De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

-Kurt Gerstein- de man met een missie.

Kurt Gerstein –11 Augustus 1905-25 Juli 1945
In samenwerking met
Kevin Prenger (auteur van ‘De boodschapper uit de hel’-analyse over Gerstein)

Gerstein

Dat weerstand bieden niet eenvoudig was voor een Duitser in Nazi-Duitsland mag blijken uit het volgende verhaal over Kurt Gerstein, een officier bij de SS en tegelijk verzetsman. Juist door in dienst te treden van een misdadige organisatie, kon hij de beschikking krijgen over belangrijke informatie aangaande de vernietigingsmethoden met het beruchte gas Zyklon-B. Zijn waarschuwingen zouden echter tevergeefs zijn, er werd niets mee gedaan. Maar wie was die man en wat dreef hem tot deze levensloop?

Kurt Gerstein werd geboren in Münster als zoon van een nationalistisch-gezinde rechter. Het was een typisch Pruisisch gezin en Kurt was de zesde van de uiteindelijk zeven kinderen. Opgroeiend tijdens de Eerste Wereldoorlog, leerde hij van zijn vader om bevelen op te volgen zonder vragen te stellen. Zijn moeder overleed toen Kurt nog jong was en een kinderjuf, genaamd Regina, besteedde de meeste aandacht aan hem. Ze was een vrome katholieke vrouw in een Luthers gezin, waar echter weinig aandacht aan godsdienst werd besteed. Zijn vader probeerde het nationalistische gevoel bij zijn kinderen in te prenten, maar Kurt had grote belangstelling voor religieuze zaken gekregen. Hij overwoog zelfs om predikant te worden in de protestantse kerk. Uiteindelijk koos hij voor een technische carrière. Tijdens zijn middelbare schooltijd werd hij al wel lid van diverse christelijke jeugdverenigingen en was aangesloten bij de Bekennende Kirche, een afscheiding van de protestantse kerk, omdat zij zich verzette tegen Hitler. Het was ook zijn diep religieuze overtuiging, die hem zou leiden bij zijn pogingen om de wereld te waarschuwen voor de wandaden in de vernietigingskampen.

Gerstein was een intelligent kind, doch hij was geen ideale student. In 1931 studeerde hij af als mijningenieur. Tot verrassing van zijn vrienden meldde Gerstein zich aan als lid van de nationaalsocialistische partij in 1933, ofschoon zijn broers allen nationaalsocialistische aanhangers waren. Anti-semitistische gevoelens waren hem trouwens ook niet helemaal vreemd. Hij vond wel dat veel van de Nazi-leer tegen zijn christelijk geloof inging. Hij raakte ontgoocheld toen de Nazi’s trachtten te infiltreren in de protestantse kerk. Het nationaalsocialisme is goed voor Duitsland, maar het moest wel van de kerk afblijven, vond hij. Het hoogtepunt werd echt bereikt toen Gerstein op een avond – het was op 30 januari 1935- een opvoering van een antichristelijk toneelstuk, genaamd: Wittekind bijwoonde. Dit toneelstuk gaf het ideaalbeeld weer van Widukind als voorvader van de Germaanse stam. Hoewel Gerstein te midden van een groot aantal leden van de nazipartij zat, stond hij toch op en riep uit dat hij het ongehoord vond dat het christelijk geloof zo openlijk bespot werd. Hij werd afgeranseld door de overige aanwezigen. Maar de vlam van het verzet wakkerde bij hem aan.

In de jaren daarop werd hij diverse malen gearresteerd voor antinazistische activiteiten. Dat begon in 1936, na aanleiding van een verkeerde grap. Bij huiszoeking door de Gestapo werden er brochures met antinazistische inhoud afkomstig van de Bekennende Kirche aangetroffen, die Gerstein had willen versturen naar medewerkers van Justitie en ministeries. Deze zaken leverde hem gevangenisstraf op en uitsluiting van de nationaalsocialistische partij. Tevens raakte hij zijn baan kwijt bij de Hogere Pruisische Mijnbouwdienst. Daarom begon hij aan de studie medicijnen na zijn vrijlating, maar zijn illegale werk gaf hij niet op. In 1938 werd hij opnieuw gearresteerd, nu wegens beschuldigingen lid te zijn van een “revolutionaire beweging”die de monarchie in ere had willen herstellen. Deze keer werd hij zwaarder gestraft. Per slot van rekening was hij gearresteerd voor hoogverraad. Hij ging meteen door naar het concentratiekamp Welzheim, waar hij vreselijk depressief werd en van waaruit hij werd vrijgelaten in augustus 1938. Naar zijn oom, die naar Amerika was geëmigreerd schreef hij: “Beste Oom Robert, jouw vele bezoeken aan Duitsland hebben je de onmiskenbare successen van het Hitler-regime laten zien- wegen, de werkeloosheid, opbouw. Maar je kunt niet gezien hebben de tragedies die voortkomen uit het verlies aan vrijheid van spiritualiteit en religie en van gerechtigheid”.

In 1940 ondernam hij een poging om opnieuw toegelaten te worden tot de partij. Toen dat mislukte, verbaasde Gerstein zijn omgeving nog meer door toe te treden tot de SS, wat lukte dankzij onder meer de referenties van twee Gestapobeambten. Als uitleg voor die wonderbaarlijke stap zou hij later tegenover dominee Kurt Rehling verklaren:” dat hij had willen weten wie de bevelen had gegeven voor de transporten naar de concentratiekampen, omdat hij ervan overtuigd was dat het nazibewind eens ten val zou komen en dan moest er rekenschap afgelegd worden. Hij wilde dan getuigen tegen deze monsters.” Dat dit voor Gerstein een juiste stap was, werd nog eens bevestigd door een ervaring van persoonlijke aard.

In augustus 1937 was Gerstein in het huwelijk getreden met Elfriede Bensch, een dochter van een dominee. Haar zuster Bertha overleed begin 1941 onder mysterieuze omstandigheden in een instituut voor geesteszieken te Hadamar. Gerstein was geschokt, meer nog toen hij erachter kwam dat er vele mysterieuze sterfgevallen plaats vonden en niet alleen in Hadamar, maar ook in andere soortgelijke instituten. Het ging om opdrachten in kader van het euthanasie- programma van de Nazi’s: het T4- project. Gerstein wilde er meer van weten om deze informatie door te spelen aan de geallieerden. In maart 1941 trad hij toe tot de SS en kreeg zijn opleiding in Hamburg, Arnhem(NL) en Oranienburg. In Holland zocht hij direct contact met ingenieur Ubbink, een vriend uit de internationale christelijke studentenbeweging.

Kurt Gerstein werd intussen met open armen ontvangen door de SS, ze waren blij een intellectueel in hun midden te hebben en al vrij snel klom hij op in rangen. Hij ontwikkelde een desinfecteerinstallatie en een apparaat voor ontluizing. In 1942 werd hij chef van de afdeling Gezondheidstechniek en daar raakte hij betrokken bij experimenten met blauwzuurgas, ook bekend onder de naam Zyklon-B . Van een hogere SS-officier -Rolf Günther- kreeg hij de opdracht om ruim 100 kilo blauwzuur te brengen naar een geheime plek. Het bleek kamp Belzec te zijn, waar tot dan toe mensen vermoord werden door middel van dieseluitlaatgassen van vrachtwagens. Deze opdracht werd van beslissende betekenis voor Gerstein, ze leidde bijna tot een mentaal breekpunt bij hem. Dat gebeurde in augustus van dat jaar. Gerstein werd daar geconfronteerd met het leed wat werd aangericht. Het hele vergassingsproces had hij toen aanschouwd tot en met het openen van de deur na afloop, waar glazige blikken van de gestorvenen hem aanstaarden. De volgende dag ging hij terug met de trein. Op het traject Warschau-Berlijn ontmoette hij de Zweedse diplomaat Baron Göran von Otter, secretaris van de Zweedse legatie te Berlijn. Ze raakten met elkaar aan de praat en Gerstein onthulde wat hij had aanschouwd. Hij smeekte von Otter om zijn verhaal door te geven aan de geallieerden. Een paar weken later kwam hij de Baron weer tegen, met zijn informatie was niets gebeurd hoe von Otter het ook geprobeerd had.

Gerstein klopte overal aan om zijn verhaal te vertellen. In 1943 bereikte Ubbink opnieuw het verhaal van Gerstein. Hoewel Ubbink geen geloof hechtte aan de woorden van Gerstein, speelde hij het verhaal wel door naar Cornelis van het Hooft, een lid van het Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en een medewerker van de illegale krant Trouw. Doch ook daar heerste wantrouwen. Van het Hooft maakte wel een rapport op, maar na overleg werd er besloten om de gegevens toch opzij te leggen. Naast zijn contacten in Holland en met von Otter probeerde hij het diverse malen bij de geestelijkheid, zo ook bij bisschop Otto Dibelius van de Bekennende Kirche en zelfs bij de pauselijke nuntius in Berlijn Cesare Orsenigo. Zodra deze geestelijke hoorde waarvoor Gerstein hem opgezocht had, stuurde hij zijn bezoeker meteen weg. Deze onwelkome ontvangst verbijsterde Gerstein zodanig dat hij in ontredderde toestand terug keerde. Hij had een weerzinwekkend voorgevoel en tegelijk zag hij voor zichzelf een historische missie. Hij wist dat deze vernietigingsdaden gestopt moesten worden, maar hij wist niet meer hoe. Waar mogelijk was, ging hij over tot sabotageacties, zoals het vernietigen van de blikken, die hij moest afleveren. Ondertussen – voor zijn eigen zielenrust- zocht hij steeds meer zijn heil in de Bijbel. Tegen alle verwachting in legde hij zijn functie niet neer, hij bleef verantwoordelijk voor de aflevering van het gas. Inmiddels niet meer voor Belzec, want dat kamp was ontruimd, maar nu voor Auschwitz, zij het dat zijn aandeel hierin beperkt was.

Op 22 april 1945 gaf hij zich vrijwillig over aan het Franse leger. Hij beschouwde zichzelf als mogelijk de enige getuige, die in staat was een volledig verslag te geven over de daden van oorlogsmisdadigers. Eerst werd hij ook als zodanig behandeld en had zelfs verblijf in het hotel in Rottweil. Maar toen hij werd overgebracht naar de militaire gevangenis Cherhe-Midi in Parijs werd hij gevangen gezeten op verdenking van oorlogsmisdaden. In de gevangenis maakte hij rapportages van zijn ervaringen. Op 25 juli 1945 werd Gerstein dood in zijn cel aangetroffen, hangend aan een deken. Tot op de dag van vandaag speelt nog altijd vraag of het zelfmoord was of moord, gepleegd door SS-gevangenen, die Gerstein zagen als een verrader. De rapporten van de politie en de autopsiearts verklaren dat het zelfmoord was. Gerstein’s vrouw heeft daar altijd aan getwijfeld.

Zie ook:

 het Gerstein-rapport

Gerstein’s verklaring: Tötungsanstalten inPolen (25-03-‘43)

 Bronnen:

Laqueur, Walter-Het gruwelijke geheim-de waarheid over Hitler’s Entlösung verdrongen-1981
Friedländer, Saul- Counterfeit Nazi-1969
Joffroy,Pierre-Der Spion Gottes-1972
Paldiel, Mordecai-Saving the Jews-2000
Yahil, Leni, Friedman, Ina-The Holocaust-1991

Prenger, Kevin-Gerstein-rapport

www.gerstein.dk/index.htm

www.ushmm.org

www.trouw.nl/krantenarchief

www.auschwitz.dk/gerstein.htm

http://historie1900s.about.com/