De andere kant van de Tweede Wereldoorlog.

Over het Duitse verzet vanaf 1933 tot 1945.

+De vrouwen van de Baumgruppe.

Marianne Baum ( 9 Februari 1912-18 Augustus 1942)

Geboren als Marianne Cohen trad ze in 1931 toe tot de communistische jeugdfederatie. Herbert Baum ontmoette ze al eind jaren 20 bij de Deutsch-Jüdischen Jugendgemeinschaft. Samen met het echtpaar Sala en Martin Kochmann bestond hun activiteit uit het werven van leden door te infiltreren in andere organisaties. Na 1933 nam ze deel aan het communistisch verzet. Later, na oktober 1935 zorgden ze onder meer voor camouflage voor communistische activiteiten. Tegelijkertijd besloten de communisten om joodse leden voortaan uit te sluiten van de ondergrondse afdelingen. Deze maatregel was uit voorzorg en diende als bescherming van zowel hun eigen afdelingen als voor de joden. Hierdoor ontstond er voor de Baums de gelegenheid om een eigen kring te beginnen. Dit gebeurde in 1938 en de kring wist verder te groeien nadat in 1939 de joodse organisaties werden verboden. De leden zagen zichzelf het liefst als Duitse Communisten van joodse afkomst. Samen met Herbert vormde Marianne de leidinggevende figuur van de Baumgruppe. Ze heeft geprobeerd om een eigen vorm van protest en verzet te ontwikkelen, onafhankelijk van de communistische verzetsgroepen. In 1940 werkte Marianne Baum als dwangarbeidster in de Siemensfabriek. Op 18 mei was ze één van de vijf betrokken vrouwen bij de brandstichting tijdens de antisovjet-expositie. Tegelijk met haar man werd Marianne gearresteerd op 22 mei 1942. Ze werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd in de gevangenis van Berlin-Plötzensee op 18 augustus 1942.

Edith Fraenkel ( 8 Februari 1922-Oktober 1943)

Geboren in Berlijn begon Edith te studeren aan de Rudolf Steiner Antroposofische School. In 1937 ontmoette ze Harry Cohan. Ze trouwden en kregen een zoon, die een half jaar later zou overlijden in een ziekenhuis. Vanaf 1940 deden ze beiden mee aan de discussie- en studiebijeenkomsten van de Baumgruppe. Op 18 juli 1942 werd Edith gearresteerd en op 10 december van hetzelfde jaar werd ze veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. In oktober 1943 werd ze getransporteerd naar de vrouwengevangenis Cottbus en op 17 oktober werd Edith gedeporteerd naar Theresienstadt. Van daaruit werd ze uiteindelijk naar Auschwitz gebracht, alwaar ze vermoord werd.

De gezusters Hirsch– Alice ( 22 September 1923-Oktober 1943) en Hella (6 Maart 1921-4 Maart 1943)

Beiden geboren te Berlijn, gingen de gezusters eerst naar het Margarethen-Lyceum en daarna naar een joodse middelbare school.
Alice werkte als huishoudster in joodse huizen, later werkte ze voor de firma Max Schade, waar ze op 8 juli 1942 werd gearresteerd. Op 10 december werd ze veroordeeld tot 3 jaar cel en overgebracht naar Cottbus en uiteindelijk naar Auschwitz, waar ze werd vermoord.
Haar zuster Hella werd tenslotte de assistente van Dr.Fritz Hirschfeld. Maar ze werd later te werk gesteld bij I.G.Farben, een chemieconcern. Vanaf mei 1942 leefde ze illegaal in een huis vlakbij Berlijn. Op 8 juli werd Hella gearresteerd en op 10 december veroordeeld tot de doodstraf. In Berlin-Plötzensee-gevangenis werd Hella op 4 maart 1943 geëxecuteerd.

Charlotte Holzer ( 7 December 1909- 29 September 1980)

Ze was geboren in Berlijn als Charlotte Abraham en volgde een opleiding tot verpleegster. Ze ontmoette Herbert en Marianne Baum (toen nog Cohen) bij de Deutsch-Jüdischen Jugendgemeinschaft, maar kwam pas in 1940 met hen in contact. Voor die tijd- begin jaren 30 was Charlotte lid geworden van een nieuwe communistische kring, die opgericht was in het joodse ziekenhuis, waar ze werkte. In 1940 ontmoette ze Herbert Baum, die patiënt was in het joodse ziekenhuis en ze werd lid van zijn groep. Daar ontmoette ze Richard Holzer.
Op 8 oktober 1942 werd Charlotte gearresteerd samen met onder andere Martin Kochmann. Ze werd veroordeeld voor samenzwering. Haar proces vond plaats op 29 juni 1943, terwijl ze ziek lag vanwege roodvonk op de ziekenboeg van het Leipzig-Kleinmansdorf-vrouwengevangenis. Verschillende malen werd ze overgebracht naar andere gevangenissen en kampen. In juni 1944 wist ze te ontsnappen uit het joodse ziekenhuis in Berlijn. Na de oorlog trouwde ze met Richard Holzer, die inmiddels naar Duitsland was terug gekeerd.

Marianne Joachim ( 5 November 1921-4 Maart 1943)  

Marianne werd geboren in Berlijn in het gezin Prager. Ze werkte later als kindermeisje bij een joods kindertehuis. In 1941 werd ze tewerk gesteld in de fabriek van Alfred Teve te Wittenau. Op 22 augustus 1941 trouwde ze met Heinz Joachim, ze waren beiden leden van de Baumgruppe. De Joachimgruppe vormde een subgroep binnen de Baumgruppe. Op 9 juni 1942 werd Marianne gearresteerd en ter dood veroordeeld op 10 december. Op 4 maart 1943 werd ze geëxecuteerd in de gevangenis Berlin-Plötzensee.

Sala Kochmann ( 7 Juni 1912- 18 Augustus 1942)

Sala werd geboren in Rzeszow in Polen. Ze studeerde voor kindermeisje. In 1938 huwde ze Martin Kochmann. Sala was één van de eerste leden van de Baumgruppe en ook nam ze deel aan de brandstichting. Ze werd gearresteerd op 23 mei 1942. Ze wilde de martelingen vermijden en daarom sprong ze uit het raam van het politiebureau, waarbij ze kritisch gewond raakte. Vanuit het joodse ziekenhuis werd ze opeen brancard naar haar proces gevoerd, waar ze de doodstraf hoorde eisen tegen haar. Dit vonnis werd voltrokken in Berlin-Plötzensee-gevangenis op 18 augustus 1942.

Hildegard Löwy ( 1922-1943 )

Hildegard was het jongste lid van de Baumgruppe. Eigenlijk behoorde ze tot de subgroep van Heinz Joachim. Vanaf het midden van de jaren 30 was ze een lid van de Zionistisch-Socialistische jongerenorganisatie. En was van plan om naar Palestina te gaan. Haar pogingen tot emigratie mislukten echter, omdat ze maar één arm had. Op 15 april 1942 werd Hilde gearresteerd, zelfs haar vriend wist niets af van haar verzetsactiviteiten. Op 10 december werd ze wegens samenzwering veroordeeld tot de doodstraf. Op 4 maart 1943 werd dit vonnis voltrokken.

Hanni Meyer ( 14 Februari 1921-4 Maart 1943)

Hanni was geboren in Berlijn als dochter van de familie Lindenberger. Vanaf april tot oktober 1940 studeerde ze voor kindermeisje, maar haar studie werd onderbroken. In oktober 1940 werkte ze in een lampenfabriek. Ze was daarnaast een voormalig lid van Ringbund Deutsch-Jüdischer Jugend. Op 27 februari 1942 trouwde ze met Gerd Meyer, de man die later betrokken was bij de brandstichting op de antisovjet-tentoonstelling. Op 3 juni 1942 werd ze gearresteerd en op 10 december ter dood veroordeeld. Ze werd geëxecuteerd op 4 maart 1943.

Lotte Rotholz ( 25 September 1923-Oktober 1943)

Als Lotte Jastrow werd ze geboren in Bentheim, haar vader was een joodse priester en een leraar religieuze studies. Lotte werd naaister en werkte op de Spindler-fabriek. Op 10 december 1941 trad ze in het huwelijk met Siegfried Rotholz. Ze was lid van Ringbund Deutsch-Jüdischer Jugend. Op 10 december 1942 werd Lotte veroordeeld tot 10 jaar cel. Op 14 oktober 1943 werd ze echter naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze vermoord werd.

Suzanne Wesse ( 16 Januari 1914-18 Augustus 1942)

Ze werd geboren als Suzanne Vasseur in Calais, Fankrijk. Als dochter van een industrialist ging ze naar school in Engeland, Spanje en Berlijn. In 1934 werkte ze in een joods kledingbedrijf in Berlijn, waar ze ingenieur Richard Wesse ontmoette. Tot 1937 werkte ze als freelance vertaalster in Berlijn. Ze ontmoette onder andere Sala en Martin Kochmann en werd lid van de Baumgruppe. Herbert Baum maakte dankbaar gebruik van deze niet-joodse vrouw, want de joden hadden veel beperkingen opgelegd gekregen. Zo beschikken ze niet over een typemachine. Suzanne had een legale baan op kantoor en zo kon ze stencils maken voor de groep. Samen met haar man werd ze gearresteerd op 23 mei 1942. Richard werd al na drie weken gevangenschap vrijgelaten. Suzanne werd op 16 juli ter dood veroordeeld en geëxecuteerd op 18 augustus 1942 in Berlin-Plötzensee-gevangenis.

 
Bron:

http://jwa.org/encyclopedia/article/baum-gruppe-jewish-women