De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Eberhard Rebling- Duits musicoloog, communist en verzetsman

Eberhard Rebling (4 december 1911 – 2 augustus 2008)

  

Eberhard Rebling werd op 4 december 1911 in Berlijn geboren in een Pruisische officiersfamilie. Zijn vader was geïnteresseerd in militaire marsen, maar dat kon de jonge Eberhard niet bekoren. Zijn leven lang trouwens niet, al hield hij wel veel van muziek. Op de leeftijd van 7 jaar kreeg hij zijn eerste pianoles en later won hij diverse prijzen met zijn pianospel. Maar Rebling was niet alleen pianist, hij volgde ook een studie muziekgeschiedenis in Berlijn aan de Friedrich-Wilhelms-Universität, naast de studies Duits en Filosofie.

Maar Eberhard Rebling bezat ook een andere kant. Hij verkeerde veel in linkse kringen en werd zelfs marxist. Hij schreef in 1934 voor de toen verboden communistische partij een rapport over de situatie van het muzikale en culturele leven in Duitsland. De situatie in Duitsland was echter sterk aan het veranderen door de opkomst van het nationaalsocialisme en voor mensen als Rebling dreigde er steeds meer gevaar om vervolgd te worden. Rebling maakte daarom plannen om het land te verlaten, hij wilde niet langer meer dan strikt nodig was in Nazi-Duitsland leven. Na zijn promotie( Die soziologischen Grundlagen der Stilwandlung der Musik in Deutschland um die Mitte des 18.Jahrhundert) bleef hij niet langer dan nodig was om zijn schulden, die gemaakt waren voor zijn promotie, af te lossen en in 1936 nam hij zijn koffer en verdween richting Nederland. Naar Amerika was niet mogelijk, daarvoor moest men geld hebben en men moest beschikken over een affadavit –een verklaring dat iemand zich in de Verenigde Staten garant voor de vluchteling stelde.

Eberhard Rebling vestigde zich toen in Den Haag onder een valse naam en ging geld verdienen als pianist, muziekleraar en met het houden van voordrachten. Spoedig maakte hij ook naam als recensent. In 1937 leerde hij de van oorsprong danseres Rebekka Brilleslijper kennen. Rebekka was Joods en lid van de Communistische Partij Nederland. Door die ontmoeting met Eberhard maakte ze als Lin Jaldati carrière met het zingen van Jiddische liederen, waarbij Eberhard haar begeleidde. Tijdens hun concerten zetten zij zich in voor de Joodse vluchtelingen, die uit Duitsland gevlucht waren. Samen waren ze ook betrokken bij het kunstenaarsverzet.

Rebekka-Lin Jaldati (13 december 1912-31 augustus 1988)

In 1941 ontving Rebling een oproep voor het Duitse leger. Dat gebeurde met alle Duitsers, die naar Nederland waren gevlucht, sinds de Nationaalsocialisten Nederland bezet hadden. Rebling dook onder. Hij huurde een groot huis op de grens van Naarden en Huizen, dat de naam “Het Hoge Nest”droeg, waar hij –onder de naam Bos- met Rebekka en hun baby onderdoken. Ook werden daar andere onderduikers ondergebracht, waaronder circa 20 familieleden van Rebekka. Rebling regelde alles, zoals bonnen en voedsel. Daarnaast bracht hij Joodse kinderen naar onderduikadressen en samen met zijn vrouw gaf hij illegale huisconcerten. Deze situatie duurde tot 10 juli 1944. Toen werden ze verraden aan een lid van de “jodenjagersorganisatie” Colonne Henneicke, Eddy Moesbergen. Het leverde voor hem een toppremie op, want er zaten op die dag 14 mensen in het huis, verspreid over diverse schuilplaatsen. De meeste onderduikers werden opgepakt, zo ook Rebling en Rebekka alias Lin. Drie kinderen wisten ze nog in veiligheid te brengen. Rebling werd beschuldigd van landverraad, Fahnenflucht, sabotage en rassenschande. Doch Rebling wist te ontsnappen tijdens zijn vervoer in een arrestantenbus, hij ging naar Amsterdam, waar hij ook weer deel ging uitmaken van het verzet.

 Rebekka werd samen met haar zusje en hun ouders en nog 8 andere onderduikers via kamp Westerbork, geïnterneerd in Bergen-Belsen, daar ontmoetten ze Margot en Anne Frank. Uiteindelijk keerden na de oorlog slechts 5 onderduikers terug uit het kamp. Rebekka en haar zuster Jannie waren de enige leden uit de familie Brilleslijper, die de oorlog overleefden. Jannie heeft na de oorlog Otto Frank op de hoogte gebracht van de dood van zijn beide dochters.

Na de oorlog werd ook Rebling lid van de CPN en bleef hij met muziek bezig. Hij werd muziekredacteur van de krant De Waarheid. Echter, het Nederlandse klimaat was sterk anticommunistisch. In Nederland bleven de uitnodigingen tot optreden dan ook uit vanwege hun communistisch lidmaatschap en ook had men geen behoefte aan Jiddische liederen. In 1952 keerden de familie Rebling terug naar Duitsland, waar zij zich vestigden in Oost-Berlijn. Er veranderde veel voor hen. Lin/Rebekka had haar repertoire veranderd, in plaats van Jiddische liederen, zong ze nu liederen van Bertold Brecht en Eberhard werd hoofdredacteur van het tijdschrift Musik und Gesellschaft. Vanaf 1959 werd hij rector van de Hochschule für Musik “Hans Eisler”, ook in Berlijn. Door deze functies was het niet meer mogelijk om hun Nederlandse paspoorten te verlengen. Toch bleven er wel contacten met Nederland en in het bijzonder met Otto Frank, de vader van Anne en Margot. Samen met hun dochter ondernamen ze tournees met Anne Frankavonden door Europa, Azië en de Verenigde Staten. De meeste Jiddische liederen, die daarbij vertolkt werden, waren ontstaan in de concentratiekampen.

Op 10 oktober 2007 – na lang aarzelen van zijn kant- ontving Eberhard Rebling de Yad Vashem-onderscheiding uit handen van de Israëlische consul in Berlijn.

Eberhard Rebling overleed op 2 augustus 2008 op 97-jarige leeftijd aan de gevolgen van een dubbele longontsteking.

Bronnen:

Foto’s: Deutsches Bundesarchive

Bij de dood van Eberhard Rebling– Ad van Liempt- 2008

Eberhard Rebling– Kasper Jansen, NRC-2008

-Eberhard Rebling-Esther Hageman -2008

-Eberhard Rebling over Anne Frank in de DDR -de officiële website Anne Frank Huis

Duits verzet in en vanuit Nederland- Henk de Boer-2003