De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Het verhaal van Ernst Cahn (1889-1941) en Alfred Kohn(1890-1945)

De eerste gefusilleerde verzetsstrijder was een Duitse Joodse emigrant…

De Februaristaking op 25 en 26 februari 1941 is voor veel Nederlanders een bekend begrip. Doch wat er aan vooraf ging, is doorgaans veel minder bekend en nog minder bekend is het feit dat er twee Duitse Joodse mannen bij betrokken waren, Ernst Cahn en Alfred Kohn. Zij waren naar Nederland gekomen om de Nazi’s te ontvluchten, maar het zou allemaal anders lopen. Cahn werd de eerste, die in ons land voor het vuurpeloton stond na de inval van de Nazi’s op 10 mei 1940. Zijn executie vond plaats op 3 maart op de Waalsdorpervlakte…

Ernst Cahn (bron: erepeloton.nl)

Ernst Cahn (bron: erepeloton.nl)

Wat eraan vooraf ging

Ernst Cahn was geboren in Remagen in 1889 en hij was een koopman. Hij woonde al eerder met zijn gezin in Nederland, in Amsterdam om precies te zijn en wel van 1924 tot 1928. Maar in 1936 keerde hij terug naar Nederland wegens de opkomende Jodenvervolging en opnieuw vestigde hij zich in Amsterdam. Alfred Kohn vluchtte in november 1933 vanuit Berlijn naar Nederland. Cahn en Kohn waren zakenpartners en ze werden samen eigenaars van ijssalons “Koco”, één zaak in de Van Woustraat en de andere in de Rijnstraat. Beide straten waren gelegen in Amsterdam-Zuid, waar op dat moment circa een kwart van de Joden woonden. Het pand aan de Van Woustraat 149 zou het bolwerk worden van de Joodse knokploegen.

De ijssalons stonden goed bekend en zowel Joden als niet-Joden kwamen er graag. Zowel Cahn als Kohn stonden bekend om hun ongedwongenheid en hun briljante geest. De klanten luisterden met plezier naar de filosofische gedachtegangen van Cahn en ze genoten van de charmes en gulheid van hun gastheren. Maar al snel kwamen er donkere wolken aan de horizon. Ook in Nederland werden allerlei maatregelen van kracht, die de Joden steeds meer uitsloten van de maatschappij. Eén van die regels impliceerde dat Joden ook niet langer welkom waren in winkels, die gerund werden door niet-Joden ofwel Ariërs. IJssalon “Koco”werd echter gedreven door Joodse eigenaren en zij konden daarom nog wel Joden blijven ontvangen in hun zaak. Maar het werd moeilijker om de prettige sfeer, die er altijd hing, te handhaven. Steeds vaker kreeg de ijssalon last van antisemitische groepen, zowel Nazi’s als Duitsgezinde Nederlanders in het bijzonder leden van de nationaalsocialistische Weerbaarheidafdeling van de NSB. Zij vielen voortdurend Joden lastig, richtten vernielingen aan en stalen hun eigendommen. Dit gebeurde al in de Jodenbuurt, maar nu verspreidde deze tendens zich ook naar het welgestelde Zuid. Enkele klanten, onder wie Elias Rodriquez Garcia, besloten daarom een knokploeg op te richten om zo de salons te beschermen tegen ongewenst publiek. In ruil voor die bescherming zorgden Cahn en Kohn ervoor dat hun zaak een aangename sfeervolle ontmoetingsplaats kon blijven, waar geen angst heerste.

Zo werd de ijssalon in de Van Woustraat 149 al gauw de spil van de Joodse knokploegen, die hun buurt wilden verdedigen, evenals hun eigendommen. Vanuit de ijssalon ook activiteiten door het verzet werden georganiseerd. Ook het verzet tegen de anti-joodse rellen van februari 1941 werd hier gepland. Maar door het behalen van kleine successen begon men overmoedig te worden. Men werd roekelozer en vergat de geheimhouding. Dit leidde tot verraad van de verzetsgroep. Het begin van een drama…

Het incident met dramatische gevolgen

Er heerste al enige tijd onrust in de straten in de Jodenwijk in Amsterdam. Op 9 februari 1941 waren NSB’ers binnengedrongen in het café-cabaret “Alcazar”op het Thorbecke-plein. Daar traden nog steeds Joodse artiesten op. De NSB’ers werden bijgestaan door Duitse militairen en er ontstond een vechtpartij, waarbij een aantal gewonden viel onder wie de NSB’er Hendrik Koot. Hij overleed kort daarna aan zijn verwondingen.  Dit voorval leidde ertoe dat de Jodenbuurt werd afgesloten en dat de Duitsers oprichting van de Joodse Raad eiste. Maar de spanningen bleven en escaleerde uiteindelijk in de affaire “Koco”.

Op woensdagavond 19 februari 1941 wilde de Duitse Ordnungspolizei een inval doen in de ijssalon. Een knokploeg stond al klaar, want men verwachtte opnieuw een aanval van de WA. De zaterdag ervoor waren de ruiten al ingegooid en toen opnieuw mannen met uniformen verschenen, dacht men dat de WA mannen waren terug gekeerd. Om zich beter te beveiligen tegen aanvallen, had Cahn inmiddels een speciaal gemaakte fles gevuld met ammoniak laten aanbrengen in zijn zaak. Op het moment dat de patrouilleleden wilde binnendringen, bespoot deze ammoniakfles de indringers, die begonnen te schieten. Ze arresteerden de beide eigenaren en nog enkele andere aanwezige Joden, die verdacht werden bij de zaak betrokken te zijn. In de buurt werd ook nog eens twee razzia’s gehouden. Deze razzia’s zouden de aanleiding vormen voor wat de geschiedenis is ingegaan als de “Februaristaking”.

Ernst Cahn werd eerst naar de gevangenis in Amsterdam overgebracht, later werd hij verplaatst naar het “Oranjehotel” de gevangenis in Scheveningen. Ondanks intensieve verhoren en zware mishandelingen bleef Cahn zwijgen over de monteur, die het ammoniakgas geïnstalleerd had. Ernst Cahn en Alfred Kohn werden vervolgens veroordeeld door een Duitse rechtbank. Kohn was 55 jaar, toen hij 10 jaar gevangenisstraf kreeg. Hij verdween naar het concentratiekamp Auschwitz, hij zou de oorlog niet meer overleven; Ernst Cahn was ruim 51 jaar en werd veroordeeld tot de doodstraf. Op 3 maart 1941werd hij gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte, al waar hij ook begraven werd. Ernst Cahn, een Duitse Joodse vluchteling, was daarmee de eerste verzetsstrijder, die voor het vuurpeloton kwam sinds de bezetting van 10 mei 1940.

Na de oorlog werd in Amsterdam-Osdorp een straat naar Cahn vernoemd; de Ernst Cahnsingel. Tevens is brug 401 tussen de Rijnstraat en van Woustraat de” Cahn en Kohnbrug” genoemd en wel om de volgende redenen: ten eerste vormt de brug een verbinding tussen twee stadsdelen waar veel Joodse inwoners in de 2e wereldoorlog zijn afgevoerd en vermoord; ten tweede is de brug tevens de verbinding tussen de twee straten (Van Woustraat en Rijnstraat), in beide straten was een filiaal van  ijssalon Koco gevestigd. In 1985 werd over de gebeurtenissen in de oorlog rond de ijssalon een speelfilm gemaakt onder regie van Dimitri Frenkel Frank onder de titel: “De IJssalon”. De naam van Ernst Cahn is in deze film vervangen door Otto Schneeweiß.

Cahn-Kohnbrug in A'dam

Verdere consequenties.

Bij die arrestaties zou het echter niet blijven. De affaire “Koco” was koren op de molen van Hans Albin Rauter, Generalkommissar für das Sicherheitswesen” en tevens Höhere SS-und Polizeiführer. Daarmee was hij daarmee één van de leiders van het Duitse bestuur in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rauter had een enorme hekel aan de Joden. Natuurlijk rapporteerde hij de zaak “Koco” op 20 februari aan Reichsführer Heinrich Himmler, waarbij hij de feiten voor de Joden veel ongunstiger afschilderde dan dat die in werkelijkheid waren geweest. Rauter drong er meteen in zijn rapportage op aan dat er eindelijk iets gedaan werd tegen de Joden. Represailles konden dan ook niet uitblijven. Volgens het bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter moesten 425 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt worden. Op zaterdag 22 en zondag 23 februari 1941 vonden er in de Jodenbuurt te beginnen op het Jonas Daniël Meijerplein razzia’s plaats onder leiding van SS-Obersturmbahnführer Friedrich Knolle, waarnemend Befehlshaber der Sicherheitspolizei. Hij had voor die gelegenheid zelfs zijn hond meegenomen. Verschillende Joden werden het slachtoffer van bijtwonden. Op zaterdag viel de drukte van toeschouwers op straat nog mee, doch op zondag waren ook veel niet-Joden op straat vanwege de markt. Zowel het publiek als de Amsterdamse politie, die van niets wist, waren verbijsterd en woedend over het Duitse optreden. Op beide dagen was het optreden van de Duitsers weerzinwekkend. Er werd wild opgetreden met mishandelingen, veel geschreeuw en vernederingen. Ook niet-Joden raakten gewond door de schoppen en slagen. Amsterdamse politieagenten probeerden nog om enkele Joden te redden, maar velen ontkwamen niet aan de arrestaties. De gevangenen werden op transport gesteld, in eerste instantie naar kamp Buchenwald. Maar omdat daar het regime te “mild”was, werden de gevangenen weldra overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen. Reden voor de CPN (Communistische Partij Nederland) om hun eerder geplande staking nu alsnog te laten plaatsvinden. Op 25 februari begon de staking in Amsterdam, maar weldra sloeg ze over naar de omliggende steden tot aan de stad Utrecht. Uiteindelijk braken de Duitsers met geweld de staking. Er vielen doden en gewonden en er werden talloze stakers gevangen genomen en jacht gemaakt op verschillende leden van de CPN.
Tot op de dag van vandaag wordt de Februaristaking nog ieder jaar herdacht bij het standbeeld De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein te Amsterdam.

De dokwerker (bron: dedokwerker.nl)

De dokwerker (bron: dedokwerker.nl)

Onthulling plaquette ijssalon Koco in 1992 (bron:nationaal comité 4 en 5 mei)

Onthulling plaquette ijssalon Koco in 1992 (bron:nationaal comité 4 en 5 mei)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

Literatuur:

Braber, Ben – Zelfs als wij zullen verliezen: Joden in verzet en illegaliteit, 1940 -1945 Balans 1990

Kanes,Levie – Outrage 2000 , Gefen Publishing House 2004

Presser, J. –Ondergang. De vervolging en verdelging  van het Nederlandse Jodendom 1940-1945; Staatsuitgeverij 1985 Den Haag

Websites:
Erepeloton Waalsdorp www.erepeloton.nl

Geheugen van plan Zuid www.zuidelijkewandelweg.nl

Joods Amsterdam www.joodsamsterdam.nl

Joods Monument www.joodsmonument.nl