De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Ruth Liepman -Het verhaal van een Joodse vluchtelinge.

Ruth Liepman –1909- 2001

 

Ze werd geboren als Ruth Lilienthal in Hamburg in een gezin van niet-religieuze joodse ouders. Haar vader- hij had zich vrijwillig aangemeld in het leger tijdens de Eerste Wereldoorlog- was een toegewijd arts, die het er moeilijk mee had wanneer hij zijn patiënten niet (meer) kon helpen. Zijn politieke voorkeur lag bij de Deutsche Demokratische Partei, al deed hij zelf niet veel meer aan politiek dan er druk over discussiëren.

Dokter Lilienthal zag graag dat zijn dochter eveneens medicijnen ging studeren, zodat ze later een praktijk samen konden delen. Ruth zag dit vooruitzicht niet echt zitten, ze opperde dat ze liever rechten ging studeren. Een keuze die ze niet zou betreuren, want ze begon zich weldra thuis te voelen in de wereld van wetboeken. Haar doel was om rechter te worden in het jeugdrecht. Maar de komst van Hitler als rijkskanselier zou haar plannen drastisch doen wijzigen.

Toen Ruth 19 jaar was – in 1928- kwam ze in aanraking met de communisten, van wie ze dacht dat deze mensen de enige waren die in staat waren om de wereld te veranderen. Maar haar beeld was erg idealistisch en dat was het op die leeftijd in meerdere opzichten. Zo had ze ook het naïeve idee dat de communistische partij een eenheid vormde, zonder elkaar te bespioneren. Ook vond ze in die jaren dat de communisten en de sociaaldemocraten zich zouden moeten verenigen in hun oppositie tegen de fascisten. Echter, de partijleiders zagen de sociaaldemocraten zonodig nog een grotere vijand.

Toen het bekend werd dat Ruth een actief lid was van de communistische partij, ontstonden rondom haar persoon allerlei geruchten. Haar vader die een grote praktijk had, werd hierop aangekeken en weldra was hij één van de eerste artsen in Hamburg, die van de Nazi’s het verbod kreeg om deel te nemen aan het nationale gezondheidsprogramma. Niettemin hadden haar ouders hun dochter nooit verwijten gemaakt over haar politieke activiteiten. Ondertussen was Ruth gaan studeren, eerst in Hamburg en vervolgens in Berlijn.

In 1933 veranderde de sfeer in Duitsland aanmerkelijk. Er heerste veel intolerantie en mensen werden lukraak opgepakt en/of vermoord. Ruths communistische vrienden werden gearresteerd. Velen van haar andere vrienden trachtten het land te ontvluchten. Deze gevolgen vroegen zonder meer om aanpassingen en men moest steeds voorzichtiger worden. Het volk dat opgezweept werd door de driftige toespraken van Hitler raakte al snel in de ban van hem.

Hoe de sfeer grimmiger aan het worden was, mag blijken uit een anekdote van Ruth, die afspeelde vlakna de verkiezingen in maart 1933. Dokter Lilienthal vroeg aan een passerende politieman: “Denk je dat dit een eerlijke verkiezing was?” Daarop antwoordde de politieagent: “ Hoor eens, dokter, het is goed, dat je dat aan mij vraagt, maar vraag dat alsjeblieft niet aan iemand anders, want die vraag alleen al kan je in de gevangenis doen belanden!”
Voor Ruth werd het ook grimmiger in Berlijn en vrienden van haar vonden het verstandiger, wanneer ze weer terug zou keren naar  Hamburg. Eén van die vrienden was Werner Bockelmann, een medestudent, die twee jaar ouder was dan Ruth en de zoon van een bankier en een Russische moeder. Werner en Ruth spendeerden vele avonden aan discussies met elkaar over onder meer de Marxistische filosofie. Ruth werd verliefd op deze man, die aanvankelijk ingenieur had willen worden. Toen een wederzijdse communistische vriend werd gearresteerd, waarschuwde Werner zijn vriendin dat zij het land moest gaan verlaten. Ruth ontsnapte naar Holland.

Het was op 22 april 1934 op haar 25ste verjaardag dat Ruth Lilienthal haar vaderland verliet en koos voor een nieuw land als haar moederland, namelijk Nederland. Het lag voor de hand dat ze naar Amsterdam zou gaan, want deze stad lag het dichtst bij Hamburg. En Ruth wilde niet te ver weg van de plek waar een revolutie kon ontstaan, want nog altijd was ze ervan overtuigd dat de communisten de Nazi’s zouden verslaan. Vlak voor de aanvang van haar reis kreeg ze van een vrouw een grote fles inkt toe gestopt. Het was onuitwisbare inkt, een nieuw product, die volgens de vrouw op belangstelling kon rekenen van het Nederlandse volk en dat meteen werk zou betekenen voor Ruth. Optimistisch toog ze naar Amsterdam.

Haar eerste contact was een arts, die ze kende vanwege de praktijk van haar vader. Bij hem logeerde ze gedurende een week. Daarna zocht ze contact met een Hollandse joodse vriendin, die ze nog kende van een skitrip. Via deze jonge vrouw kreeg ze werk als weefster in een weverij. Het lukte haar om een gemeubileerde kamer te huren in de Rijnstraat in Amsterdam-Zuid, waar vele emigranten leefden. Enige tijd later moest de weverij sluiten en was Ruth haar baan kwijt. Om weer aan werk te komen, besloot ze gebruik te maken van de referentiebrieven, die ze meegenomen had bij haar vertrek uit Hamburg. Eén van die brieven was voor Felix Tikotin, een architect en een groot verzamelaar van Japanse tekeningen, wat er toe geleid had dat hij ook kunsthandelaar was. Dankzij Tikotin beschikte Ruth regelmatig over een warme maaltijd. Bovendien leende hij haar 1.ooo gulden, waardoor ze in staat was om een werkvergunning te krijgen en weer aan het werk kon, onder meer op het advocatenkantoor van Rothschild.

Tussen de emigranten was er veel contact, velen bleven ervan overtuigd dat Hitler spoedig ten val zou komen, hoewel de joodse emigranten zich veel minder met politiek bezighielden, zij zochten voortdurend naar wegen om naar Amerika te komen. Veel emigranten waren wetenschappers, schilders en schrijvers. Voor de laatste groep vestigden Nederlandse uitgevers verschillende uitgeverijen in Amsterdam, zoals Querido en van Kampen, die zich specialiseerden in het publiceren van werken, geschreven door Duitse geëmigreerde schrijvers. Ook hielpen de emigranten elkaar dikwijls. De communistische partij bijvoorbeeld probeerde mensen  verder te smokkelen naar Frankrijk en Portugal. Sommige joodse families gaven geld hiervoor. Ruth Lilienthal was daar ook wel eens koerierster voor. Toch werd voor veel vluchtelingen de tijd steeds beangstigend en hopelozer.

Voor Ruth was inmiddels een arrestatiebevel uitgevaardigd, ze liet zich er niet door ontmoedigen. In opdracht van de communistische partij reisde ze  verscheidene malen undercover tussen Nederland en Duitsland met pamfletten en informatie over toekomstige ontmoetingen, die moesten plaats vinden. Het waren angstige reizen, waarvan ze nooit wist of ze levend zou terugkeren. In die dagen onderging ze begrijpelijkerwijs een liefde- en haatverhouding met haar vaderland. Het was immers toch haar geboorteland, maar tegelijkertijd werd alles vernietigd en waren menselijke relaties ernstig verstoord door onderlinge wantrouwen.

Bij haar thuiskomst van een reis naar Moskou in 1936, stonden haar ouders en beide broers op de stoep op haar te wachten. Ook zij hadden hun vaderland – Duitsland- moeten ontvluchten en waren thans op doorreis naar Amerika. Ze moesten echter eerst enkele maanden in Holland blijven in afwachting van hun visa. Eén van haar broers, Manfred, wilde echter bij zijn zuster in Nederland blijven. Hij zou hier de Technische School afmaken, een opleiding waar hij in Duitsland reeds aan begonnen was. Vlak voor de Duitse invasie in ons land in mei 1940,vertrok ook hij naar Amerika.

Voor Ruth Liepman vormde Wilheml Knöchel, bijgenaamd “de oude man” de belangrijkste schakel met de communistische partij. Toch kon dit niet verhinderen dat zij uit de partij gezet werd, terwijl ze werkte voor het verzet. De aanleiding hiertoe was een reis naar Engeland. Er was haar door medepartijgenoten opgedragen om niet in het openbaar te spreken tijdens hun verblijf in Engeland. Echter, toen enkele vrienden van Ruth haar vroegen om iets te vertellen over Nazi-Duitsland, ging ze overstag. Op de terugweg naar Holland werd haar meegedeeld dat ze uit de partij gezet werd. Ze bleef echter met haar verzetswerkzaamheden doorgaan.

Na de oorlog keerde ze terug naar Hamburg, waar ze de  journalist Heinz Liepman leerde kennen, die net van zijn ballingschap uit Amerika teruggekeerd was. Ze huwden in 1949. Samen met hem richtte ze in Zürich een literatuuragentschap op, die uit groeide tot een agentuur voor wereldliteratuur. Auteurs als Norman Mailer en Vladimir Nabokov maakten daar deel van uit. Ruth Liepman werd 92 jaar. Ze overleed in Zürich op 29 mei 2001.

 

Bron:

Liepman, Ruth- Luck isn’t just chance-1997