De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-De Rijksduitser Ulrich Rehorst

Karl Friedrich Ulrich Rehorst ( Breslau 21-12-1905 – Amersfoort 17-03-1945)

Rehorst

Eind jaren twintig veranderde het leefklimaat in Duitsland voor de Joden erg snel door het opkomend Nazisme. Toen bij de brand in de Reichstag  ook nog eens de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe aangewezen werd als aanstichter, werd het ook voor communisten steeds moeilijker om in Duitsland te blijven. Vanaf 1933 kwam een grote stroom vluchtelingen op gang. Onder hen bevonden zich dienstbodes, Joden en politieke vluchtelingen. Ze vluchtten massaal richting Nederland. Bij aankomst in Nederland werden ze Rijksduitsers genoemd. Onder hen bevond zich de in 1905 geboren Karl Friedrich Ulrich Rehorst met zijn vrouw Helga Meyer uit Hamburg.

Rehorst en zijn vrouw waren spiritueel ingesteld, beiden waren volgelingen van de mazdaznan*– leer. Deze filosofische-religieuze stroming – afkomstig uit het oude Perzië- richt zich op lichamelijk en geestelijke gezondheid. Deze achtergrond kwam ook tot uiting in het werk van Rehorst, want hij was eigenaar van een vegetarisch restaurant en importeur van zuidvruchten. Doch in het opkomend Nazi-rijk zou weldra geen plaats meer zijn voor andersdenkenden. In juli 1925 was “Mein Kampf” van Adolf Hitler verschenen, het “heilige boek”van de nationaalsocialisten. Bij het sluiten van een huwelijk kreeg het kersverse bruidpaar een exemplaar mee en ook aan de soldaten, die naar het front gingen, werden voorzien van  het boek. Ook Ulrich Rehorst had een exemplaar ontvangen en behoorde tot één van de vele lezers. Hij herkende echter al snel in de toonzetting waarheen het zou gaan met Duitsland en hij besloot dat het beter was om samen met zijn vrouw hun vaderland te ontvluchten. In 1936 kwam hij naar Nederland als politiek vluchteling, waar hij eveneens een vegetarisch restaurant begon. Maar ook hier zouden veranderingen gaan plaatsvinden.

Toen de Duitsers In mei 1940 ook Nederland binnenvielen en op 10 en 11 mei werden een aantal  Rijksduitsers, waaronder Rehorst geïnterneerd.  Hij werd ondergebracht in een Haagse kazerne. In Amersfoort werd in allerijl een bureau van de “Ortsgruppenleiter der NSDAP” opgericht. Het personeel zorgde ervoor dat de Rijksduiters privileges kregen , zoals extra voeding, kleding en brandstof, bovendien mochten ze hun radio’s houden, maar vele emigranten weigerden deze bijzondere gunsten. Ze voelden zich in hun hart inmiddels toch Nederlander en wensten daarom geen sympathieke behandeling van de Duitse bezetter. Dat was geen probleem voor de Nazi’s. Al vlug verklaarden ze de Rijksduitsers  weer tot Duitsers, maar dat betekende automatisch ook dat de mannen opgeroepen konden worden voor Duitse militaire dienst.

Een aantal doken onder, maar de meesten namen dienst, omdat ze geen andere keus hadden. Weigeren leidde immers onherroepelijk tot de doodstraf wegens desertie. Rehorst werdcrailo_legerplaats begin 1942 opgeroepen  en hij werd gestationeerd in Laren. Daar bevond zich het militair kamp Crailo, een oude legerplaats en militair oefenterrein, ook wel bekend als Kamp van Laren, een naam die het kamp in de Eerste Wereldoorlog kreeg. (Na de Tweede Wereldoorlog zou dit kamp dienst doen als centraal bewarings- en verblijfskamp voor voormalige leden van de NSB en collaborateurs.) De werkzaamheden van de opgeroepen militairen bestonden uit het bewaken van bruggen en magazijnen, maar ondertussen verleenden verschillende soldaten hulp aan het Nederlandse verzet.

Ook Ulrich Rehorst was er de man niet naar om zich gewillig bij de situatie neer te leggen. Hij zocht naar een manier om zich aan te sluiten bij het verzet.  Hij zag zijn kans schoon, toen hij midden 1942 in contact kwam met de Larense architect Cornelis de Graaff ( over wie verder weinig bekend is, alleen dat hij één van de leidende figuren was bij het ondergronds verzet te Laren en Blaricum-Eemnes dat opgericht was in de zomer van1940). Rehorst opperde de gedachte om met een aantal kameraden met wie hij gelegerd was en die volgens hem zeer betrouwbaar waren, een verzetsgroepje te vormen. De Graaff keurde het idee goed en de Groep Rehorst was geboren. De Graaff werd de belangrijkste contactpersoon tussen de Nederlandse ploeg en Groep Rehorst. Vanuit het Nederlandse verzet werd een dringend oproep gedaan aan de Duitse militairen om vooral niet te deserteren. Als militair konden zij zich namelijk veel verdienstelijker maken en zo geschiedde. De leden van Groep Rehorst  zorgden voor wapens en uniformen voor het Nederlandse verzet; ze speelden militaire inlichtingen door over de Duitse verdedigingswerken in Zeeland en op Texel, die vervolgens naar Londen gestuurd werden en ze verstrekten eveneens inlichtingen over de locaties in Duitsland waar de fabrieken stonden, die de beruchte V1-raketten fabriceerden. Daarnaast hadden ze een waarschuwingssysteem opgezet voor de razzia’s , die in het Gooi verwacht werden en om individuele verzetslieden, die gezocht werden te alarmeren. Ook werden Joden geholpen bij hun onderduik en papieren vervalst. Rehorst had in zijn huis tijdelijk wapens verborgen, die weer doorgegeven werden aan het plaatselijke verzet. Hij hield ook radio’s en goederen van mensen, die ondergedoken waren, verborgen. Er waren vermoedens dat hij contact had met de groep rondom von Witzleben.

Ondertussen zat de Duitse bezetter ook niet stil. Er vond deplacering plaats, ofwel de Duitse militairen kregen een nieuwe standplaats en daardoor viel de groep enigszins uit elkaar. Rehorst werd overgeplaatst naar Amersfoort. Maar net als de meesten, bleef ook hij actief in het verzet. Hij verleende inmiddels hulp aan iedereen, die door de Duitsers gezocht werden, zoals illegale werkers, Joden, jongemannen, die te werk gesteld dreigden te worden en Duitse deserteurs. Tussen de lokale Rijksduitsers ontstonden goede contacten en samen met J.B. Körner, die in 1933 al naar Nederland was gekomen, vormde hij een groep van circa 30 Rijksduitsers en Polen, die onder meer wapens en munitie, handgranaten, levensmiddelen en rijwielen verzamelde. De mannen vonden Rehorst  een vrij rustige, maar optimistische man. Er was in die dagen ook nog reden voor optimisme, omdat iedereen verwachtte dat de oorlog goed zou aflopen.

Augustus 1944 brak aan en het zag er naar uit dat de bevrijding binnen niet al te lange tijd zou plaatsvinden. Echter de oorlog bleef voortduren en de meeste Duitse militairen besloten alsnog te deserteren, zodat ze niet gedwongen werden door de bezetter om te moeten vechten tégen de geallieerden. Voor Rehorst was 5 september, beter bekend als Dolle Dinsdag het moment, waarop hij deserteerde uit het leger. Ook nu verkeerde hij in gezelschap van Körner en samen met 8 anderen doken zij onder in Utrecht. Maar al was hij geen militair meer, hij wilde ook niet nutteloos blijven toekijken en hij meldde zich opnieuw bij het verzet. Ditmaal in Utrecht, waar hij zich aansloot bij de O.D. (de Ordedienst). Hij meldde zich eveneens bij de “Holland Gruppe Freies Deutschland” die in januari 1944 opgericht was door een andere Duitse vluchteling, de communist Herbert Meyer-Ricard. Waarschijnlijk waren er al eerdere contacten geweest met de Hollandgruppe, want één van de groepsleden – de theaterfotograaf Kurt Kahle, was woonachtig geweest in Amsterdam. Hij was tevens lid van de Hollandgruppe  van Meyer-Ricard. Ook Fritz Hirsch beschikte over contacten met deze groep en hij was lid van de Groep Rehorst. Binnen de nieuwe groepen kreeg Rehorst opnieuw de leiding over de inlichtingendienst en hield hij zich bezig met het vervalsen van papieren. Eén van andere verzetsdaden, waarmee de groep zich druk bezig hield, was om de Duitse militairen te bewegen om te deserteren. In ongeveer 60 gevallen lukte dat. De wapens, die de inmiddels ex- militairen bij zich droegen, werden ingenomen en verstrekt aan de illegaliteit. Maar met het eind van de oorlog in zicht, verliep niet alles volgens plan.

In januari 1945 vond er in Utrecht een huiszoeking plaats. Een aantal verzetslieden werden gevonden en gearresteerd. Onder hen bevond zich Ulrich Rehorst. De knokploeg overwoog nog om hun ploeggenoot te bevrijden, doch  uiteindelijk moest men tot de teleurstellende conclusie komen dat een dergelijk plan onuitvoerbaar zou zijn. Er werd van het voornemen afgezien. Rehorst bleef in de gevangenis zitten, waar hij hoorde dat hij beschuldigd werd van spionage. Op 17 maart werd het vonnis door middel van executie voltrokken en Rehorst kwam daarna terecht in een onbeduidend graf in Utrecht. Hij was toen nog geen 40 jaar en liet een vrouw en twee kleine dochters na. Gedurende de oorlog had Helga haar man gesteund en geholpen bij zijn verzetswerk zo goed als ze kon. In 1949 kwam de weduwe Rehorst in aanmerking voor een oorlogspensioen. Karl Friedrich Ulrich Rehorst werd in 1947 opgegraven en hij kreeg een eigen graf op begraafplaats Rusthof in Amersfoort.

Graf rehorst

Graf Rehorst (met dank aan Pieter Schlebaum)

Het onderzoek naar Ulrich Rehorst is nog niet helemaal afgesloten. Wanneer nieuwe feiten zich aandienen, zal dit artikel een update ondergaan.

* Mazdaznan is een leefwijze die zich richt op lichamelijk en geestelijke gezondheid. Het beslaat alle aspecten van het leven. Er wordt gestreefd naar een optimale ontwikkeling van lichaam, ziel en geest. Om een optimale gezondheid en een daaruit voortvloeiende optimale ontwikkeling te kunnen bereiken, worden gerichte oefeningen als ademhalingstechnieken gebruikt en wordt er een vegetarisch  dieet gevolgd.

Tot de Groep Rehorst behoorde ook Ernst Haalboom, eveneens een Wehrmacht-deserteur. Onderzoekers zijn nog steeds bezig zijn verhaal te reconstrueren.

Bronnen:

-Gegevens NIOD

-AD d.d. 28 april 2012 “Amersfoort toen en nu”

Literatuur:

-Bloemhof J.L. –Amersfoort ’40-’45 dl.II;  Bekking, 2003

-Boer, Henk de – Duits verzet in en vanuit Nederland- uitgave in eigen beheer,2003

-Jong, de Lou -Het koninkrijk der Nederlanden deel 7; SDU-uitgeverij Den Haag,1976

Websites:

tracesofwar.com

www.legerplaats.nl