De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Casus Wehrmacht-deserteur Ernst Haalboom

Ernst Haalboom (Dortmund 16-12-1906- 1980)

Ernst Haalboom was geboren in Dortmund. Door de opkomst van het Nationaalsocialisme zag hij zich gedwongen te vluchten en emigreerde naar Nederland. Hij werd Rijksduitser.
Haalboom ging aan het werk als kleermaker. In de meidagen van 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Direct werden alle mannen van Duitse nationaliteit die woonachtig waren in Nederland, opgeroepen om in dienst te gaan bij de Wehrmacht. Ook Haalboom ontkwam niet aan een dergelijke oproep. Hij werd onder meer belast met het bewaken van bruggen. Haalboom wilde echter geen dienaar zijn in het leger van het nationaalsocialisme en sloeg op de vlucht.Tijdens zijn onderduik sloot hij zich aan bij de Groep Rehorst. Deze groep stond onder leiding van Ulrich Rehorst, eveneens Rijksduitser en ook een militair in de Wehrmacht. Rehorst was voor Haalboom geen onbekenden. Ze dienden samen bij hetzelfde onderdeel. Rehorst had contacten met het Nederlandse verzet. Duitse militairen die het niet eens waren met het regime in hun vaderland, waren welkom bij Rehorst. Dankbaar werd er gebruik gemaakt van hun middelen als wapens, uniformen en expertise op gebied van beveiliging en het houden van razzia’s.

Na onderduik op diverse adressen, deserteerde hij in 1944. Desertie stond in de ogen van de Duitse bezetter gelijk aan landverraad en dat betekende zonder meer de doodstraf als de gedeserteerde militairen gevonden en gearresteerd werden.Voorzichtigheid was dus geboden. Vanuit Bussum vertrok Haalboom op de fiets naar Hedel (Maasbrug). In de vroege ochtend van 5 september opende hij een geheime brief. Mogelijk zat daarin het ontsnappingsplan. Vervolgens ging hij naar Boxtel om uiteindelijk in Moerdijk terecht te komen.  Daar ontsnapte hij en kwam terecht in de bossen van Kampina, nabij de boerderij van de familie de Groot.

Ernst Haalboom heeft de oorlog overleefd, maar zijn verhaal is voor de buitenwereld onbekend gebleven.
Onderzoekers Peter van der Linden en Pieter van den Hout hebben zich verdiept in het leven en in het bijzonder het deel tijdens de oorlog. Ze zijn erin geslaagd een redelijk goede reconstructie te maken over Ernst Haalboom, maar nog steeds zijn niet alle feiten over zijn verzetswerkzaamheden tijdens de oorlog bekend. Er zitten nog hiaten die zij graag zouden invullen om het beeld compleet te maken.
Mocht U informatie hebben, kunt U contact opnemen met Peter van der Linden, e-mail: vanderlinden2@home.nl.
Of via het contactformulier. Bij voorbaat dank namens de onderzoekers en de familie Haalboom!

Artikel in Brabants Dagblad 30 april 2015-deel 1

Artikel in Brabants Dagblad 30 april 2015-deel 1

Artikel in Brabants Dagblad 30 april 2015-deel 2

Artikel in Brabants Dagblad 30 april 2015-deel 2

‘Ernst heeft goed Nederlandsch bloed in de aderen’ ( Deel 1 van het artikel in Brabants Dagblad)
MARC CLEUTJENS
De onbekende onderduiker uit Stadskanaal die een klein jaar in bezet en bevrijd Boxtel verbleef, heeft eindelijk een gezicht gekregen. Historisch onderzoek van Peter van der Linden uit Oisterwijk en Pieter van den Hout uit Boxtel toont aan dat het Ernst Haalboom was, een in Dortmund geboren
Rijksduitser die al voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland woonde en tijdens de bezetting deserteerde uit de Wehrmacht. Opvallend: hij was betrokken bij verschillende verzetsactiviteiten in Boxtel.

Begin september 1944 bereikte Ernst Haalboom Boxtel, per fiets. Waarschijnlijk daags voor Dolle Dinsdag was hij gedeserteerd uit de Wehrmacht, het leger dat Nederland sinds 10 mei 1940 bezette.
Hij vond een onderduikplek bij Antoon en Anna de Groot op het adres Lennisheuvel 53, tegenwoordig Kempseweg 10, vlakbij de Melaniedreef die richting huize Kampina voert. Ook daar vond Haalboom beschutting; boswachter Aalt van den Ham verschafte hem onderdak tot 1 oktober, de weken daarna verbleef hij tot de bevrijding op 24 oktober bij de familie Pennings aan de Ons Doelstraat.
Totdat Haalboom veilig kon terugkeren naar Stadskanaal – hij moest wachten op de bevrijding van heel Nederland – leefde hij bij de familie De Groot aan de rand van de Kampina. Hij hielp mee op de boerderij en was andere boeren in de omgeving van dienst. Ook pakte hij het beroep van kleermaker weer op; hij maakte of repareerde kleding voor verschillende inwoners van Boxtel. Op 28 november 1944 meldde hij zich met steun van enkele verzetsmensen bij het Geallieerde Militair Gezag en de Politieke Recherche in Eindhoven. Hier werd na uitgebreid verhoor vastgesteld dat Haalboom geen staatsgevaarlijk
persoon was en dat hij niet, zoals veel andere Rijksduitsers overkwam, geïnterneerd hoefde te worden. Hij keerde terug naar Boxtel waar hij getuige was van de inslag van een V2-raket in Lennisheuvel.
Eind april 1945 vertrok hij naar Stadskanaal dat eerder die maand was bevrijd door Poolse strijdkrachten en werd hij herenigd met zijn echtgenote Sietske en zoon Ernst, die in 1942 was geboren.

KUNDIG VAKMAN

Ernst Haalboom werd op 16 december 1906 geboren in Ellinghausen bij Dortmund en emigreerde in 1929 naar
Winschoten, waar hij uiteindelijk als kleermaker aan de slag ging bij de firma Groenewold – ‘Laat Groenewold U kleden en U bent tevreden!’ – in het naburige Musselkanaal. Daar viel op dat hij een kundig vakman was; eigenaar J. Groenewold zou na de bevrijding in 1946 schriftelijk aangeven dat zijn medewerker voor én tijdens de oorlog met woord en daad had aangetoond ‘in alle opzichten’ betrouwbaar te zijn.
De Rijksduitser Haalboom werd na de bezetting opgeroepen om dienst te nemen bij de Wehrmacht. Hij moest echter niets hebben van het nationaal-socialisme, maar ontsprong de dans niet. In de eerste oorlogsjaren lukte het hem nog om de dienstplicht te ontlopen. Hij trouwde met Sietske waarmee hij in 1942 zoon Ernst junior kreeg. Die voornaam was een bewuste keuze, zo zou later blijken. Moeder Sietske vertelde regelmatig dat ze bang was dat haar man in de oorlog iets zou overkomen en dat zijn naam zo in elk geval zou voortleven. In 1942 kreeg Haalboom steeds vaker oproepen van de Ortskommandant in Groningen om zich te melden bij de Wehrmacht. Hij weigerde, verhuisde naar Stadskanaal en vond een huisarts bereid hem telkens ziek te melden. Tot hij begin 1943 werd verraden.
Haalboom slaagde erin te vluchten en vond een onderduikadres. Volgens afspraak stuurde hij echtgenote Sietske een kaartje dat hij ondertekende met J. Groenhof. Het afgesproken teken dat hij veilig was. Sietske en Ernst junior verhuisden in die periode naar Meeden waar een zus van Haalbooms echtgenote woonde. Het was de politie in Winschoten die Haalboom uiteindelijk vond en overdroeg aan de bezettingsmacht. Een militaire opleiding volgde en de Rijksduitser verrichtte als soldaat verschillende wachtdiensten. Tot hij op of rond 4 september 1944 vermoedelijk nabij Oosterbeek deserteerde en – waarschijnlijk in Duits uniform – op de fiets naar Boxtel ging…

NAAR DE KAMPINA

Waarom Haalboom in Boxtel terechtkwam is niet bekend. Mogelijk had hij onderweg contact kunnen leggen met de illegaliteit, maar daarvan zijn geen bewijzen gevonden. Wel staat vast dat hij dertien dagen onderdak vond bij boer Antoon de Groot, aan de rand van de Kampina. Hij verbleef er in een twee meter diep gat in de grond waar hij ’s avonds eten kreeg. Na de massale luchtlandingen op 17, 18 en 19 september in Brabant, verhuisde Haalboom naar boswachter Aalt van den Ham, die hem opving in huize Kampina. Daar beleefde de Rijksduitser spannende momenten, die ook te lezen zijn in een verslag dat verzetsman Klaas Dekker na de oorlog opstelde. Haalboom werd op 1 oktober bij huize Kampina opgepakt door vijf Duitse militairen omdat hij zich niet kon legitimeren. Zijn papieren lagen bij boswachter Van den Ham. Aangekomen bij huize Kampina slaagde hij erin te ontsnappen, waarbij hij geschoten zou hebben en één Duitser zou hebben gedood. De boswachterswoning werd een dag later door de Duitsers verwoest en zou pas na de oorlog herbouwd worden.
In Dekkers verslag is te lezen dat hij met Graad van der Meijden stuit op een onderduiker uit Stadskanaal, die op de vlucht was voor de Duitsers. Ook wordt in datzelfde verslag melding gemaakt van nog een ontmoeting met een Duitse deserteur. Dekker en Van der Meijden zouden deze man – vermoedelijk Haalboom – staande hebben gehouden nabij het kamp waar de Airbornes ondergedoken zaten. Hij kon zich legitimeren met een identiteitsbewijs dat hij in zijn rechterschoen had verborgen. Dekker en Van der Meijden stuurden hem weg.

VOEDSELTRANSPORTEN

Na de confrontatie met Duitse militairen op 1 oktober was een verblijf in of nabij
de Kampina voor Haalboom niet meer veilig. Het is aannemelijk dat hij om die reden met hulp van de illegaliteit aan een onderduikadres is gekomen bij de familie Pennings aan de Ons Doelstraat. Opmerkelijk is dat in geen enkel document melding wordt gemaakt van zijn aanwezigheid. Haalboom woonde immers in dezelfde straat waar de verzetsmensen Klaas Dekker, Roel Dekker en Jan Kwant woonden. In huize Pennings kreeg de
Rijksduitser een vervalst persoonsbewijs. Volgens de onderzoekers Van der Linden en Van den Hout staat vast dat Haalboom vaak betrokken was bij voedseltransporten voor de ondergedoken Airbornes in de Kampina. Melk, vleeswaren en brood werden stiekem naar de Huisvennen gebracht waar meer dan honderd Engelse en Amerikaanse militairen waren ondergebracht. Ze werden verzorgd door een groep verzetsmensen. Haalboom droeg tijdens die transporten een Duits legeruniform en liep voorop om te controleren of de kust veilig was. Het einddoel van die transporten was steevast de boerderij van Antoon en Anna de Groot aan de rand van de Kampina. Ook werd wel eens uitgeweken naar de boerderijen van Tinus de Groot of Jan Kurstjens.
In een document waarover Van der Linden en Van den Hout beschikken, schrijft Haalboom vaker profijt te hebben gehad van zijn Duits uniform. Zo zou hij in die ‘vermomming’ enkele keren hebben meegeholpen aan de verhuizing van onderduikers binnen Boxtel. Volgens een rapport van de Politieke Recherche, dat is opgesteld na de bevrijding, maakte hij verschillende gewaagde tochten mee met het plaatselijke verzet; zijn leven zou daarbij vaak op het spel hebben gestaan.

VELDKEUKENS

Bekend is dat een van de Airbornes in een verslag over de gebeurtenissen in Boxtel melding maakte van een Duitse deserteur die met gevaar voor eigen leven veldkeukens van de Wehrmacht bezocht. Die veldkeukens zouden in het buitengebied van Boxtel gestaan hebben en de deserteur – Haalboom? – regelde met een list voedsel voor de ondergedoken militairen. Een van die keukens stond op het erf van de familie Van Krieken aan de Roond.
Opvallend is deze anekdote die Haalboom optekent in zijn verslag. Hij maakt melding van enkele wapens en driehonderd patronen die hij in bezit kreeg en overdroeg aan het verzet. Niet uitgesloten is dat hij betrokken is geweest bij de diefstal van wapens uit een Duits depot dat op Duinendaal gevestigd was. Klaas Dekker was hier nadrukkelijk bij betrokken en moet hulp hebben gehad omdat zo’n driehonderd wapens werden ontvreemd.
Er bestaan geen verdere aanwijzingen dat Haalboom erbij betrokken was.
Na de bevrijding van Boxtel op 24 oktober, keerde Haalboom terug bij Antoon en Anna de Groot. Hij verbleef hier ook nu de Duitse bezetter verdwenen was als onderduiker. De Rijksduitser was bang dat hij vanwege zijn nationaliteit en Wehrmacht-verleden door de geallieerden als krijgsgevangene geïnterneerd zou worden. Pas op 28 november meldde hij zich, geassisteerd door enkele verzetsmensen, bij het Geallieerde Militair Gezag. Hij werd verhoord in Eindhoven en verbleef ’s nachts in het Veemgebouw van Philips, waar meer evacués en ontheemden tijdelijk werden ondergebracht.
Een officieel document van het Militair Gezag laat zien dat er geen redenen waren om Haalboom te interneren vanwege ‘zijn prestaties tijdens de Duitse bezetting en gezien de goede diensten die hij had bewezen voor de geallieerden’.

NAAR HUIS

Met het aflopen van de oorlog en de bevrijding van zijn woonplaats Stadskanaal, wilde Haalboom terug naar zijn vrouw en kind. Echtgenote Sietske schreef op een ansichtkaart aan haar man dat ze op 25 mei 1945 terug zou keren in Stadskanaal, na een verblijf van enkele jaren in Meeden. Meer brieven en kaarten werden naar Boxtel gestuurd, maar om onbekende redenen heeft Haalboom ze nooit onder ogen gekregen. Ze zijn recentelijk door de onderzoekers Van der Linden en Van den Hout gevonden.
Om naar huis te kunnen reizen, ontving Haalboom van de Staf Bewakingscompagnie Boxtel en Esch, die deel uitmaakte van de Binnenlandse Strijdkrachten, een verklaring. Daarin staat nadrukkelijk dat de Engelse geheime dienst hem niet als gevaarlijk beschouwde.
Over zijn politieke betrouwbaarheid konden autoriteiten informatie inwinnen bij politieagent Th. Kemperman in Boxtel en bij verzetsman Klaas Dekker. Beiden woonden aan de Ons Doelstraat. De verklaring werd ondertekend door eerste reserve-luitenant H. van den Broek, de plaatselijk commandant van Boxtel en Esch.
De gemeentepolitie van Boxtel gaf Haalboom eveneens een verklaring mee waarin inspecteur A. van Almkerk schreef dat de Rijksduitser alle bewegingsvrijheid kreeg ‘in verband met zijn verdienstelijk werk voor de Geallieerde zaak’.

‘Hij verdient waardering’ (Deel 2 van het artikel)

Toen in september vorig jaar zijn telefoon rinkelde in Oisterwijk, kon Peter van der Linden niet bevroeden welke bijzondere geschiedenis hij zou gaan ontrafelen. De schrijver van het boek ‘Kampina Airborne’ kwam geheel onverwacht in contact met de dochter van de Duitse militair Ernst Haalboom, die
de laatste oorlogsmaanden als deserteur in Boxtel verbleef en een tot nu onbekend gebleven rol in het plaatselijk verzet heeft gespeeld. Met vriend Pieter van den Hout uit Boxtel reconstrueerde Van der Linden het levensverhaal van de in Dortmund geboren Rijksduitser.
Van der Linden en Van den Hout hebben geen mogelijkheid onbenut gelaten om de Boxtelse periode van Ernst Haalboom van begin tot eind in kaart te brengen. Archieven van Boxtel tot Den Haag zijn doorgespit, er is zelfs een beroep gedaan op het archief van het Duitse leger. Bij deze zogeheten Deutsche Dienststelle is navraag gedaan naar de levenswandel van Haalboom.
Deze week werd duidelijk dat het laatste bericht over Haalboom op 4 september 1944 is geregistreerd. Mogelijk is dat de dag waarop hij deserteerde, al staat dat niet vast. Hij was toen gelegerd nabij Arnhem bij de 8e Kompagnie II Abteilung Sicherungs-Regiment 26. De bekende deserteur Ulrich Rehorst, die een dag later op Dolle Dinsdag koos voor de Fahnenflucht, zat in hetzelfde onderdeel, zo achterhaalden de onderzoekers.
Haalbooms dochter stuitte vorig jaar in haar woning op tot dan toe onbekend gebleven documenten die iets leken te vertellen over haar vaders activiteiten gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ze besloot in overleg met haar gezin de documenten over te dragen omdat ze misschien meer betekenis krijgen als ze historisch onderzocht of geëxposeerd kunnen worden in een archief of museum. Een zoektocht op internet bracht Haalbooms dochter naar de Oisterwijkse amateurhistoricus en verwijzingen naar diens boek over de meer dan honderd Airbornes
die zes weken verborgen zijn gehouden in de Kampina bij Boxtel. ,,Omdat in de documenten van haar vader ook veelvuldig over Boxtel werd gesproken, was haar zoektocht gericht op deze gemeente”, aldus Van der Linden.
Hij maakte een afspraak en maakte kennis met de bijzondere achtergrond van de Rijksduitser. ,,Ik heb haar meegenomen naar de plekken waar hij ondergedoken heeft gezeten in Boxtel, zoals de boerderij van Antoon de Groot aan de Kempseweg, huize Kampina aan de Melaniedreef en de Ons Doelstraat, waar hij verbleef bij een familie Pennings”, vertelt Van der Linden.

OVEREENKOMSTEN

Tijdens het bestuderen van een klein dozijn documenten die Haalbooms dochter aan hem had overgedragen, ontdekte de Oisterwijker opvallende overeenkomsten met de onderzoeksgegevens die hij had verzameld tijdens het schrijven van zijn boek Kampina Airborne. ,,In mijn aantekeningen vond ik meerdere verwijzingen naar een niet bij naam genoemde onderduiker uit Stadskanaal, die betrokken zou zijn geweest bij verzetsactiviteiten
in Boxtel. Omdat Ernst Haalboom ook afkomstig was uit Stadskanaal, begon er meteen een belletje te rinkelen.” Van der Linden benaderde vriend Pieter van den Hout, die een grote belangstelling heeft voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Net als Van der Linden is Van den Hout tijdens het onderzoek overtuigd geraakt van de goede bedoelingen van Haalboom, die in de zomer van 1944 deserteerde uit de Wehrmacht en na allerlei omzwervingen terechtkwam in Boxtel. ,,Onze studie laat zien dat hij ver voor het begin van de oorlog al Nederlander wilde worden”, zegt Van den Hout. ,,Haalboom kwam begin jaren dertig naar Nederland en ging wonen in Winschoten, waar hij later een gezin stichtte. Het verzoek is altijd blijven liggen.”
Uit gesprekken met Haalbooms dochter en bestudering van archiefstukken komt het beeld naar voren van een man die voor, tijdens én na de Tweede Wereldoorlog niets liever wilde dan Nederlander worden. ,,Haalboom bleef ook na de oorlog tevergeefs proberen om een Nederlands paspoort te krijgen. Het is onvoorstelbaar dat dat niet is gelukt”, meent Van den Hout.

‘ONTVIJAND’

Van der Linden legt uit dat Haalboom in tegenstelling tot veel andere Rijksduitsers na de Duitse capitulatie in 1945 niet werd geïnterneerd. ,,Hij kreeg een reisdocument om van Boxtel naar Stadskanaal te reizen.” Van den Hout stelt dat Haalboom echter pas in december 1949 te horen kreeg dat hij officieel ‘ontvijand’ was.
Documenten uit het Nationaal Archief laten zien dat Haalboom tot die tijd tevergeefs trachtte om als een echt vrij man door het leven te gaan, zonder verdenkingen die hem mogelijk bleven achtervolgen. ,,Je krijgt bewondering voor deze man omdat hij zo’n verwoede pogingen heeft gedaan om Nederlander te worden en altijd afstand heeft genomen van de ideeën van het Derde Rijk”, zegt Van den Hout.
In plaats van een geldig reisdocument en dus de Nederlandse nationaliteit, kreeg Haalboom als Rijksduitser nul op het rekest. Sterker nog, als Rijksduitser werd hij verplicht onder curatele gesteld. ,,We hebben in het Nationaal Archief ontdekt dat hij en zijn vrouw geen enkele zeggenschap meer hadden over hun spaargeld”, vult Van der Linden aan.
,,Bovendien werd becijferd hoeveel hun roerende goederen waard waren en werd het gezin verplicht bij elke uitgave verantwoording af te leggen. Triest als je weet dat Haalboom bij het verzet betrokken is geweest.”

NIET EENVOUDIG

De naoorlogse jaren moeten voor Haalboom om die reden niet eenvoudig moet zijn geweest, zo vermoeden Van der Linden en Van den Hout. Als het aan beide onderzoekers ligt, is hun studie de opmaat voor een breder onderzoek naar de verzetsactiviteiten van Haalboom. ,,Op dit moment is er weinig bekend van het lot van veel Duitse deserteurs, vooral niet van degenen die voor een rol in het verzet kozen”, geeft Van der Linden aan. ,,We denken dat we erin geslaagd zijn een tot nu toe onbekend gebleven onderduiker uit Stadskanaal een gezicht te geven.”
Van den Hout: ,,Het blijft echter speculeren wat hij precies in het verzet heeft gedaan, maar officiële documenten laten zien dat Haalboom veelvuldig actief moet zijn geweest. Anders had hij beslist geen reisdocumenten gekregen waarin de Boxtelse politie, het plaatselijk verzet en de geallieerden onderstrepen dat hij niet staatsgevaarlijk was en ‘verdienstelijk werk’ heeft gedaan ‘voor de geallieerde zaak’.”

OOGGETUIGEN

Politiecommandant Van Almkerk vervolgde zijn brief met meer informatie: ,,Haalboom wil zich naar zijn vrouw te Stadskanaal begeven. Dezerzijds bestaat daar geen bezwaar tegen. Gezien de bovenstaande verklaring, alsmede meerdere verklaringen van politieposten en illegaliteitsbewegingen, verzoeken wij om doorlating van bovengenoemd persoon. Ons komt hij ook als politiek betrouwbaar voor.”
Meerdere documenten tonen aan dat er waardering was voor Haalbooms activiteiten gedurende de bezetting en geen enkele twijfel was over zijn afkeer van het nazisme. Werkgever J. Groenewold, die de Rijksduitser na de oorlog weer graag in zijn kledingatelier wilde opnemen, schreef een uitgebreide verklaring over zijn employee. ,,Vanaf het begin heeft hij zich laten kennen als een anti Nazi man. Tijdens de oorlog heeft hij ettelijke malen een oproep gekregen van diverse Duitse instanties om zich te melden voor het Duitse leger.
Steeds heeft Haalboom geweigerd te verschijnen, hoewel er steeds verschillende keren politie en N.S.B. bij hem thuis geweest zijn om hem te arresteren. Voor zover wij Haalboom kennen, is hij absoluut politiek betrouwbaar. Over enige dagen hopen wij Haalboom weer in onze zaak op te nemen, te meer daar hij een kundig vakman is, waar momenteel grote behoefte aan is.”
Predikant J.W. Weenink, verbonden aan de Baptisten Gemeente in Stadskanaal, schreef in juni 1945 dat Haalboom bij hem bekend staat als ‘een goed Nederlander’. ,,Ofschoon Rijks-Duitser van geboorte, heeft hij van het uitbreken van den oorlog af getoond goed Nederlandsch bloed in de aderen te hebben.” Deze verklaring zal er mede toe hebben bijgedragen dat Haalboom na de bevrijding het gezinsleven kon oppakken en weer aan het werk kon bij de firma Groenewold. In 1946 werd hun dochter geboren.

NA DE OORLOG

Ernst Haalboom heeft na de Tweede Wereldoorlog tevergeefs gepoogd de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen. Om onbekende redenen is hij hierin niet geslaagd, mogelijk omdat daar een prijskaartje aan hing. Vast staat dat de oorlog niet of nauwelijks onderwerp van gesprek was in huize-Haalboom. Af en toe werd door echtgenote Sietske wel eens over de gebeurtenissen in de oorlogsjaren gesproken en kwam boer Antoon uit Boxtel ter sprake.
De lange reis naar het gezin aan de rand van de Kampina, dat Haalboom in de laatste weken voor de bevrijding opnam, werd evenwel nooit meer ondernomen. Om die reden zijn de brieven en kaarten die vanuit Stadskanaal naar de familie De Groot werden gestuurd en de Rijksduitser niet bereikten, nooit meer op de goede
plek terechtgekomen.
Tot enkele maanden geleden. Toen bezocht zijn in 1946 geboren dochter enkele plekken waar haar vader verbleef en maakte ze kennis met de documenten en brieven die een deel van zijn levensverhaal ontrafelen. Zelf wil ze buiten de publiciteit blijven. Om die reden heeft ze alle stukken overgedragen aan de onderzoekers Van der Linden en Van den Hout, in de hoop dat zij ze bewaren, archiveren en zo het verhaal van haar vader levend houden.

Van den Hout hoopt dat er waardering komt voor de Rijksduitser. Daarnaast hoopt hij met Van der Linden dat zich mensen melden die meer weten over Haalboom. ,,We hopen dat er mensen zijn die ooit over hem gehoord hebben en meer van hem weten. Zo kunnen we het plaatje misschien compleet maken, ook al zal dat niet eenvoudig zijn omdat veel ooggetuigen zijn overleden.” Mensen die herinneringen bewaren aan Ernst Haalboom of beschikken over meer informatie, kunnen contact opnemen met Peter van der Linden, e-mail: vanderlinden2@home.nl.