De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Ondersteuning van het duitse verzet Franz Koenigs en Hans Leibholz

Vertaling van het artikel van Christine F. Koenigs.

Franz Koenigs, geb. 3.9.1881 in Kierberg. Getrouwd met Gravin Anna von Kalckreuth. Woonde sinds 1922 met zijn gezin in Haarlem en verkreeg op 9. Februari 1939 de Nederlandse nationaliteit. Hij stierf op 6. Mei 1941 op het station in Keulen.

„Een wezenlijke bijdrage tot de hulp van Joodse vluchtelingen leverde de heer Koenigs van de Rhodius Koenigs Handelmaatschappij, een Duitse bank in Amsterdam, gelieerd aan de firma’s Delbrück- Schickler in Berlijn en Delbrück- von der Heydt in Keulen. Deze firma’s waren niet-joodse aristocratische Duitse bankiershuizen. Koenigs, de grote verzamelaar van de Rembrandtcollectie, was een moedige man en hielp hier de joodse vluchtelingen, terwijl hij tegelijk regelmatig voor zaken naar Duitsland reisde. Hij had ook een huis in de binnenstad gehuurd en als Club voor de mensen laten inrichten. Ik heb de opening in aanwezigheid van Koenigs nog bijgewoond/meegemaakt.

Tot zover de Joodse bankier Arthur Frankfurther in zijn boek „Herinnering aan Joods Amsterdam“.[1] Hier werd ik voor het eerst gewaar dat mijn grootvader niet alleen als kunstverzamelaar geprezen werd, maar dat hij ook actief de weerstand tegen Hitler ondersteunde. Het grote aantal eersteklas tekeningen, die hij gedurende zijn leven verzamelde, had een museumachtige omvang aangenomen en werd in de kunstwereld algemeen geprezen. Een maand voor de Duitse inval moest hij deze verzameling tot zijn grote verdriet uit handen geven; want hij had in 1931 bij een joods-Duitse bank krediet opgenomen met de collectie als onderpand. Toen de joodse vennoten in 1939 de bank lieten liquideren, om naar het buitenland te vluchten, moest de verzameling in allerijl ver onder de werkelijke marktwaarde verkocht worden. Een deel van deze collectie bevindt zich thans in Rusland in het Puschkin-Museum, omdat de verkopers haar aan Hitler doorverkocht hadden, terwijl een ander deel van de 139 tekeningen van de oude meesters na de oorlog opdoken in de Oekraïne, waarvandaan ze in mei 2004 aan Nederland werden terug geschonken.

Een tweede aanwijzing voor de weerstandshandelingen vond ik in een brief van mijn vader daterend van 10 augustus aan Dr. Lou de Jong, Directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie:[2]

„Dr.Ing. . F.F.R. Koenigs aan den Rijksdienst voor Oorlogsdocumentatie.

Geachte Heren,

Hierbij zou ik Uw aandacht willen vestigen op een voorbeeld betreffende het gemeenschappelijke Duits-Nederlandse verzet, dat U waarschijnlijk nog niet bekend is. In de Duitse literatuur over de 20.Juli wordt het niet vermeld. Het gaat om het volgende: in de zomer van 1941 bracht J.C. van der Waals uit Spanje een brief van het Duitse verzet aan de Engelse regering mee. Alles wat ik er over weet, gaat terug op twee gesprekken met mijn zwager van der Waals. Ik verzocht hem om dit feit in de openbaarheid te brengen; maar uit bescheidenheid of omdat hij aan dit feit geen bijzondere waarde toedichtte, was hij er niet toegekomen. Aangezien de meeste tijdgetuigen echter al niet meer leven, dringt de tijd. […]
Mijn vader, F.W.Koenigs, was betrokken bij de firma „Almonte“ voor eucalyptusbomen in de provincie Huelva in Spanje, die onder leiding stond van Dr. Ing. P.H.Burgers. Mijn zwager bevond zich daar ook, al voor de bezetting van Nederland, om een teeltbedrijf voor kruidenplanten op te zetten. Gedurende de maanden maart/april  in1941 bezocht mijn vader „Almonte“ en stelde van der Waals voor aan Dr.Jur. Klaus Bonhoeffer [3], die destijds werkzaam was voor Lufthansa in Madrid. Bonhoeffer, een neef van mijn moeder, had eind twintiger jaren tot begin dertiger jaren vrijwillig bij Rhodius-Koenigs gewerkt. Hij had ons in de winter van 1939/1940 samen met zijn broer, de fysicus [4], in Haarlem bezocht. Begin mei verongelukte mijn vader in Keulen, toen hij probeerde op de trein te springen. Het gesprek tussen van de Waals en Bonhoeffer werd later in Madrid gevoerd, waar ook de brief aan van der Waals over gegeven werd. Mondeling werd van der Waals het belangrijkste nieuws meegedeeld, dat ook de generaals zich bereid getoond hadden om mee te doen. Direct daarop werd van der Waals door Dipl.-Ing.de Voogd, zwager van Burgers en Honorarkonsul in Sevilla aan boord van een Nederlands vrachtschip gesmokkeld. In Engeland aangekomen, werd hij zoals iedereen in „Corner House“ door de Engelsen verhoord en ook het Nederlandse ambassade werd van de brief op de hoogte gesteld. In de archieven van deze instanties moeten daarom nog bewijzen te vinden zijn. Voor U zijn deze bronnen wellicht eerder toegankelijk dan voor eveneens geïnteresseerde Duitse instanties. Van der Waals had tijdens de gehele oorlog als matroos bij de Nederlandse marine gediend. Ik hoop dat U dit aspect van het verzet, dat daarom van betekenis is, omdat de Duits-Nederlandse samenwerking en ook familiebetrekkingen een rol speelden, dat U dit nader onderzoekt en mogelijkerwijs wilt publiceren, ofschoon het enkele zwartwitzieners nog steeds niet gelegen zal komen.“

De derde aanwijzing voor de actieve rol van Koenigs in het verzet vond ik in 1995 in de Public Record Office in London in de archieven van  Foreign Office ( Buitenlandse Zaken). Twee daar bewaarde berichten bewijzen dat Koenigs informatie over het verzet overbracht en dat ook zelf financierde: Franz Koenigs overhandigt inlichtingen aan de Britse gezant op 23 september 1939 in het Doelen Hotel Amsterdam.[5] Mr. D. Birnbaum [later Bingham] gaat het gesprek aan en de Britse ambassadeur in Den Haag Neville Bland draagt deze inhoud samen met een positieve beoordeling over aan Buitenlandse Zaken: „K. is een Duitser, genaturaliseerde Nederlander, immens rijk, managing director van Rhodius-Koenigs Handelsmaatschappij Amsterdam en een partner in Delbrück- Schickler in Berlin en door B. gerapporteerd als heftig antiregime. K. heeft er geen bezwaar tegen dat zijn naam bekend is aan ambtenaren, maar vanzelfsprekend moet het anderszins geheim gehouden worden. Ik vertelde B. dat  dit juist het rapport was, wat bruikbaar was voor ons. Ik hoopte dat hij in staat was om meer informatie te krijgen uit diezelfde bron.“

Het bericht geeft op 5 bladzijden sociale, economische en militaristische inlichtingen over Duitsland weer, inclusief laatste ontwikkelingen in de wapenindustrie.
Een volgend bericht met een andere inhoud gedateerd 3. November 1939 ligt ter inzage. [6] Hierin beschrijft Koenigs zijn contactnetwerk in Duitsland dat hij de Britten als informatiebron ter beschikking wil stellen en stelt Hans Leibholz als koerier voor:

„Wij hebben ook gehoord over de Heer Hans Leibholz uit Amsterdam, die in mijn memorandum van 14 september 1939 is betrokken bij de activiteiten van de Rhodius-Koenigs Handelsmaatschappij, een kopie daarvan is in Uw bezit maar voor referentiedoeleinden sluit ik een ander bij. Leibholz is een zeer belangrijk lid van de „Koenigs-organisatie“, en is van dag tot dag op de hoogte gehouden van alle innerlijke bewegingen in Duitsland. Leibholz kan meteen hierheen gebracht worden en hij zou bereid zijn om ons te helpen met de volledige informatie op welke manier we dit wensen te doen.“ In een notitie van J. L. S. Renny aan Ivon Kirkpatrick van de Engelse Buitenlandse Zaken: „ Wat betreft Leibholz van Amsterdam, ik voeg een kopie van mijn memorandum gedateerd 14 september 1939 toe, waarin de nadruk is gelegd op de belangrijkheid om deze man te gebruiken als een informant, zijn partner Delbrück gaat voortdurend heen en weer naar Duitsland. Leibholz is een intieme vriend van Bender en mij en hij is bereid om bruikbaar te zijn voor ons.“
Het duurde meer dan 6 jaar tot ik ontdekte, wie Hans Leibholz, de koerier van mijn grootvader, eigenlijk was. Hoewel ik de naam al een keer gehoord had, wist ik als enige, dat hij in de Van der Aastraat in Den Haag gewoond heeft; tot ik bij de inzage van archieflijsten in het Bundesarchiv in Koblenz op de naam van Gerhard Leibholz stootte. Bij navraag ervoer ik dat Hans de oudere broer van Gerhard Leibholz was. Koenigs financierde niet alleen woonruimte voor de uit Duitsland gevluchte Joden en speelde aan de Britten inlichtingen door, waartoe hij een uit eigen middelen gefinancierd contactnetwerk onderhield. Ook Hans Leibholz verzag op deze manier in zijn levensonderhoud. Leibholz was oorspronkelijk rechter in Berlijn en huwde in 1935 Margarethe (Totta) Koehler, die „Arisch“ was. Een paar maanden na hun huwelijk, op 15 september 1935, verscheen de eerste reeks van de Neurenbergse „rassenwetten tot het zuiver houden van het Duitse bloed en Duitse eer” en met betrekking tot de Joden in het Rijk; daarna vluchtte het echtpaar Leibholz naar Den Haag en ging wonen in de Van der Aastraat. Sabine Bonhoeffer, de tweelingzuster van Dietrich Bonhoeffer was met Gerhard Leibholz getrouwd. Klaus Bonhoeffer was getrouwd met Emmy Delbrück. Daarmee sloot de kring, waarin Koenigs niet alleen familieleden van zijn vrouw Anna (Mucki) von Kalckreuth, maar ook persoonlijke vrienden en zakenpartners betrokken had. Muckis ouders waren Berta Yorck von Wartenburg en Leopold van Kalckreuth. Mucki was een directe nicht van Paula von Hase, die met Karl Bonhoeffer getrouwd was (haar moeder Clara geb.Gravin von Kalckreuth was de zuster van Leopold); haar kinderen Karl Friedrich, Klaus, Ursula, Christine, Sabine en Dietrich namen allemaal deel aan het verzet tegen Nazi-Duitsland. Maar Mucki was ook als nicht van Peter Yorck verwant met Helmuth von Moltke. De zuster van Mucki, Ninne von Kalckreuth had Dietrich in haar huis in München opgenomen. Hoewel Dietrich daar officieel geregistreerd stond, was hij nooit thuis, en slaagde Ninne, die zeer pienter was, er iedere keer in om de Gestapo in verwarring te brengen. Niet alleen was Emmy Delbrück getrouwd met Klaus, maar ook stond haar vader Prof.Hans Delbrück op de derde plaats op de contactlijst van Koenigs. Als opvolger van zijn oom Felix Koenigs was Franz Koenigs met zijn 19 jaar zelf deelnemer aan de Firma Delbrück Leo & Co. Zijn grootvader Franz Wilhelm Koenigs was één van de medeoprichters van de firma. Bij navraag aan Marianne Leibholz, de dochter van Sabine en Gerhard, ervaarde ik dat niemand daarvan wist, noch dat Koenigs bij het verzet was en informatie doorgaf, noch dat haar lievelingsoom Hans daarbij als koerier meewerkte. Beide mannen waren al bij het begin van de oorlog actief en behoorden om zo te zeggen tot de voorhoede van de 20ste juli. Dat niemand daarvan iets afwist, is onder meer aan de omstandigheid te danken dat beide mannen vroeg stierven. Sabine Leibholz beschrijft in haar boeken „Vergangen, Erlebt, Überwunden“, [7] en Weihnachten im Hause Bonhoeffer“[8], hoe haar ouders met hun dochters naar Holland komen en zij zelf met haar man Gerhard uit Londen, waarheen ze gevlucht waren naar Haarlem, waar bij Tante Mucki Koenigs-Kalckreuth een familiesamenkomst van Joodse vluchtelingen plaatsvindt. Ze vieren samen kerstfeest en bezoek ook Oom Hans. Sabine schrijft: „ Hij was rechter geweest, weliswaar was hij nu in Holland niet meer als jurist werkzaam, maar werkte hij ook als koopman, wat hem heen en weer naar Londen bracht.“Maar bij Dietrich Bonhoeffer bevindt zich een briefkaart van Sabine Leibholz van 8.11.38 uit Londen, drie dagen na hun aankomst met Gerhard Leibholz, waarop ze de reis naar Engeland beschrijft. De één na laatste zin luidt:“Gerds (Gerhards) broer Hans is hier in Londen met een zakelijke opdracht van Koenigs.“ In de bijbehorende voetnoot heet het „fam.Koenigs, verwante van B. in Nederland.”[9] Maar niemand had er enig idee van dat de vele reizen, die Leibholz voor Koenigs maakte helemaal niet zakelijk was, maar dat hij persoonlijk belangrijke inlichtingen over de ontwikkeling in Duitsland doorgaf. Zo had ook Hans Leibholz aan zijn broer Gerd al voor de oorlog aangeraden om een geldbedrag naar Engeland te sluizen. Hij beval Eberbach aan en Gerd zond naar hem 50.000 RM, destijds een bedrag waarvoor men in Göttingen een groot huis met tuin kon kopen. Eberbach stond op de lijst van Koenigs, als schoonvader van Martin Bormann. Dat geld heeft Engeland nooit bereikt en Gerd Leibholz wist niet dat Eberbach tot de familie van Martin Bormann behoorde, zodat Gerd na de oorlog geen spoor van Eberbach kon vinden.

Alle in Nederland wonende Duitsers, ook Hans Leibholz, werden op 9 mei 1940 geïnterneerd, zodat ze niet van binnen uit de Nazi’s van nut konden zijn; blijkbaar maakte men in Nederland helemaal geen onderscheid tussen Duitsers en Duits-Joodse vluchtelingen. Franz Koenigs werd op 9 mei in Berlijn samen met meerdere prominente Nederlanders gearresteerd en werd naar de Nederlandse ambassade in Berlijn door verwezen, die eveneens door Hitler gevangen gehouden werd, om te verhinderen dat ze naar Nederland verslag konden uitbrengen. Koenigs bleef tot 20 mei 1940 samen met het Nederlandse gezantschap geïnterneerd in Friedrichshafen am Bodensee. Op 15 mei na de Nederlandse capitulatie werd Hans Leibholz vrijgelaten. Ondertussen was echter Hans’vrouw, omdat ze dacht dat de arrestatie met zijn persoon te maken had, buiten zichzelf van angst en had uit vrees voor een huiszoeking al zijn papieren verbrand. Tussen deze papieren bevonden zich ook Engelse reisdocumenten die de Britse geheime dienst aan de stateloze Leibholz en zijn vrouw afgegeven had. In deze uitzichtloze situatie, want hun veiligheid was van deze papieren afhankelijk, pleegden Hans Leibholz en zijn vrouw nog dezelfde avond zelfmoord.

In een brief van Dietrich Bonhoeffer aan de familie Leibholz daterend 19.9.1941 staat: „Ik zal proberen om er achter te komen of de huishoudster van je broer iets weet over zijn dood….“In de voetnoot wordt daarbij aangevuld: „De naar Holland geëmigreerde Hans Leibholz, de oudste broer van G.Leibholz, had tijdens het binnentrekken van de Duitse troepen zelfmoord gepleegd.“[10]
De omvang en betekenis van het contactnet waren aan de informatiebezorgers, de zakenvrienden, bekenden en familieleden nauwelijks zo niet helemaal niet bekend; of op welke manier van hun informatie gebruik werd gemaakt. Hier een Britse gespreksakte van 14 september 1939:

„Hans Delbrück, Landesgerichtsrat a.D. Hans Leibholz, H.A. Brassert, Hommel, Eberbach, één van Koenigs’partners en meest belangrijke medewerker is de Heer Abs, die Delbrück-Schickler in 1938 verliet om lid te worden van het bestuur van de Deutsche Bank (directeur afdeling buitenland). Delbrück-Schickler is een oude particuliere bank in Berlijn, die, onlangs op de voorgrond trad, ten eerste dankzij de opmerkelijke talenten van Abs en ten tweede als gevolg van de verdwijning van de meeste Joodse particuliere banken. Het was door Koenigs-Delbrück dat de Dresdner Bank het particuliere eigendom terug kreeg door het terugkopen van 2miljoen aandelen van het Duitse Rijk, de activiteiten van de Delbrück-Schickler Bank waren gericht op de textielindustrie. Eén van de maatschappijen, die Koenigs subsidiëren in Duitsland is the Internationaler Maratti Maschinen-Verkaufs A.G. of Berlin, C.2. an der Stechbahn, 3-4, die vertakkingen had in diverse delen van de wereld inclusief Engeland (International Maratti High Speed Knitting Machines Ltd.) Het enige lid van Maratti’s bestuur in Berlin is Major a.D. von Goldammer, gedurende de Eerste Wereldoorlog generale staf officier in de Generale Staf va het 6th leger, General von Beck, die later hoofd van de Duitse Generale Staf werd, en die ontslag nam tijdens de septembercrisis, 1938. Na 1918 was von Goldammer de persoonlijke adjudant van de hoofd van de Duitse Leger, von Seeckt, en in deze hoedanigheid nam hij deel aan de vredesonderhandelingen in Parijs en Londen. As gevolg van deze activiteiten raakte hij bevriend met de Engelse en Italiaanse leden van de Inter-Allied Commission.Major A.D. von Goldammer, General von Beck, General von Seeckt, General von Schleicher, Colonel Niedermeyer, Colonel Schunke, Erwin Planck, Paul Rohde, Günther Quandt,  Rittmeister A.D. Karl Bolle, Otto Hübner, dr. Carlos Wetzell , Ministerialdirektor Lange, Rosenberger, General Secretary Deutscher Club. Von Goldammer is één van de brandpunten voor alle connecties en relaties van Franz Koenigs en is een zeer goede vriend van hem. Von Goldammer en zijn kring zijn in het geheim toegewijd aan die ideeën  welke in het “Derde Rijk” bestempeld werden als “reactionair en monarchaal”. Rhodius Koenigs’connecties met het Duitse Opperbevel gingen uit van Generaal en Minister van Oorlog von Schleicher, die neergeschoten was tijdens de 30ste juni opstand, General hoofd van de Generale Staf von Beck, en Lieut. Col. von Niedermeyer, Lawrence of Arabia’s voormalige tegenstander in Palestina en Perzië, en die, na 1918, voor 8 jaar samenwerkte met Lieut.Col. Schunke van de Russische Generale staf, en trad ook op als een leider van het Duitse geheime wapenfabrieken in de U.S.S.R. Rhodius Koenigs’connectie met de voormalige Duitse Staatssecretaris, Erwin Planck is deels politiek deels industrieel. Nauwe betrekkingen bestaan tussen Planck en von Goldammer. Planck, zoon van de grote Duitse fysicus, was hoofd van de kantoren van de Rijkskanselarij in de kabinetten van Schleicher/von Papen en is thans in naam Generaal Secretaris van Otto Wolff, de Duitse ijzer- en staalindustrieel, maar is eigenlijk de meest belangrijke tussenpersoon voor de zware industrie van Duitsland, in het bijzonder voor het groot Duitse Bewapeningsconcern Berlin-Karlsruher Waffenfabrik A.G. wiens hoofd van de aandeelhouders Paul Rohde en Günther Quandt zijn. Een lid van het bestuur van deze zaak is de voormalige bekende vliegenier Rittmeister a.D. Karl Bolle (Pour le Mérite). Rohde leverde Hauptmann Röhm wapens, waarvoor hij voor een tijd gevangen werd gezet. Quandt was de eerste echtgenoot van Magda Goebbels. Karl Bolle is de zwager van Planck. Bolle en Planck zijn op hun beurt verwanten van von Goldammer. Door middel van von Goldammer is er ook persoonlijk contact gemaakt met Brassert. Door een regeling vond er een paar weken geleden een gesprek plaats tussen Brassert en von Beck, waarin zowel Brassert, vanuit het economisch gezichtspunt, als von Beck, vanuit militair gezichtspunt, beiden tot de conclusie kwamen dat Duitsland niet de oorlog kan winnen.” Er volgen nog meer namen en het bericht concludeert: “Hij en anderen hierboven genoemd, kunnen door ons benaderd worden als vurige kampioenen van het conservatisme en als zodanig vertegenwoordigen zij de bedoelingen van de monarchistische en industriële kringen van Duitsland, die open staan voor onze invloed en aanwijzingen voor een contrarevolutionaire actie om het nationaalsocialisme te vernietigen.
N.B. Mijn suggestie voor het onmiddellijke gebruik hiervan is om direct contact tot stand te brengen met de Heer Hans Leibholz, Den Haag, van der Aastraat 50, door mijzelf, en mijn Duitse informanten nu in Engeland. 14-9-39.”

Wanneer het zo is, dat Franz Koenigs en Hans Leibholz vaak berichten naar Engeland brachten, zoals ook de reizen naar Londen doen vermoeden, dan geloof ik, dat nog meer bronnenmateriaal over hun activiteiten gevonden kan worden, ingeval de contacten rechtstreeks door MI-6en MI-5 georganiseerd zijn.

Sinds 1923 had Koenigs de bankleerling Hermann Josef Abs onder zijn hoede genomen, om hem, als was hij zijn eigen zoon, tot zijn opvolger te op te leiden. Abs kwam naar Haarlem, waar hij niet alleen in het bankwezen werd ingewijd, maar ook tot het verzamelen van kunst werd gestimuleerd; zakenreizen op instigatie van Koenigs voerden hem naar Chicago, Londen en naar Berlijn bij Schickler&Delbrück.[11]

Gezamenlijk met Dr.Otto Strack vertegenwoordigde Koenings sinds 1938 Delbrück von der Heydt, bij de Rheinboden (Rheinisch-Westfälische Boden Creditbank). Dr.Hans von Dohnanyi, zwager van Dietrich Bonhoeffer, werd in de herfst 1941 na het uittreden van Friedrich Sperls in het bestuur van Rheinboden benoemd. Hij werkte sinds 1941onder de Nazietegenstander  Hans Oster in het OKW_ Amt Ausland/Abwehr; daarvoor was hij de persoonlijker adviseur van de Rijksminister van Justitie Gürtner. De benoeming in het bestuur van Rheinboden werd door Hermann Josef Abs veroorzaakt, die de bank aanraadde, „deze man niet aan hen voorbij te laten gaan. [12] Franz Koenigs was weliswaar in de herfst van 1941 gestorven; er bestaat echter weinig twijfel dat het contact tussen Abs en Dohnanyi  langs de familiaire banden van Koenigs is gelopen.

Van de 24ste april 1941 tot de dag voor zijn dood heeft Koenigs dagelijks aantekeningen gemaakt. Ze beginnen met de reis van Madrid via Barcelona naar Berlijn, waar hij op 24 april de trein neemt terug naar Nederland.
Hij noteerde, dat hij voor een zekere „Frahm“ een brief gekregen heeft en hoopte, Frahm de volgende dag te ontmoeten. Op 29 april 1940 noteerde hij:“Deze middag een korte bespreking wegens Frahm, ik hoop dat jullie snel een telegram uit Madrid brengen.” Op 5 mei de dag voor zijn dood eindigt het dagboek:“5/5 gewacht in Amersfoort op de trein naar Berlijn, een jaar geleden ging ik ook in die richting en overnachte ik in Oldenzaal en schreef daar voor de laatste keer uit het oude Holland. Heb je die brief gekregen? Vlakbij de grens smeekte ik de chauffeur om hem  erin te gooien en dat deed hij ook. Toen was het mooi weer en geen koude, zeer koud, de jouwe—Franz.“

Is het mogelijk dat met „Frahm“, die zich later Willy Brandt noemde, de op 18.december 1913 geboren Herbert Frahm bedoeld is? Koenigs oudste zoon, Ernst Magnus Koenigs geb.31.5.1916, werd door hem in 1936 van Berlijn naar Londen overgeplaatst, omdat hij wegens zijn medewerking aan een linkse verzetsgroep in gevaar was. In Londen melde hij zich direct bij het republikeinse verzet in Spanje en nam daar onder de naam Edwin Kraus deel aan de strijd in Spanje. Hij diende bij de P.O.U.M.[13] in Melitia en werd in het voorjaar van 1937 nabij Barcelona uit een vliegtuig geschoten. Herbert Frahm, de latere Willy Brandt, was tussen september en december 1936 bij een ondergrondse organisatie van de SAP, Metro in Berlijn actief en vervolgens in het  jaar 1937 als oorlogscorrespondent in de Spaanse burgeroorlog ook bij de P.O.U.M. Kort daarvoor was Herbert Frahm ook in Nederland. Is het daarom mogelijk, dat de door Koenigs bedoelde Frahm identiek is aan de latere Willy Brandt? Vele vragen zijn nog onbeantwoord.

Zoals uit de brief van mijn vader blijkt, heeft Franz Koenigs tot zijn dood inlichtingen door gegeven. Voor het vermoeden dat hij van het perron is geduwd dus vermoord werd, ontbreken de directe bewijzen. De getuigenverslagen echter geven verschillende tijden voor zijn dood aan; één keer is er sprake van voor in de middag, terwijl de baanpolitie de dood om 17:20 in de namiddag vaststelt. Franz Koenigs vond zijn laatste rustplaats op het kerkhof Melaatsen in Keulen.

Christine Koenigs © januari 2005


[1] Amsterdam, 1978 Hg. Philo Bregstein en Salvador Bloemgarten. Het boek bevat de tekst, die verband houdt met de documentaire: „Op zoek naar Joods Amsterdam“, die in kader van het 700-jarig bestaan van Amsterdam geproduceerd is.

[2] Dr. Lou de Jong had in 1945 van de Nederlandse regering de opdracht gekregen, om een geschiedenis aangaande Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog te schrijven.

[3] Klaus Bonhoeffer, geb.5.Januari 1901. Op 23.4.1945 in het geheim geëxecuteerd. Hij was samen met Rüdiger Schleicher door het Volksgerichthof tot de dood veroordeeld.

[4] Karl-Friedrich Bonhoeffer, geb.13.01.1899; gest. 1955 in Göttingen.

[5] PRO/FO 23012 im Archiv der Forschungsgemeinschaft 20. Juli.

[6] ibd. 23013

[7] GTB ISBN 3-579-01122-7 S.107-123

[8] GTB ISBN 3-579-01545-1 S.62,67-70

[9] D.Bonhoeffer, Bd.15 S.76

[10] ibd. Bd.16 S.204

[11] Prof. Klara von Eyll, Wirtschaftsarchiv Köln

[12] 100 Jahre Rheinboden Hypothekenbank AG S.103-104

[13] Internationalistische und antistalinistische Kommunistische Partei.