De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Dietrich Bonhoeffer-navolger van Christus.

Ik bid voor de nederlaag van mijn land
omdat ik geloof
dat dat de enige mogelijkheid is
om voor al dat leed te betalen,
dat mijn land in de wereld heeft veroorzaakt.

In eerste instantie werd Dietrich Bonhoeffer beschuldigd van onttrekking van de dienstplicht, zoals geformuleerd was in § 5 hoofdstuk 1 lid 3 speciale verordening oorlogsstrafrecht, § 74 Rijkswetboek van strafrecht. Later kwam daar de aanklacht tegen hoog –en  landverraad bij. Het lijkt vanzelfsprekend voor een predikant om zich tegen een oorlog te keren, maar zo vanzelfsprekend was dit voor Bonhoeffer niet. Regelmatig was hij in gevecht met zijn geloof, meer specifiek met zijn christen-zijn, ondanks dat het van meet af aan duidelijk voor hem was dat hij een afkeer van de Nazi’s had. Dat gold overigens voor de gehele familie Bonhoeffer, inclusief de aangetrouwde familieleden. Doch de vraag die vaak bij Dietrich speelde, was hoe ver men moest gaan in zijn verzet tegen dit afschuwelijke regime?

Dietrich Bonhoeffer wist al op jonge leeftijd dat hij predikant wilde worden. Een keuze die zijn broers en zusters maar eigenaardig vonden, ze hadden niet veel op met de kerk. Zijn moeder daarentegen begreep haar zoon wel, haar vader was eveneens predikant. Zij was ook degene, die aan de jonge Dietrich de Lutherbijbel van zijn broer gaf, toen deze gesneuveld was tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dietrich zou deze Bijbel altijd bij zich houden. Hij ging ook daadwerkelijk theologie studerenen wel aan de universiteit van Tübingen, maar daarmee was de theoloog in spe nog geen christen. Dat besef kwam pas later.

Al op de leeftijd van 23 jaar, Bonhoeffer was reeds gepromoveerd tot doctor in de Godgeleerdheid, ontving hij de bevoegdheid om aan de universiteit te doceren. Doch Bonhoeffer bleef zijn roeping tot het predikantschap voelen, wat echter gezien zijn jonge leeftijd nog niet bereikbaar voor hem was. Daarom besloot hij om een studiereis naar Amerika te gaan maken, waar hij de Franse pastor Jean Lassette leerde kennen. Via hem ontdekte Dietrich de Bergrede in de Bijbel. Hij las uiteraard de Bijbel wel, maar nu pas drong de betekenis van die woorden tot hem door wat zijn geloofsbeleving intensiveerde. Dietrich Bonhoeffer wewrd nu ook in zijn beleving een echt christen. Hierdoor ontstond bij hem het begin van het thema “Navolging” dat pas in 1937 zou leiden tot het boek met dezelfde titel, maar de ommekeer was al merkbaar. In 1932, toen Dietrich al weer terug was uit Amerika, hield hij een voordracht waarbij hij opriep tot pacifisme: “Aan de christen is iedere krijgsdienst en iedere voorbereiding tot de oorlog verboden.” Die pacifistische gedachtegang was ontstaan mede onder invloed van Ghandi voor wie Bonhoeffer grote bewondering had. Hoewel hij het erg graag wilde, is er van een ontmoeting tussen beide mannen nooit iets gekomen.

In januari 1933 kwam Hitler aan de macht en enkele maanden later in april werd Bonhoeffer voor de eerste maal geconfronteerd met de vraag verzet of niet? De schoonvader van zijn tweelingzus Sabine was overleden en aan Dietrich werd gevraagd om de begrafenis te verzorgen. Er was echter een probleem. Haar schoonvader was joods, al bezocht hij de synagoge nauwelijks. Ook het feit dat zijn kinderen allen christelijk gedoopt waren-dus ook Sabine’s echtgenoot- kon daar geen verandering in brengen. Een oude kerkelijke bepaling verbood echter het leiden van begrafenissen van ongedoopte mensen. Een bepaling die een extra geladenheid droeg vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme. Dietrich was zonder meer fel tegenstander van de Jodenvervolging, maar hij durfde het verzoek van zijn tweelingzus niet zomaar in te willigen. Uiteindelijk pleegde hij alsnog overleg met de kerkelijke autoriteiten, die hem ten stelligste afraadden om aan het verzoek te voldoen, gezien het ongunstige politieke klimaat. Bonhoeffer gehoorzaamde aan zijn superieuren, maar na afloop van de dienst kreeg hij er toch spijt van dat zijn angst in deze situatie sterker was geweest dan zijn geloof. Hoe anders zou hij reageren na de gebeurtenis, die de geschiedenis in zou gaan als de “Kristallnacht”!

Tijdens die bewuste nacht van 9 november 1938 werden door de Nazi’s grof geweld gebruikt tegen de Joden. Winkelruiten werden kapotgeslagen en synagogen in de brand gestoken. De kerk aanvaarde die gebeurtenis, ze was geen voorvechter voor het Jodendom, doch Bonhoeffer verwierp het. “Een verstoting van de joden uit het Avondland moet tot de verstoting van Christus leiden, want Jezus Christus was een Jood.” Zo stelde hij in zijn werk Ethiek. Bonhoeffer wilde nog steeds de navolger blijven, immers “het leven van Christus is op deze aarde nog niet ten einde gekomen. Christus leeft verder in het leven van zijn volgelingen,” was zijn motto dat hij ook neer geschreven had in zijn werk Navolging. Maar deze instelling leidde er wel toe dat hij geleidelijk aan wel meer afstand nam van de Belijdende Kerk, omdat deze kerk steeds minder de zijne geworden was.

In de hoogste kringen heerste vanaf het prille begin angst, waardoor men vermeed om zich te verzetten tegen de maatregelen van Hitler. Dat bleek al tijdens de invoering van de Ariërparagraaf in 1933. De paragraaf die niet-ariërs uitsloot van functies binnen de kerk. Bonhoeffer stelde dat de kerk de verantwoordelijkheid had om te spreken en de staat te herinneren aan de grenzen van haar autoriteit. Hij vond geen medestanders. De kerk zag zichzelf niet als voorvechter van het Jodendom. Men was de mening toegedaan dat zaken, die onder de overheid vielen, geen inmenging behoorde te hebben van de kerk. Voor Bonhoeffer was een dergelijke conclusie schokkend. Volgens hem was de kerk pas kerk als zij er was voor anderen. Daarom probeerde hij in Finkenwalde, waar hij de evangelische communiteit te herstellen die hij in de kerk miste. De Belijdende Kerk, die inmiddels ontstaan was, wilde een nieuwe opleiding voor predikanten en daarvoor werd Dietrich Bonhoeffer benaderd. Zijn overtuiging dat persoonlijke overgave aan en het volgen van Christus een onmisbare voorwaarde was voor een theoloog en predikant wilde hij terug zien in de nieuwe opleiding. Hij vormde een broederschap met meditatie en gebed en gesprekken en persoonlijke biecht. Het verwijt ontstond dat hij teveel neigde naar het katholieke begrip van een kloostergemeenschap. Doch dit was geenszins zijn bedoeling. Hij wilde dat aanstaande predikanten in een echt christelijke zin deelnamen aan het volle leven en hiervoor was onderlinge steun, broederschap, bemoediging en het verscherpen van elkanders geest nodig.

Die navolging zou ook later blijken uit Bonhoeffer’s deelname aan “Unternehmen 7”. Een project dat tot doel had om joden te helpen het land uit te vluchten.”Wij zijn Christus niet, maar we willen wel christenen zijn. Dat houdt in, dat we open van hart moeten worden als Christus door op het gewenste ogenblik in te grijpen en ons bloot te stellen aan gevaar. Passief afwachten en gevoelloos toekijken zijn geen christelijke houdingen.”(Verzet en Overgave). Bonhoeffer verklaarde zich solidair met alle joden, niet alleen de christelijk gedoopten.

De tweede keer dat Bonhoeffer voor de belangrijke keuze stond: verzet of niet, was in 1939. De theoloog kreeg de kans aangeboden om in Amerika colleges te komen geven aan de universiteiten. Een uitnodiging die hij gaarne aannam. Echter al snel vroeg hij zich af waar hij eigenlijk het meest nuttig kon zijn. De spreuk van de profeet Jesaja hielp hem bij het nemen van die beslissing. “Hij die gelooft, haast niet.”(Jes.28:16). Dietrich besefte dat hij geen recht zou hebben om mee te werken aan het herstel van het christelijk leven in Duitsland na de oorlog, als hij niet de beproevingen met zijn volk gedeeld had. Hij aanvaarde de risico’s die hij kon lopen en keerde terug naar zijn vaderland.

De moeilijkste beslissing kwam voor Bonhoeffer op het moment dat hij deelgenoot was aan een gesprek tussen Hans Oster en zijn zwager Hans von Dohnanyi. Daarin werd geopperd dat Hitler niet alleen afgezet moest worden, maar desnoods omgebracht. In eerste instantie schrok Bonhoeffer van deze uitspraak. Hij was immers getuige van deze opmerking en daarmee medeplichtig. Toch stemde hij uiteindelijk in met het plan. Hij zou later zijn besluit als volgt motiveren:”Als een razend geworden man in woeste vaart met zijn auto door een drukke straat rijdt, dan moet ik als predikant niet alleen de doden begraven en de familie troosten, maar ik moet ook proberen de bestuurder te laten stoppen.”

Na het verkregen inzicht van de Bergrede had Dietrich Bonhoeffer zich voortdurend laten leiden door de Schriften, zo ook tijdens zijn gevangenschap in Tegel. Toen het tot hem doordrong dat hij niet meer vrij zou komen- de aanslag op 20 juli had inmiddels plaats gevonden en er was ook een link gelegd naar Bonhoeffer- en ook vluchten voor hem niet meer mogelijk was zonder represailles voor zijn familie, legde hij zich daarbij neer. Men moest het leven waarderen als een schepping van God. Voor Bonhoeffer was dan ook niet de vraag: hoe verlaat ik als held het toneel, belangrijk, maar: hoe zal de volgende generatie verder leven. ” Alleen vanuit die vraag, gesteld vanuit verantwoordelijkheid tegenover de geschiedenis, kunnen oplossingen ontstaan die vruchtbaar zijn, al zullen ze aanvankelijk weinig stroken met ons eergevoel,” schreef Bonhoeffer (Verzet en Overgave). Het christelijke geloof leidde hem naar het verzet en schonk hem tevens de moed, die nodig was om werkelijk in het verzet te gaan en op het einde bood ze hem ook berusting om zijn lot te ondergaan. Zo bleef hij tot aan zijn dood trouw aan zijn leidraad:  een navolger van Christus te zijn.

Bronnen:

-Bonhoeffer, Dietrich-Verzet en Overgave-2003
-Glazener, Mary-Beker der Gramschap-herdruk 2006
-Gremmels, Christian en Grosse, Heinrich W.-Dietrich Bonhoeffer, zijn weg in het verzet-2005

Bijzondere aandacht:
Enkele gedichten van Bonhoeffer.