst genomen in het Britse leger om zo het Nazisme te helpen bestrijden. Zij werden ingezet bij de Slag om Arnhem.

Sub b) De meeste Duitsers kwamen in ons land na de machtsovername door Hitler in 1933. Zij behoorden veelal tot de tweede groep. Deze Duitsers moesten hun vaderland ontvluchten wegens vervolgingen om politieke of religieuze redenen of vanwege hun joods-zijn. Vanwege de sterke buitenlandse contacten vormde Nederland een goed transitland voor de Joden, die van hieruit naar Amerika wilden. Politieke vluchtelingen waren voornamelijk communisten en sociaal-democraten. In august 1933 waren er al circa 6.000 Duitsers naar Nederland gevlucht. Eenvoudig was het leven voor hen hier echter niet. Zo mochten ze geen politieke activiteit bedrijven en illegale politieke vluchtelingen werden zelfs door de Nederlandse politie opgejaagd. Minister-president Colijn niet wilde dat deze vluchtelingen onder het asielrecht vielen. Nederland probeerde immers door haar neutraliteit te bewaren buiten de oorlog te blijven. Daarom zat er niets anders op dan onder te duiken. Toch probeerden de vluchtelingen om vanuit Nederland contact te houden met het Duitse verzet. Verscheidene Duitse communisten, die naar Nederland waren gevlucht, reisden heen en weer naar Duitsland met informatie en ook om het communistische verzet daar gaande te houden. Onder hen bevond zich o.a. Wilhelm Knöchel en Ruth Liepman.

Een ander voorbeeld was Franz Koenigs , een tot Nederlander genaturaliseerde Duitse bankier en kunsthandelaar. Nadat hij naar Nederland gevlucht was wegens zijn antinazistische houding, ging hij met enige regelmaat terug naar Duitsland om daar het verzet te helpen, onder meer met geld dat hij verdiende dankzij zijn enorme kunstcollectie. Een collectie die onlosmakelijk met de naam Koenigs verbonden is geraakt en die daardoor Koenigs meer bekendheid verschaft heeft dan zijn werkzaamheden voor het verzet en de hulp, die hij aan de vluchtende Duitse Joden geboden heeft.

Bijzonder is ook het verhaal van Ernst Cahn. Hij vluchtte uit Duitsland  naar Nederland, omdat hij Joods was. In Nederland werd hij mede-eigenaar van ijssalon “Koco”. Als gevolg van een inval in zijn zaak, werd Cahn gearresteerd en ter dood veroordeeld. Op 3 maart 1941 werd hij gefusilleerd. Cahn was de eerste verzetsstrijder, die gefusilleerd werd in bezet Nederland.

 Samenwerking met Duits verzet vanuit Duitsland.

 Er waren ook veel Duitse weerstandstrijders, die vanuit hun vaderland met Nederland contact zochten om steun te verkrijgen. Ook hoopte men om via Nederland in contact te kunnen komen met de Geallieerden. Daartoe werden er verbindingen gemaakt met het Nederlandse verzet. In ruil voor die contacten kwamen er berichten uit Duitsland om Nederland te waarschuwen voor de op handen zijnde Duitse invasie en voor de Jodenvervolging, die wereldwijd uitgevoerd zou worden. Voorbeelden hiervan zijn onder meer Hans Oster van de Abwehr en Wilhelm Staehle. Maar ook Kring Kreisau had contact met het Nederlandse verzet. Nadat de diplomaat Adam Trott zu Solz  contact had gemaakt met ds. Visser ’t Hooft, reisde hij verschillende malen naar ons land. De eerste keer trof hij als contactsman de tot Nederlander genaturaliseerde bankier Von Görschen uit Den Haag en er ontstond een samenwerking. Wederzijds gaf men info door en ook werd via deze weg geprobeerd bepaalde Nederlandse gevangenen te helpen.

In 1943 verbood de Nederlandse regering op advies van Churchill elk officieel contact met het Duits verzet, omdat men daar niet (meer) in geloofde.
Na de bevrijding zijn het vooral Nederlanders en Duitsers uit het verzet geweest, die landelijk en regionaal het herstel van de Nederlands-Duitse betrekkingen hebben bepleit.

Nederlanders actief bij Duits verzet in Duitsland.

Er waren ook Nederlanders, die in Duitsland terecht gekomen waren en zich bij het verzet in Duitsland aansloten of hielpen bij het oprichten van groepen. Redenen van hun komst naar Duitsland waren divers. Soms was het vanwege werkzaamheden. Anderen waren ten gevolge van de Arbeidseinsatz te werk gesteld in Duitsland en weer anderen waren als gevangenen naar Duitsland gebracht.
Op deze manier was onder meer Comité Oranje ontstaan, een verzetsgroep, die actief was in Berlijn. Ook in Heidelberg waren Nederlanders betrokken bij de lokale verzetsgroep.