De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

+ Verbindingen tussen het Duitse en Nederlandse verzet

Meer dan veertig jaar geleden schreef C.L.Patijn, die één van de contactpersonen met de Kreisauer Kring was geweest:”Ook daarom was het niet moeilijk, na de oorlog Duitsland las partner in de Eeuropese samenwerking te betrekken, omdat er ook een Duitse verzetsbeweging geweest is, die in volle historische solidariteit heeft gestaan met de verzetsbeweging in de bezette landen.”
Hier volgen diverse vormen van samenwerking tussen anti-nationaalsocialisten aan weerszijden van de Duits-Nederlandse grens.

-Burgerverzet. Tussen het Duitse en Nederlandse verzet bestonden verschillende contacten. Veel van die contacten verliepen via Ds. Visser ’t Hooft en/of via de Zwitserse weg, een smokkelroute van Nederland naar Genève. Helmuth von Moltke en Adam Trott zu Solz-leden van Kring Kreisau– maakten hiervan met enige regelmaat gebruik, lees: Adam Trott zu Solz en Nederland.

-Internationaal Transportarbeidersfederatie (ITF) . Deze federatie had een Nederlandse secretaris-generaal, Edo Fimmen, en een kantoor in Amsterdam. Ze zag al vóór 1933 het gevaar dat in Duitsland dreigde en er volgden gespreen met vakbondsfunctionarissen en Fimmen. Deze spoorde aan tot illegaal werk en tot het maken van een communicatenetwerk tussen de Duitse bonden onderling en Amsterdam.

Politieke verzetscontacten. Vrijwel vanaf het begin -1933- zochten de Nederlandse socialisten en communisten contacten met geestverwanten in Duitsland. De Nederlandse arbeidersbeweging was geschokt, toen Hitler aan de macht kwam, waardoor hun zusterpartijen snel hun neergang tegemoet gingen. Na de  brand in het Rijksdaggebouw werd de communistische partij verboden in Duitsland. Van Nederlandse communistische zijde vormde Daan Goulooze de belangrijkste verbindingsman. Vele Duitse vluchtelingen gingen naar Amsterdam en daar ontstond een groep, die het verzet in Duitsland steunde en organiseerde. Eén van hen was Willy Seng, geboren in 1909 te Berlijn en kleermaker van beroep. Toen hij moest vluchten in 1935, kwam hij in Nederland terecht. In het voorjaar van 1941 ging Seng vanuit Nederland naar het Ruhrgebied om daar te helpen de KPD op te bouwen. Ook andere Duitse gevluchte partijgenoten werkten samen met de Nederlandse communisten en zelfs met gevluchte joodse Duitsers  om illegale lectuur naar Duitsland te brengen en om contact te onderhouden tussen de illegale communistische groepen in Duitsland en de KPD (Kommunistische Partei Deutschland)- groep in Amsterdam. Willy Seng werd in januari 1943 in Düsseldorf gearresteerd en in mei 1944 ter dood veroordeeld. Op 27 juli 1944 werd hij in Keulen terecht gesteld.

Religieuze verzetscontacten.
  -Op 9 Juli 1933 kwam op verzoek van een groep van de kerkelijke oppositiebeweging “Evangelium und Kirche” in Bochum  ongeveer 15 personen in Utrecht bijeen. Het waren de hoogleraren Kohnstamm, Brouwer, Noordzij, Obbink, Böhl, v.d.Bergh, de predikanten Oberman, Beerens, Wissing en baron en baronesse van Boetzelaar. Van Duitse kant waren H. Hausmann en G.Klose aanwezig. Ze keerden terug naar Duitsland met de geruststelling dat Nederland ook financieel mee wilde helpen. Er bleef wel contact ontstaan, zij het onregelmatig.
  -Van katholieke zijde had Mgr. H. A. Poels uit Heerlen contacten met personen uit de Duitse arbeidersbeweging. Zowel in als buiten Nederland was hij voortdurend bezig om zowel kerkelijke als wereldlijke leiders te attenderen op het nazigevaar. Dankzij Poels kwam in 1934 de Jezuïetenpater Friedrich Muckermann naar Nederland via Gronau, omdat zijn leven gevaar liep. In Oldenzaal werkte Muckermann mee aan het anti-nazistische tijdschrift “Der Deutsche Weg”, dat door de Gestapo gevreesd werd, doch door veel Duitse katholieken gelezen werd. Hij deed dit samen met onder meer Joseph Steinhage, die dit blad uitgaf. Steinhage was een Duits, katholiek journalist, geboren in 1886. Hij kwam in 1934 naar Nederland, is in mei 1940 ondergedoken. Steinhage overleed in 1957.
  -In 1936 kwam de theoloog Karl Barth naar Nederland om te spreken met leden van de Belijdende Kerk. Hij was in oktober 1935 uit Duitsland uitgewezen en verbleef in Zwitserland, terwijl hij in contact bleef met de Belijdende Kerk. Sindsdien diende Nederland verschillende malen als ontmoetingsplaats tussen Barth en de leden van de Belijdende Kerk.
Deze bijeenkomsten hadden ook de uitgave van een informatiebulletin “Berichten uit de Duitse Kerkstrijd” tot gevolg, waarin ook bijdragen werden opgenomen van predikanten van de Belijdende Kerk uit Bentheim.
  – Er waren overigens veel contacten met de  Belijdende Kerk. Willem Visser ‘t Hooft, algemeen secretaris van de Wereldraad van Kerken ( in oprichting sedert 1938) vormde bij deze religieuze contacten een belangrijke schakel. Hij had onder meer contact met Dietrich Bonhoeffer. Maar ook met ds. Grüber, die belast was met de zorg voor Protestantse Jodenchristenen in Duitsland.

Jeugdverzet. Dit is een aspect waaraan doorgaans nauwelijks aandacht wordt besteed, maar zeker niet te veronachtzamen is. Ook vanuit buitenland was er steun voor deze verzetsgroepen, vaak via gevluchte Duitse jongeren. Eén van die jeugdleiders, die nog in contact stond net het Duitse jeugdverzet, was Theo Hespers, die gevlucht was naar Nederland. Zelf behoorde Hespers tot de katholieke jeugdbeweging. Vanuit Nederland bracht hij in Duitsland diverse jeugdgroepen met elkaar in contact, maar hij ging ook wel naar Duitsland toe. Er waren ook weekendbijkomsten in de omgeving van Roermond, dan vonden er ontmoetingen plaats tussen Duitse jongeren en Hespers. Eind 1935 kreeg de Gestapo lucht van deze activiteiten en er werden circa dertig jongeren gearresteerd. Hespers bleef toen nog buiten schot. Uiteindelijk zou hij in 1942 alsnog gearresteerd worden en in 1943 opgehangen in gevangenis Plötzensee. Met medewerking van W. Verkade werd er een Nederlands steuncomité opgericht voor het Duitse jeugdverzet.

Militaire verzetscontacten. Eén van de bekendste personen die connecties had met het Duitse verzet was de Nederlandse Majoor Sas. Hij had een heel goed contact met Generaal Hans Oster van de Abwehr- de inlichtingendienst van het leger. Sas ontving de berichten van Oster dat Hitler Nederland wilde binnenvallen. Echter, omdat de datum, waarop dit zou moeten gebeuren steeds uitgesteld werd, hechtte niemand meer waarde aan de waarschuwende woorden van de majoor.

Van Nederlandse afkomst. Sommige leden van het Duitse verzet waren van oorsprong van Nederlandse afkomst, zoals Cato Bontjes- van Beek. De familie van haar vader nam pas in 1907 de Duitse nationaliteit aan. Zelf nam ze actief deel aan het Duitse verzet, Cato Bontjes-van Beek was betrokken bij die Rote Kapelle-Berlin.
  -Hetzelfde gold voor Wilhelm Staehle. Hij had een Nederlandse moeder. Al vóór de Eerste Wereldoorlog was hij in dienst gegaan en had daar bij de inlichtingendienst gewerkt. Door de Nazi’s werd hij op dood spoor gezet als commandant van het militaire Invalidenhaus in Berlijn. Omstreeks 1938 was hij in contact gekomen met Goerdeler, de voormalige burgemeester van Leipzig en verzetsstrijder. Staehle werd verbindingsman met het Nederlandse verzet. Via twee Rijnsburgse bollenkwekers liet hij inlichtingen en waarschuwingen overbrengen naar Nederland. Sinds 1942 had Staehle een nieuwe contactlijn in het oosten van Nederland ontwikkeld samen met vrienden uit Neuenhaus, die ook tot de Belijdende Kerk behoorden. Op 12 juni werd Staehle gearresteerd. Via Neuenhaus had hij nog kans gezien om de namen door te geven van de personen, die gevaar liepen. Zijn arrestatie wekte veel beroering, ook binnen de Duitse verzetskringen, omdat Staehle van veel zaken op de hoogte was. Na maanden van verhoor werd hij uiteindelijk in Berlijn op 23 april 1945 door de Gestapo met een nekschot om het leven gebracht.
  -Een apart geval was Walter Suskind. Hij was weliswaar geboren in Lüdenscheid-Duitsland, maar omdat zijn grootouders en ouders Nederlanders waren, was Suskind ook Nederlander. In 1938 werd hij ontslagen, omdat hij joods was en samen met zijn vrouw Johanna Suskind-Natt vertrok hij naar Nederland, eerst naar Bergen op Zoom, later in 1942 verhuiste hij met zijn gezin naar Amsterdam. Toen in datzelfde jaar de Hollandse Schouwburg ging dienen als verzamelplaats voor joden, die gedeporteerd moesten worden, werd Suskind door de Joodse Raad aangesteld als directeur. Doordat hij vloeiend Duits sprak en de mentaliteit van de bezetter goed kende, wist hij het vertrouwen te winnen van de Duitse bewakers en ook van Aus den Funten, hoofd van de Zentralstelle für  judische Auswanderung. Op deze manier lukte het Suskind om honderden volwassen joden te laten ontsnappen en ongeveer 1.ooo joodse baby’s en kleuters, die in de creche tegenover de Schouwburg verbleven. De familie Suskind overleefde de oorlog niet. Frau Suskind en dochter werden in oktober 1944 direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Walter Suskind stierf zelf in 1945 in Auschwitz, vermoedelijk tijdens één van de dodenmarsen.

Bron:

-Aspeslagh, R & Raven, S – Een lastige erfenis. Rol en betekenis van het Duitse verzet tegen Hitler – 1995.