De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Verhalen over Duitse deserteurs.

“Duitse Kareltje” in het Nederlandse verzet  (met dank aan Drs.L.F.M. van der Hoeven)

In De Onderduiker -een illegaal blad uit Heiloo- schreef Karl Weinreich
“Dagenlang zou ik kunnen schrijven, als ik alles wilde neerschrijven wat ik als Duitser in de nationaalsocialistische staat doorleefde. (-) Nationaalsocialisme betekent: oorlog, heerschappij door geweld, eigen volk en andere volkeren knechten, roven en moorden.”

Karl Weinreich had het moeilijk. Hij was Duits soldaat, afkomstig uit Hamburg en zat nu in -herfst 1942-met verlof in Limmen, Limburg. Hij had verkering met een Hollands meisje, maar als soldaat van de Wehrmacht zijnde moest hij weldra terug naar het front, dat was Befehl. Maar Karl wist niet meer of hij eigenlijk nog wel terug wilde naar dat front. Hij had al zoveel ellende gezien. Onlangs nog aan het Griekse front, daar werd door het geratel van de machinegeweren van de SS, dat maar niet leek op te houden, duizenden vrouwen, kinderen en grijsaards vermoord. Nee, Karl had genoeg van dat soldatenleven, hij deserteerde. Hij dook onder, eerst bij de familie Meier in Limmen, daarna op de boerderij van Johan Blokker in Heiloo.

Maar daar te zitten afwachten op het einde van de oorlog, dat was niets voor hem. Strijden wilde Karl wel, dat zat in hem, maar dan aan de goede kant en hij sloot zich aan bij het LO ( Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) in het district Alkmaar. Onderduikers hadden dringend behoefte aan zaken als persoonsbewijzen en bonkaarten, maar konden die vanzelfsprekend niet zelf krijgen. Daarvoor waren ze afhankelijk van de KP(knokploegen). In 1943 ging de LO over tot het zelf oprichten van knokploegen en tot het verenigen van de al bestaande ploegen. Met enige regelmaat overvielen de knokploegen distributiekantoren om aan bonkaarten te komen. Ook had het verzet  vervalste persoonsbewijzen nodig, zowel voor zichzelf als voor de onderduikers. Die persoonsbewijzen werden geleverd door de Persoonsbewijscentrale, de ondergrondse organisatie van Gerrit van de Veen, die in verzetskringen bekend was geraakt om hun vervalsingen. Daar speelde ook een andere Duitser een belangrijke rol, dat was Gerhard Badrian, een voormalig Duits-Joodse vluchteling, die inmiddels werkzaam was in het Nederlandse verzet. Ze pleegden ook overvallen op distributiekantoren, die waren doorgaans erg succesvol.

Karl kwam bij de KP van Fritz Conijn terecht. Conijn was al een belangrijk lid van het verzet, de LO-Alkmaar, hij was bekend onder de namen Fritz von Alkmar(mogelijk door anderen aan hem gegeven), Fritz De Haas, Rikus, Roel en Vermeulen. In maart 1944 richtte Conijn zijn eigen knokploeg op. Samen met de KP overviel Weinreich o.a. het distributiekantoor in Heiloo. Karl, die inmiddels de bijnaam “Duitse Kareltje” gekregen had, nam –net als Badrian- ook deel aan overvallen op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Bij de tweede overval had Johannes Post de leiding en Karl hield aan die actie een schotwond in zijn achterste over.

Uiteindelijk vertrok Weinreich naar Hoorn, hij had geen keus. De KP-Alkmaar was uiteengevallen door arrestaties van de Gestapo, bovendien was er een inval geweest op Karls onderduikadres in Heiloo. In Hoorn vond “Duitse Kareltje” aansluiting bij de Knokploeg van Henk Kleipoel. Hij werd leider van de Hoornse ploeg die verschillende belangrijke verzetsacties uitvoerde.

Na de oorlog liet Karl Weinreich zijn naam veranderen in Weinrijk. Hij trouwde en samen met zijn Nederlandse vrouw kreeg hij een zoon. In 1950 verkreeg toen Karel Weinrijk geheten de Nederlandse nationaliteit vanwege zijn inzet tijdens de oorlog. Zijn nieuwe woonplaats werd Stein in Limburg.

Fritz Conijn werd op 28 augustus 1944 gearresteerd en op 6 september werd hij samen met twee andere kameraden,Johannes Voskuil en Henri Scharrer, in kamp Vught gefusilleerd. Aan Fritz Conijn is postuum het “Verzetskruis 1940-1945” toegekend.

Bronnen:
-Baar, van, Jan en Valk, Gerrit- “Alkmaar 1940-1945-Kroniek van de bezettingsjaren” – april 1995
-Van der Zee, Sytze- Vogelvrij, de jacht op de joodse onderduiker –De Bezige Bij,2010
Nationaal Monument Kamp Vught- Conijn, Fritz

Het verhaal van Walter Höllander.

Als 20-jarige soldaat van de Wehrmacht werd Walter Höllander naar Nederland gestuurd in 1942. Hij werd opgeleid tot verkenner in Almelo. Op een dag kreeg hij het bevel om een varken te vorderen van een oude vrouw. Höllander weigerde en hij werd voor de keuze gesteld: of de oude vrouw neerschieten of hij werd zelf neergeschoten. Höllander vluchtte, maar werd opgepakt en uiteindelijk voorgeleid voor de militaire rechtbank, ofwel Kriegsgericht te Kassel. Daar werd hij ter dood veroordeeld wegens desertatie. Na een verblijf van een aantal maanden in de dodencel in de militaire gevangenis van Torgau werd dit vonnis omgezet in dienstneming aan het Oostfront in een strafcompagnie, de Feldstrafabteilung 19. In 1945 werd Höllander als krijgsgevangene ingescheept voor Amerika. Hij wilde Duitsland nooit meer zien. Echter, de band met zijn vaderland bleef toch trekken en hij vestigde zich in de DDR.

Lange Heinz.Over lange Heinz is niet erg veel bekend. Niet eens zijn volledige naam, zijn bijnaam dankte hij aan zijn lengte. Bekend is alleen dat hij de oorlog niet meer zag zitten, hij deserteerde en deed dat in Nederland, in Oudenbosch om precies te zijn. Hij was pas sinds kort in Oudenbosch, daarvoor was hij gelegerd geweest in Zeeland. Meerdere kameraden deserteerden  gelijk met hem. Het gebeurde ergens in Oktober 1944.

De Duitsers boden hen verschillende malen gelegenheid om tot inkeer te komen, zijn kameraden deden dat en hen werd executie bespaard. Maar Lange Heinz niet, hij bleef weigeren tot het allerlaatste moment. Heinz had nog wel een afscheidsfeestje gegeven, de avond vóór zijn executie, in het dorpscafé,waarbij de kinderen getrakteerd werden op chocolade.

Heinz werd geëxecuteerd aan de Spoorlaan en werd begraven in een graf dat speciaal voor hem gedolven was. Zijn kameraden hadden een houten kruis met de namen Heinz Wilhelm op het graf geplaatst. Een aantal jaren later werd het graf geruimd.

Bron:
http://www.breda-en-alles-daaromheen.nl/lange-heinz-een-goede-duitser.htm

Waarom Ludwig Baumann niet meer soldaat wilde zijn.

Ludwig Baumann kwam in 1940 bij de marine. In 1942 kreeg hij een nieuwe order. Samen met zijn kameraden moest hij de kust bij Bordeaux bewaken. Maar toen hoorde hij verhalen over de honderdduizenden soldaten die doodvroren aan het Oostfront en hij wilde niet meer mee doen aan de oorlog. Samen met een vriend deserteerde hij, ze hoopten naar Amerika te kunnen gaan via Noord Afrika met hulp van de Fransen, maar ze kwamen niet ver. Bij de Franse grens werden ze gearresteerd. Uiteindelijk werden ze na maanden van gevangenschap en martelingen overgebracht naar een concentratiekamp vlakbij Torgau, waar zich inmiddels ruim 80.000 militaire gevangenen bevonden. Daar werd hij, zoals zovele deserteurs, opgesloten in een dodencel, gebonden aan kettingen, want ook hij was ter dood veroordeeld. De straf werd echter niet voltrokken, ze werd omgezet en Baumann werd naar een strafbataljon aan het Oostfront gedeporteerd.

Na de oorlog keerde Ludwig Baumann terug naar Hamburg en ondervond hij problemen, omdat hij nog steeds beschouwd werd als een lafaard en een verrader. Hij ging gebukt onder zijn trauma’s. De komst van de vredesbeweging bracht verandering. Baumann ging  strijden voor rehabilitatie van de deserteurs. Thans is Baumann voorzitter van de Bundesvereinigung Opfer der NS-Militärjustiz .

Dit zijn slechts enkele verhalen van de vele deserteurs uit het Duitse leger, die niet meer wilden dienen onder het Nazi-regime. Valt hen iets kwalijk te nemen en moeten zij beschouwd worden als slechte Duitsers? Of was hun handelswijze toch iets wat ook respect afdwong? Zoals met andere vormen van verzet geldt ook hier dat het aantal dienstweigeraars bescheiden was in verhouding tot het totale aantal soldaten, die wel hun plicht vervulden. Maar misschien was daarom hun besluit des te ontzagwekkender. Een deserteur verwoordde het ooit eens op deze manier:”Er is meer moed voor nodig om een afwijkende mening te hebben dan om flink door het vuur van machinegeweren heen te stormen.”

 Bron:
-Bundesvereinigung Opfer der NS-Militärjustiz.