De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Adam Trott zu Solz en Nederland

In Nederland werd binnen het verzet een belangrijke plaats ingenomen door dominee Visser ’t Hooft. Hij had de taak op zich genomen om een soort brug te zijn tussen het thuisfront en de regering in ballingschap. Door het Englandspiel  was de communicatie met Engeland ernstig verstoord. Na overleg met Minister-President Gerbrandy werd overeen gekomen om een centrum voor uitwisseling van informatie op te zetten tussen de Nederlandse bevolking en de regering in Londen. De oprichters waren Visser ’t Hooft en Hebe Charlotte Kohlbrugge, die door haar werkzaamheden voor de Belijdende Kerk bij het verzet betrokken geraakte. De plaats, die voor de vestiging werd uitgekozen was Genève.  De eigenlijke functie van het centrum ging veel verder, in feite was het een ondergronds netwerk voor koeriers en verzetsmensen tussen Holland, Zwitserland en Engeland. Het kreeg de bijnaam “Zwitserse weg”.

Het was echter niet alleen het Nederlandse verzet dat van deze route gebruik maakte, ook het Duitse verzet had op deze manier ook contacten. Visser ’t Hooft slaagde erin om de “Zwitserse weg” open te houden, zodat het Duitse weerstandsstrijders langs deze weg contacten konden onderhouden met het Nederlandse verzet.

In voorjaar 1942 kwam er een nieuwe ontmoeting tot stand tussen de theoloog  Willem Visser ’t Hoofd en Trott. Ditmaal in Genève. Visser ’t Hoofd was inmiddels Generaalsecretaris van de Wereldraad van Kerken geworden. Hij stelde Trott voor om een memorandum te schrijven en deze in te dienen bij de Britse regering. Bij terugkeer in Berlijn ging Trott aan de slag in samenwerking met Eugen Gerstenmaier en von Haeften. Het geschrift kwam terecht bij Churchill en Minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden. Ze hadden er echter nauwelijks belangstelling voor. Ze vonden dat er erg veel feiten tegen Trott spraken om hem geloofwaardig te maken. Dit was voor Adam een grote teleurstelling.

Maar Visser ’t Hooft bleef niet stil zitten. Hij regelde voor Adam von Trott een ontmoeting  met C.L.Patijn, adjunct-secretaris van de Economische Raad dat eind december plaats vond. Andere uitgenodigden waren Baron van Asbeck- hoogleraar Volkenrecht, J.H.van Roijen-diplomaat en G.J.Scholten. In het begin waren de vier Nederlanders enigszins gereserveerd tegenover “de vertegenwoordiger van Herr Ribbentrop”, zoals Trott genoemd werd, maar nadat Adam hen had ingelicht over de Duitse samenzwering en hen op de hoogte had gesteld van het feit dat het Duitse verzet referenties nodig had van zowel neutrale als ook van bezette landen om  de regeringen van de geallieerden te kunnen benaderen, brak het ijs en won hij hun vertrouwen. Zijn kalme optreden en zijn accurate kennis van feiten overtuigden de gasten dat Trott hun vertrouwen waard was en zij stelden een vaste verbindingsman voor: de van oorsprong in Duitsland geboren zakenman Hans Wolf von Goerschen. Goerschen had nauwe banden met het Nederlandse verzet en hij was ook een oude vriend van Generaal Beck. Ook von Motlke was voor hem geen onbekende. Daarnaast kon Goerschen vrij reizen van en naar Duitsland, omdat hij over contacten beschikte bij de Abwehr en het Auswärtiges Amt.

Het contact met Nederland werd vanaf dat moment onderhouden door Moltke en Trott samen. In september en december 1943 bracht Trott zijn Nederlandse vrienden op de hoogte van de op handen zijnde samenzwering door hen de namen te onthullen van de leiders en tevens het Manifesto te tonen dat opgesteld was door de leden van Kring Kreisau en dat in werking zou treden, zodra de geslaagde coup een feit was. Ondanks Nederlandse inzet werd het Duitse verzet door de geallieerden niet serieus genomen.

Bron:

Klemperer, Klemens von -German Resistance against Hitler-  Oxford Univerity Press, 1992