De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

+Nederlanders bij Duits Verzet in Duitsland

Comité Oranje en Alfred Oswalt.

Karel Roos en Cornelis Huber.

Comité Oranje noemde een kleine groep Nederlanders, die actief waren in het verzet in Berlijn, zichzelf. De oprichters waren Karel Roos en Cornelis Hubers. Karel Roos was begin veertig, toen hij als socialistische journalist in 1942 naar Berlijn vertrok. Hij deed dit op advies van Lex Althof, redacteur bij het Volk en later het illegale Parool, die iemand zocht om de verzetsgroepen aldaar te helpen. In Berlijn kwam Roos in contact met Cornelis Hubers, een administrateur van even in de twintig, die waarschijnlijk vanwege de Arbeitseinsatz in Berlijn terecht was gekomen en thans werkte hij, zoals meerdere Nederlanders bij Siemens. Inmiddels had hij een Duitse vrouw getrouwd. Samen waren Roos en Hubers verantwoordelijk voor Comité Oranje, de kleine verzetsgroep hield zich bezig met het verspreiden van vlugschriften en door middel van de banden, die ze hadden met de illegaliteit in Nederland, konden ze beschikken over blanco paspoorten. Die passen werden in Duitsland gebruikt om voortvluchtigen te helpen het land te verlaten. Wegens gebrek aan materialen kon de groep geen gewapende acties uitvoeren, al maakte ze darvoor wel plannen.

Alfred Oswalt.

Alfred Oswalt had dringend hulp nodig. Joden, dwangarbeiders en politieke vluchtelingen moesten zo snel mogelijk Duitsland verlaten om aan vervolging te ontkomen. Oswalt wilde hen graag helpen, hij had immers niets op met de NSDAP. Alfred Oswalt , geboren in 1910 te Dresden, was in zijn studententijd- hij studeerde Bouwkunde aan de Universiteit in Berlijn- tijdlang lid geweest van een communistische studentenorganisatie. Na zijn studie hoorde hij hoe vanuit Moskou een groep Communisten uitgeleverd was aan de Nazi’s, vanaf dat moment wilde hij helemaal niets meer met politiek te maken hebben. Maar het lot bepaalde anders. In 1942 ontving hij een oproep voor de Wehrmacht. Hij deed zich onhandig voor en voorkwam op deze manier dat hij naar het front moest. In plaats daarvan kreeg hij licht arrest. Begin 1943 lukte het hem om zich in te kopen bij een Berlijnse bouwfirma en dankzij zijn baas verkreeg hij vrijstelling van dienstplicht op grond van “kriegswichtiger Tätigkeit”. Hij zou in het bedrijf harder nodig zijn.

Het bouwbedrijf kreeg orders uit zowel civiele als militaristische hoek en verspreid over heel Duitsland. Dat verschafte Oswalt de mogelijkheid om het bedrijf als dekmantel te gaan gebruiken voor zijn verzetsacties. Zo werden hem door het Reichsministerium für Rüstung und Kriegsproduktion, dat onder leiding stond van Albert Speer, dwangarbeiders toegewezen. Oswalt koos steeds zoveel mogelijk Joden en politiek andersdenkenden uit. Door hen in te zetten voor zijn bouwprojecten, kon hij hen behoeden voor arrestaties en/of deportaties. Aangezien verschillende bouwwerkzaamheden ook nog eens in de grensstreken gesitueerd waren, boden deze  plekken gelegenheid voor Oswalt om via die plekken Joden het land uit te smokkelen. Oswalt kon veel voor zijn vluchtelingen en vervolgden betekenen op gebied van voedsel, geld en tijdelijk onderdak. Waar hij meer moeite mee had, was het verkrijgen van passen. Maar toen kwam hem de verzetsbezigheden van Comité Oranje ter ore. Oswalt bood Karel Roos een baan aan op zijn kantoor in Berlijn als commercieel medewerker. Wat Roos in werkelijkheid deed, was stencilen van vlugschriften, waarin Duitse militairen werden opgeroepen om hun wapens neer te leggen en verdere dienst te weigeren. Oswalt zorgde voor de verspreiding van deze vlugschriften en hij deed meer, hij zorgde ook voor springstoffen, die Comité Oranje goed kon gebruiken. Roos en Hubers op hun beurt regelden valse Nederlandse paspoorten voor Oswalt. In de loop van 1944 werd een groot aantal mensen in veiligheid gebracht of kon het land verlaten. Comité Oranje blies met succes een spoorbrug op in het Westen van Duitsland en mogelijk waren zij ook verantwoordelijk voor aanslagen op diverse munitiedepots.

De arrestaties.

Maar het succes kon niet eeuwig duren. In oktober 1944 sloeg het noodlot toe. Mogelijk was Oswalt’s naam genoemd door een Joodse vluchteling, die in Frankrijk was opgepakt door de Gestapo. Mogelijk was er een andere oorzaak, die leidde tot de arrestaties. Hoe dan ook, zowel bij Siemens als bij het bedrijf van Oswalt werden arrestaties verricht. Ook mensen, die niets met deze verzetsdaden te maken hadden gehad, werden opgepakt. Eén van hen was de dwangarbeider Jacques L. Hij was een 23 jarige student Bouwkunde, geboren in Rotterdam, maar terecht gekomen in Duitsland als gevolg van de aanslag op SS-officier H.A.Seyffardt door het Nederlandse verzet. Als represaille werd toen 2000 kinderen van welgestelde families gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught. Daarna werden ze te werk gesteld in Mainau bij de Junkers-fabrieken. Later werd deze groep opgedeeld en kwam Jacques terecht bij een cementfabriek in Heidelberg. Daar nam hij deel aan het vormen van een plaatselijke verzetsgroep, die behalve uit Nederlanders ook uit Belgen en Fransen bestond. Maar de Gestapo kwam Jacques op het spoor. Op advies wendde hij zich tot Oswalt, die hem onderbracht in zijn kantoor in Berlijn. Een paar dagen later kwam de inval…

Alle arrestanten werden in eerste instantie vastgezet in de gevangenis aan de Lehrterstrasse in Berlijn en vervolgens verplaatst naar gevangenis Plötsensee, omdat ze verdacht werden van hoogverraad. De verhoren, die gepaard gingen met martelingen, vonden plaats in het pand van de Gestapo aan de Prinz-Albrecht Straße en in een voormalige synagoge in de Oranienburger Straße. Echter, op 3 februari 1945 hadden de geallieerden een luchtaanval uitgevoerd, daarbij waren de gebouwen van het Volksgerichthof en de Gestapo zwaar beschadigd. Hitler gaf daarop het bevel om alle van hoogverraad verdachte gevangenen over te brengen naar Bayreuth. Daaronder bevonden zich Roos, Hubers en Oswalt. Het transport zou twee weken gaan duren en een groot deel van de in totaal 300 gevangenen zouden de reis niet overleven. Na aankomst gingen de zware verhoren weer verder. Hubers werd door de Gestapo gezien als hoofdverdachte. Enige dagen later stierf hij aan de ernstige gevolgen van de martelingen. De anderen overleefden hun gevangenschap, dankzij de bevrijding door de Amerikanen op 14 april 1945.

Na de oorlog.

Vlak na zijn bevrijding ging Oswalt naar de woning van de Gestapofunctionaris, die de verhoren had geleid en schoot de man in diens huis dood. Na de capitulatie keerde Oswalt weer terug tot zijn oude beroep als architect en bouwondernemer. Eind 1948 diende hij een aanvraag in tot Wiedergutmachung, die in 1951 werd afgewezen. De activiteiten van de verzetsgroep waren niet gepleegd uit anti-nationaalsocialistische overtuiging, volgens de commissie, en dus werd de groep beschouwd als een Terreurgroep. Oswalt bleef tegen de uitspraak vechten, doch het lukte hem pas midden 60-er jaren om rehabilitatie te krijgen en ontving hij een bedrag van 35.000 DM als schadevergoeding. Oswalt overleed in 1992, na jarenlang last te hebben gehouden van de gevolgen, die hij opgelopen had tijdens de martelingen.

Karel Roos keerde na zijn bevrijding terug naar Den Haag. Daar leefde hij in eenzaamheid en armoede. Hij schreef zo nu en dan voor kranten met theater-, concertrecensies, columns en gedichten. Maar Roos was ook vaak werkeloos en raakte steeds meer aan de alcohol. Met zijn familie was er geen contact meer, waarschijnlijk ook, omdat Roos homoseksueel was. In december 1970 overleed hij. Er was geen graf voor hem, zijn as werd verstrooid.

Jacques L. hield ook nog jarenlange zware psychische en fysieke problemen als gevolg van zijn vele en lange martelingen. Begin jaren ’50 probeerde hij toch een eigen zaak op te zetten, terwijl hij probeerde met gesprekstherapieën van zijn angstaanvallen af te komen. Dat lukte hem maar half en eind jaren 70 verkocht hij zijn zaak.

Bronnen:

Oswalt Philipp- Bericht von einer Deutsch-Niederländischen Widerstandsgruppe aus Berlin- archief Verzetsmuseum Amsterdam

Fernhout Jan (Stichting Holländerei) – Niederländer und Flamen in Berlin 1940-1945 -Edition Hentrich Druck

-Eerden, Enno van der – Hollands verzet in Berlijn  http://www.st4045.nl/cntblad/cb060403.html